Ziekenhuisexpert

Ziekenhuisexpert

Het is toch wel handig hoor, dat je tegenwoordig overal een app voor hebt. Ik heb er één waarmee ik op mijn telefoon een artikel in mekaar kan pielen. Het blijft ontzettend behelpen en typen met één vinger – hoe sommige mensen dat doen met twee duimen is me een raadsel – maar het kán.

En alzoo kan ik even wat nieuws vertellen over mijn inmiddels alweer drie dagen oude verblijf in het ziekenhuis van Leeuwarden. De rare ‘aanvallen’ die ik nu al 8 jaar (!) heb en waarmee ik hevig voor schut ben gezet, zijn inderdaad tia’s oftewel herseninfarcten. Eigenlijk is het nog erger, want het zijn beroertes. Dat is een stadium erger, want van een beroerte hou je permanente schade over. Na de eerste beroerte in augustus 2011 kreeg ik progressieve MS en raakte ik verlamd. Dat was dus geen tia maar een beroerte, zie je. Ik weet inmiddels met grote zekerheid dat ze niet altijd op een hersenscan te zien zijn, maar heb wel bloedverdunners gekregen. Dinsdag heb ik toch maar 112 gebeld, want het liep de spuigaten uit met die tia’s. Ik kon niet eens meer iemand bellen of mijn administratie regelen, zonder dat ik weer niet uit mijn woorden kon komen of gewoon helemaal in elkaar zakte. Ik dacht: de boom in met iedereen die me beledigt en alles. Ik kan niets meer zelf doen, dus moet er nú hulp komen. Het bleek een schot in de roos. Drie dagen later ben ik expert geworden in scans, na het ondergaan van een reuze-echte CT-scan en een ‘duplex’.

Dát is leuk, een duplex. Als je nog eens naar het ziekenhuis moet, moet je daar eens om vragen! Gewoon voor de lol. Dan krijg je een soort gel op je hals en gaan ze allemaal aardmannetjes vanuit een spooktrein naar je halsslagaders laten kijken. Of ze ook verkalkt zijn. Ik moet wel eerlijk zeggen dat ik ze niet gezien heb, dus het kúnnen ook koboldjes geweest zijn. Trollen waren het in ieder geval niet; die klinken zwaarder. De laborante die de test afneemt, ziet gelijk het resultaat, maar mag het niet zeggen. En de dokter die daarna komt, vergeet het, maar dat is niet erg toch. Even serieus: het is een machine die je halsslagaders controleert en waar een heel spannend geluid uit komt, dat wel diep uit de aarde lijkt te komen, uit een spooktrein ofzo. Ik wens je toe dat je het nooit nodig zult hebben, maar als het toch moet: denk dan maar aan mijn verslagje hier en glimlach.

In de tussentijd heb ik met het halve ziekenhuis kennisgemaakt. Terwijl ik dit zat te schrijven, kwam er bijvoorbeeld zomaar een jong tovermeisje langs met een etuitje in haar hand. Of ze mijn nagels mocht knippen. Nou, aan mijn nagels valt weinig te knippen, maar ze heeft ze gevijld. Ik had eigenlijk even naar beneden gewild, maar dan had ik dit mooi gemist. Daarna kwam de vrouwenarts, die eerst ontzettend stug was. Maar ik kreeg haar aan het lachen en ben dus dik tevreden.

Wat je zoal meemaakt in het ziekenhuis! Overal staan fantastische apparaten te blinken en te bliepen. Alleen al daarmee ben je Alice in Wonderland. Mijn zoon kwam warempel op bezoek en verzorgt de kat en mijn coachee vond dat ik geen grappen mocht maken over hoe boeiend een ziekenhuis is. “Je bent doodziek man”, zei ze tegen me. “Neem jezelf eens serieus en laat ze voor je zorgen hier”. Past niet geheel bij mijn karakter om mensen achter me aan te laten lopen. Ze moeten echt boos worden en verbieden dat ik iets zelf doe, voordat ik me niet meer schuldig voel!

