Reis naar de maan deel V: Bedrijvigheid op de zon

Reis naar de maan deel V: Bedrijvigheid op de zon

Dit is een literair verhaal en dus fictie.

Nadat Heinz een paar uur diep en verkwikkend geslapen had, viel hij weer in een droom. Weer zo’n lucide droom, zoals hij die in de afgelopen nachten ook had gehad. Het betekende dat Everick hem omhoogtilde naar de maan, eh nee, naar de zon deze keer. Dat was ook zo: ze waren onderweg naar de zon en toen ze er in de buurt kwamen, was hij zo moe en draaierig geworden, dat hij niet meer verder kon. Hij zou dan nu wel op hetzelfde punt weer terechtkomen, dacht hij. En zo ging het inderdaad. Hup, daar stond hij weer in de ufo van Everick, de Britse man die op de maan werkte, en ze waren gewoon op hetzelfde punt gebleven. Toch waren er op aarde een paar uur verstreken. Heinz vroeg zijn begeleider hoe dat kon en die legde het uit. “Wij kunnen een soort lussen in de tijd maken, waardoor je, net als op je televisie, een film even stop kunt zetten. In het echt is dat dan geen film, maar een gebeurtenis. De wetenschap is veel verder dan je denkt hoor, Heinz! Het vervelende is alleen dat je dat niet leert straks, bij je studie natuurkunde. En ook niet in een andere tak van wetenschap”. “Misschien bij literatuurwetenschappen wel”, lachte Heinz. “Daar leer je het als iemand er een literair en goed verkocht boek over geschreven heeft”. “Messcherp ben je weer”, lachte Everick terug, “en wie weet heb je nog gelijk ook. Schrijf er maar een boek over, wie weet leren de toekomstige studenten literatuurwetenschappen het dan nog! Zou wel een mooie bak zijn, want dan denken de mensen dat het een verhaal is. Maar misschien dat er dan een slimbo rondloopt, die het gaat uitproberen! Je weet het nooit met mensen”.

Heinz tuurde voor zich uit om te zien of hij al iets bijzonders kon ontwaren op de zon. Vooral stralen en fel licht zag hij eigenlijk en Everick had een soort beschermend rolluik over de ramen aan de voorkant in de ufo laten vallen. Straks moesten ze ook een speciale bril op, vertelde hij. Die was sterker dan een zonnebril. En verder was het deel waar er op de zon gewerkt wordt, in zijn totaliteit afgeschermd voor de zonnestralen, plus mensen droegen een beschermend pak dat weer anders was dan het maanpak. De jongen kon zich er geen voorstelling bij maken dat de zon koud was. Hij had altijd overal gelezen dat je al nauwelijks naar de maan kon eigenlijk, vanwege de hitte van de zonnestralen en nu … nu bleek de hele waarheid gewoon omgekeerd te liggen! Hoe was het mogelijk, hij moest er een beetje om lachen dat ze zo dom werden gehouden op de aarde. Eén keer had hij iets gelezen over dat de zon koud zou zijn, maar degene die dat geschreven had, werd volledig uitgejouwd. Die durfde voorlopig zijn mond niet meer open te doen, maar mooi dat hij gelijk had! Tegenwoordig werd je dan misschien niet ter dood veroordeeld, als je iets beweerde wat niet overeenstemde met dat wat anderen geloofden, maar je kwam gewoon niet door de weerstand van de mensen heen. Zo was vooruitgang nog steeds net zo erg geblokkeerd als ze altijd was geweest, filosofeerde Heinz.

sun-ultraviolet
de ultraviolette plek bij de zon

Hij tuurde nog eens naar de zon en nu zag hij iets! Ja, hij ontwaarde echt iets en wel een heel grote pikzwarte kap. Het ding was misschien wel honderden, maar zeker tientallen kilometers groot. Daaronder bevonden zich dus mensen! Daar was iets te doen, maar wat zou dat toch zijn? Hij pijnigde zijn hersenen, maar kon niets verzinnen. Zouden ze iets doen met de stralen van de zon? Ze hadden toch iets gemaakt in de lucht om de zon heen, wat de violette stralen opslurpte, had Everick verteld. In de regenboog en in licht zat wel de kleur violet, dus ze haalden waarschijnlijk niet alles eruit. Zouden ze daarmee ultraviolette straling creëren voor kankertherapie? Als ultraviolet het omgekeerde was van violet, dan kon dat niets anders betekenen dan dat die bestralingen – chemotherapie dus – giftig waren en dat er mensen waren die dat wisten. Dat mensen doelbewust vergiftigd werden in plaats van genezen met dat ultraviolet. “Everick”, vroeg hij ernstig, “worden die violette stralen van de zon, die tot ultraviolet worden omgebouwd, nog ergens voor gebruikt eigenlijk?”. Hij noemde het woord chemotherapie nog niet, want dat vond hij te ver gaan. Everick beaamde het. “Ja, die worden gebruikt in dat wat we ‘geneeskunde’ noemen. Tegen kanker zogenaamd, voor chemotherapie”. Heinz geloofde zijn oren niet. “Dat zat ik net te denken, maar ik durfde het niet te zeggen, omdat ik het te ver vond gaan! Worden ze voor nog meer doeleinden gebruikt?”. “Voor alles waar ultraviolette straling voor wordt gebruikt. X-rays, röntgenstralen, voor apparaten op vliegvelden die jezelf of je hand scannen. Die poortjes waar je doorheen moet lopen, ook bij de rechtbank en soms bij een ambassade wordt ultraviolette straling gebruikt. Bij het bestralen van voedsel, echt voor alles worden deze stralen gebruikt. En ze zijn zwaar giftig! Dat weten heel veel artsen en wetenschappers niet eens, die lezen nooit eens een behoorlijk boek. De bewijzen dat deze straling giftig is, zijn toch enorm opgestapeld, maar deze mensen blijven maar beweren dat de aarde plat is”, gnuifde Everick. “En o wee als je geen arts bent. Dan word je voor dom versleten. Vooral als je een alfastudie hebt gedaan of geen universitaire studie. En de mensen denken nog steeds dat artsen God zijn. Hoe dom kun je eigenlijk zijn?”. Hij hief zijn handen in de lucht om aan te geven dat er echt niet met de mensen te praten was. “Vastgeroest zitten ze, allemaal. Misschien dat die ultraviolette straling dat wel met ze doet, wie zal het zeggen?”, concludeerde hij. Heinz dacht dat het iets anders moest zijn. “Ik denk dat het angst is, angst voor het onbekende”, zei hij zacht. “Angst om ergens in te geloven, als dat je wereldbeeld op de kop zet. De meeste mensen hebben het ontzettend zwaar met alleen al werken en overleven. Waarom dacht je dat al die vaders niets in huis doen? Ik heb geluk met mijn ouders, want mijn pa werkt thuis en doet wat hij leuk vindt. Boeken over techniek schrijven. En mijn moeder werkt alleen af en toe. We hebben genoeg geld en we wonen fijn. Maar ik zie de ouders van mijn vrienden wel. Die zijn allemaal overbelast en staan op springen. Als er maar even iets verandert in hun leven, zakken ze erbij in. Niet iedereen heeft het geluk fijn werk te kunnen of mogen doen en niet iedereen kan freelancer zijn of ondernemer. De mensen zijn bang voor verandering, want ze zijn bang dat ze het dan niet meer aan kunnen allemaal”. Moet je zien hoe ik praat en ik ben pas 18, dacht hij er grimmig bij. “We leven in een volledig op hol geslagen samenleving. Niemand kijkt meer naar een ander om, de eenheid onder de mensen is weg. Iedereen sluit zich op in z’n huis en mensen zitten dan die domme channelings te lezen, waar zogenaamde ‘buitenaardse wézens’ ons wel even vertellen wat we moeten doen en dat ze hierheen komen. Nou, ze zijn er nog steeds niet en laten we dat vooral zo houden”, besloot hij.

“Dus onder dat gigantische zwarte dak werken mensen!”, vervolgde hij. Everick knikte kort. Zo leuk was het allemaal niet, maar dat zou die jongen die op zijn leeftijd al zo wijs was en zoveel wist, straks wel zien. Hij had wel met hem te doen eigenlijk, dat hij hem alles moest laten zien. Die bittere waarheid over wat er op de zon werd uitgespookt en wat dat voor gevolgen had voor wat er op aarde allemaal gebeurde. Maar hij moest het toch aan iemand laten zien! Alle werknemers op de zon én de maan waren het erover eens geweest: dit moest de wereld in, hoe dan ook. De mensen moesten weten dat ze voor niets zo overbelast waren, dat ze voor niets zo hard moesten werken en zo onder druk stonden. Je kon het de mensen nou wel verwijten dat ze allemaal een mooi huis wilden, fijne vakanties en een vette automobiel, maar geef ze eens ongelijk? Mocht je dan geen mooi leven hebben? Als die elite eens een paar passen aan de kant ging, moest je dan eens kijken wat er dan mogelijk was. Er was meer dan genoeg geld voor iedereen om goed te leven. Er waren manieren om ecologisch te leven, te wonen, auto te rijden en zelfs te vliegen! Waarom mochten de mensen dat dan niet? Gewoon omdat dat stelletje ouwe zakkenwassers, die niet eens wisten hoe je gelukkig kunt leven, steeds meer geld en bezit voor zichzelf wilden? Everick had geen boodschap aan dat soort mensen. Moest het plan mislukken, dan werd de hele crew natuurlijk ontslagen. Maar iedereen vond dit zó erg, dat ze het toch probeerden. Misschien ontkwam er dan wel iemand van hen aan de geheugenwisser en kon die het verder aan de mensen vertellen.

Het ufootje kwam vlakbij de zon en Everick gaf het zonnepak aan Heinz. Hij zette de automatische piloot weer aan en verdween in het toilet, net als toen ze naar de maan hadden gevlogen. Het pak was zwart en leek zwaar, maar als je het vasthield, was het zo licht als een veertje. Alleen wel ingewikkeld met allerlei sluitingen. Heinz begon weer te worstelen met het pak, maar deze keer had hij het al aan, toen Everick uit het toilet kwam. Die keek hem met een bewonderende blik aan en controleerde of alles goed zat. “Jep”, zei hij, “je bent een zonneman geworden, al voordat je op de zon bent geweest”. Hij nam de besturing weer over van de automatische piloot en zette de landing in. “Hou je vast, want dit gaat niet zo netjes als op de maan”, waarschuwde hij de jongen naast zich. Inderdaad gleden ze niet zachtjes de landingsbaan op, maar hobbelden ze eroverheen. Kennelijk was het op de zon met al die straling niet mogelijk om een vlakke weg te maken. Meestal landden ufo’s zo in één keer op de grond en kon dat ook zonder landingsbaan, maar hier leek het alsof ze reden. Bij navraag aan Everick bleek dat te kloppen. “Alles gaat hier stroef door die enorme straling”, legde hij uit. “zelfs een ufo kan niet zo makkelijk landen”.

Even later stapten de mannen het gevaarte uit en de zon op. Wat een ervaring, dacht Heinz, ik sta nu gewoon op de zon! Wie zou dat ooit geloven? Was ik maar fysiek en kon ik maar foto’s maken. Helaas lukte dat nu niet en dat zou de verspreiding van het ufoverhaal heel moeilijk maken, bedacht hij sip. Hij had dan wel een groot netwerk om zich heen van familie en vrienden, maar wie zei dat díe het al zouden geloven? Hij had deze dagen immers aan niemand iets toevertrouwd van wat hem was overkomen? Hij wist niet eens waar hij moest beginnen en het was druk geweest in Frankfurt met het jubileumfeest. Stil volgde hij de dertiger de landingsbaan af. Ze waren al onder de zwarte kap, waar wel iets van de zonnestralen doorheen kwam, zodat de ruimtes binnen schaars verlicht waren. Er was alleen op sommige plekken nog elektrisch licht aanwezig, zag hij. Of misschien waren dat wel zonnestralen die doorgelaten werden, wie zou het zeggen? Nee, het waren wel lampen. Dus er was iets van een elektrisch systeem om licht te verkrijgen op de maat van mensen. Tja logisch ook. Waar was je tegenwoordig zonder elektriciteit? De mannen gingen een kleine deur door van zwaar metaal gemaakt, die langzaam achter hen dichtviel door een dranger. Ze kwamen in een grote, weer schaars verlichte ruimte, die wel op een fabriekshal leek. Ze liepen er doorheen en kwamen uit bij een soort kantine. Daar stond het vol met mensen, vooral mannen en een paar vrouwen. Ze stonden vrolijk met elkaar te praten, maar verstomden toen ze Everick met Heinz zagen aankomen. Heinz zag dat ze blij keken, maar niet durfden te juichen. Er was vast ergens iemand daar, die niet van hun plan wist. Hij groette iedereen in het algemeen. Everick bestelde een sandwich en een kop koffie en ze liepen door. Iedereen wist wat ze gingen doen: naar de plek waar alles gebeurde.

Die was niet ver weg, nog een paar hallen door en ze kwamen weer buiten. Nog steeds onder het zwarte dak, maar daar waren een soort van gaten in de grond. Mijnen dacht Heinz. Enorme apparaten – een soort jaknikkers maar dan heel groot – die iets uit de grond haalden en mannen die via ladders naar beneden en omhoog gingen. De meesten hadden pauze en stonden in de kantine, maar een paar gingen door met het werk. Dat kon zeker niet gestopt worden, want die machines haalden iets uit de grond en dat ging natuurlijk door. Everick liet hem een enorm reservoir zien, waar het spul in werd gegoten vanuit de jaknikkers. Zwart, dik vloeibaar spul was het. “Aardolie!”, riep hij uit. “Waarom heb ik dat niet eerder bedacht. Wat kon het anders zijn? Aardolie … Eh dan moet er dus ook gas worden gedolven, neem ik aan?”. Everick knikte en wees met zijn hoofd naar een plek verderop. Een groot, zwaar beschermd gebouw met hekken eromheen en grote ronde opslagvaten, net als voor benzine. “Ongelofelijk!”, haspelde de jongen, die geen woorden had voor wat hij zag. “Maar Everick, er is toch genoeg aardolie en gas op aarde? Waarom halen ze die troep hier vandaan?”, vroeg hij verbaasd. “Ja”, zei zijn gids, “Maar ik zei toch: de elite wil meer en meer geld verdienen. Ze speculeren met de olie en het gas en ze kopen gebouwen op, waarmee ze speculeren. Ze doen alsof ze ze verkopen, maar verkopen ze niet echt, waardoor de prijzen van vastgoed hoog blijven. Huizen, kantoren, alles! Alles wordt kunstmatig peperduur gehouden, zodat alleen deze rijke oom Dagoberts er toegang toe hebben en verder iedereen arm blijft. Het is een zieke wereld, ik kan het zelf ook nog steeds amper geloven”, antwoordde hij op verbitterde toon. “Dit wilde ik je laten zien, want ik vind – wíj vinden – dat de mensen op aarde dit alles moeten weten. De dictatuur is hier zo streng dat je niet eens andere mensen kunt leren kennen. Als de leiding ziet dat ze staan te praten met iemand die ze niet kennen, vliegen ze er zo uit en dan zijn ze voor niets hun jaren kwijt hier op de zon en daar op de maan. Daarom ben ik er alleen. We hebben iets gedaan, waardoor jij en ik moeilijker zichtbaar zijn voor mensen. Alleen het personeel weet dat we er zijn, verder niemand. Ik kan je om die reden ook niet alles helemaal van binnenuit laten zien, vooral niet hier op de zon. Dat moet en zal verborgen blijven voor de mensen”, besloot hij.

Heinz begreep het en knikte verdrietig. “Ik heb genoeg gezien hoor”, reageerde hij monter. “Hoe ik dit aan de mensen moet vertellen, weet ik niet. Deze dagen heb ik zelfs mijn vrienden en familie niets verteld. Ik weet zo gauw geen ingang!”. “Die weten wij wel”, antwoordde Everick bedachtzaam. “Er is een krant in jouw stad, die dit wel durft te publiceren. Die hebben al eerder bijzondere zaken verteld en als je het als een literair verhaal aanbiedt, niet als droge feiten, zullen ze het wel doen”. “Een literair verhaal?”, reageerde Heinz verbaasd, “eh … dat weet ik zo snel niet hoor!”. Everick tastte in zijn broekzak en gaf hem een klein boekje. Het was een notitieboekje, zag Heinz en er zaten geprinte vellen papier in. “Dat is het verhaal”, zei de man eenvoudig. “Als je dit aan de Frankfurter Allgemeine geeft, aan de journalist die erin staat vermeld, dat komt het goed. Dan publiceren ze dit verhaal in een paar delen. Daar ga jij op in op jouw blog en op de sociale media. Jij gaat proeven doen en proberen een maquette te maken van die kleine ufo’s die je gezien hebt en waar je in gezeten hebt. Heb je alles goed onthouden?”. De jongen knikte. Ja, hij was goed in natuurkunde en techniek en het dashboard van de kleine ufo kon hij dromen. Hem zo namaken dat hij het echt deed, kon hij niet, maar een maquette moest wel lukken. Een paar van zijn vrienden zouden het vast leuk vinden om dat samen te doen, verwachtte hij.

De jongen haalde eens diep adem. “Dus dit was het he”, zei hij langzaam. “Ik zie je niet weer, tenzij dit plan gaat lukken en de mensen in opstand komen tegen de elite. Ik hoop dat het lukt, want ze staan allemaal onder zware druk. Ik hoop echt dat het gaat lukken. Aan mij zal het niet liggen. Ik wil jou niet over een paar jaar terugzien zonder dat je weet wat je allemaal gedaan hebt op de maan en de zon!”. “Ik ook niet”, antwoordde Everick langzaam. “En ja, ik moet nu afscheid van je nemen en maar hopen dat alles goed komt. Ik wens je enorm veel succes. In het boekje dat je van me kreeg, staan een paar aanwijzingen, wat ideeën die wij hier hadden. Misschien moet je beginnen met je vader eens te vragen of hij iets weet over ufo’s. Dan heb je een ingang. Het lukt je wel, ik voel het. Dit gaat lukken, Heinz! Ik weet het gewoon. Deze uitbuiting van de hele mensheid heeft zijn langste tijd gehad. Het is een bizar verhaal, maar je zult stuiten op mensen die het toch geloven. Want er is anders toch geen uitleg voor al die extreem verhoogde belastingen? Dat alles af en toe iets duurder wordt, allá, maar ieder jaar zoveel, dat is niet meer uit te leggen. De elite heeft zichzelf in het nauw gebracht door te ver te gaan in haar hebzucht. Ja het gaat je lukken! Ik wens je ontzettend veel succes en we volgen hier het nieuws! Ga nu gauw, voordat iemand ons ziet. Tot ziens op aarde”. Heinz knikte nog een verbaasd “tot ziens” en hij werd teruggestraald naar zijn bed in Frankfurt. Zoals iedere keer viel hij weer vrij hard neer en was hij klaarwakker. Het boekje had hij inderdaad bij zich, wat knap van die mensen daarboven op de zon! Hij zwaaide nog even, hoewel hij niet wist of Everick hem nog zag. Eerst slapen, dacht hij. Hij was wel wakker, maar ook erg vermoeid door alles en hij had rust nodig om alles even te verwerken. De jongen viel, zodra in hij bed ging liggen, in een diepe, droomloze slaap met zijn plannen klaar om de mensen alles te vertellen over de grootste criminele uitbuiting ooit op aarde en zelfs buiten de aarde.

Einde feuilleton

 

 

 

© Sophia Vassiliou – Coronaverhalen om de coronacrisis door te komen

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.