Hoe dan ook. Er wordt doorgepakt en dat is geweldig. Voor mij zelfs uniek. Niemand beledigt me of lacht me uit en ja: er beginnen wat oorzaken aan het licht te komen. Zo groeit er een boom in mijn buik, vleesboom geheten. Die zorgt – zo denkt men – voor de iedere keer weer de kop opstekende bloedarmoede. Mijn ijzer stond alweer bijna op 0 en ik hang weer aan de staalpillen. De eerste dag heb ik bijna aan één stuk door gehuild, omdat ik níet kon geloven dat ik echt in het ziekenhuis was, en er niet uit werd geschopt met weer de pinnige opmerking dat ik niets zou mankeren en me zou aanstellen.

En morgen maken ze weer een MRI-scan van mijn brein en mijn hele rug. Aan de ene kant hoop je dan dat ze er niets op vinden; aan de andere van wel, want dat geeft toegang tot een beetje hulp zolang ik zelf nog niets kan. En inkomen zolang de blokkades op het mogen verdienen van geld nog geldig zijn voor me. Dezelfde interniste die vorig jaar iets naars over me schreef naar aanleiding van mijn vraag waarom dat stomme overgewicht niet weg mag, kwam gisteren met een stralende lach heel gezellig even buurten. Ik wist niet wat ik meemaakte en ze vertelde dat ze het helemaal niet naar bedoeld had. Ze herkende me gewoon nog!

Wat nog meer? Ik heb een nieuwe vaardigheid geleerd: zelf rijden in een rolstoel. Weet zelfs hoe je bochtjes moet! En ik heb een gesprekje gehad met een logopediste. Die kreeg ik niet aan het lachen en ik mocht ook niet vragen wat zij wist over het gebied van Wernicke. Ze constateerde parmantig dat ik geen taalproblemen heb en … dat kan nog wel eens kloppen! Als ik dus opeens niet kan praten, komt dat elders vandaan en het zou nou zo leuk zijn als we dat morgen te weten kwamen. Ik wed voor een tientje op de thalamus, dat eitje in je limbische systeem, midden tussen je oren. We gaan het zien. Ik wed tevens dat ze weer niets gaan zien op die scan.

Moet je zien wat voor verschil met drie jaar geleden, toen ik hier ook kwam met een tia. In elkaar gezakt midden in Leeuwarden. Uitgescholden voor vervelend en lastig mens in de ambulance, omdat ik niets kon zeggen. Verpleegkundige had niet eens door dat ik alles wel hoorde. In het ziekenhuis brachten ze me nota bene naar de huisartsenpost (!), die bovendien nog niet open was. De arts was er al en heeft anderhalf uur in zo’n hokje zitten niksen, terwijl ik in een rolstoel aan het vechten was om weer de macht over m’n lijf te krijgen. Toen ik dat na anderhalf uur eindelijk op eigen kracht kon, mocht ik dan binnenkomen hoor. Ik werd afgescheept met een “ja, kan gebeuren dat opeens alles uitvalt”. Ik ben geen stroomcircuit! En toen moest ik maar zien dat ik, terwijl ik nog wankelde op mijn benen, met twee (!) stadsbussen terug bij de auto kwam.

Na dat gebeuren heb ik twee weken in bed moeten liggen, zo ziek was ik ervan. En nu, bijna drie jaar later, ben ik met exact dezelfde klachten weer opgenomen, maar is de haat kennelijk verdwenen. Genezen van een aandoening kan echt pas wanneer je er erkenning voor gekregen hebt. Voor anderen kan ik die erkenning zelf geven, maar ik moet ’em óók krijgen voordat mijn genezingsproces kan inzetten. Daarvoor is dus een buitenstaander nodig en eindelijk na 34 jaar lang pijn is die er gekomen.

Goed overzicht over wat ik schrijf, heb ik niet hier op de foon. Dus ik post het maar gewoon. Maak er maar een mooie dag van!

 

 

Copyright Sophia Vassiliou

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Sluit Menu
%d bloggers liken dit: