Reis naar de maan deel III: Hoe ufo’s gemaakt worden

Reis naar de maan deel III: Hoe ufo’s gemaakt worden

Dit is een literair verhaal en dus fictie.

fullmoon
Wat was dat toch allemaal daar op de maan?

Even later hoorde hij iemand gedempt lachen en daarna nog iemand. Heinz moest even bijkomen totdat hij begreep dat het zijn ouders waren, die waarschijnlijk gingen slapen. Was het dan nog zo vroeg? Hij keek op zijn wekker. Het was 1:12 uur. Had hij even diep geslapen! Hij liep naar de badkamer om een glas water te halen en dronk dat leeg. Toen hij zijn kamer weer in liep, zag hij de halfvolle maan door het raam naar binnen gluren. Oh, hij was vergeten de gordijnen dicht te doen. Hij trok ze gauw dicht en ging op het bed zitten, nog een beetje verdwaasd van wat hij allemaal gedroomd had. Dat kon hij zich andere keren helemaal niet herinneren, maar nu wist hij iedere seconde nog na te vertellen. Ongelofelijk! Stel je voor dat dit alles waar was, dan was het eigenlijk zijn morele plicht om dit aan de mensen te vertellen. Maar die zouden hem niet geloven en hij zag zichzelf nog niet zozeer als martelaar eigenlijk. Nou ja, zover was het allemaal nog helemaal niet. Misschien was het zomaar wat. Als dit soort figuren echt de hele planeet voor de gek hielden, dan hielden ze hem zéker voor de gek! Wie dacht hij dat hij was? Een profeet ofzo? Natuurlijk niet, hij was gewoon Heinz, scholier-af en aanstaand student natuurkunde, zoon van Fritz en Beate, oudere broer van Toby en dat was dat. Zo en nu slapen, dacht hij erachteraan en hij ging weer in bed liggen, tevreden over zijn daadkracht. Ufo’s zeg, het was om te lachen en dat op de maan! Conferenties van superrijke lieden die niet wisten hoe ze normaal moesten leven en die dús – hoezo dús? – dat geld allemaal wilden behouden en daarvoor naar de maan verkasten om daar de planeet in een ijzeren greep te houden. Grotere kolder had hij echt nog niet gehoord. Hij lachte in zichzelf, draaide zich om en … viel onmiddellijk in slaap.

Het leek wel of hij in zijn slaap opgewacht werd, want hij was net vertrokken en hop! daar had je Everick weer. Hij stond naast Heinz voor de ufofabriek. Heinz zei: “Luister, m’n beste. Ik wil best alles hier met je zien ofzo hoor, geen probleem. Maar je maakt mij niet wijs dat dit alles klopt! Ammehoela, echt waar, dit is te gek voor woorden!”. Hij wilde erbij lachen, maar kwam niet verder dan een droge rasp. Tegenover hem stond … een enorme hoop schimmels, want Everick had, terwijl hij naar hem luisterde, het rolluik die toegang gaf tot de fabriek opengerold door ergens op een knop te drukken. Die hoop schimmels stonk niet een uur, maar wel een jaar in de wind en daarbuiten. Heinz stond aan de grond genageld en wist niet of hij moest niezen, hoesten of hard wegrennen. En dus deed hij niets. Hij bleef stil staan, helemaal verbluft dat hij zich weer had laten beetnemen door dat zootje met die ufo’s van ze. Nou, hij zou ze wel eens laten zien dat hij de sterkste was, want als hij hier niet wilde zijn, dan ging hij gewoon over iets anders dromen. Hoe je dat deed, wist hij niet echt, maar als je slaappillen nam, droomde je helemaal niet, meende hij zich te herinneren van ergens een les op school. Hij zou wel even gaan zoeken. Wie weet hadden ze thuis ergens in het medicijnkastje slaappillen liggen. Maar dan moest hij wel eerst wakker worden en dat lukte hem niet bepaald. Na een paar minuten vechten met zichzelf gaf hij zich over, maar alleen voorlopig. Zodra hij uit zichzelf wakker zou worden, zou hij op zoek gaan naar slaappillen en ze desnoods midden in de nacht gaan halen bij een apotheek die nachtdienst had. Hij was de baas over zijn leven en zo was het. Toch?

Everick glimlachte naar hem en het scheen Heinz toe alsof hij hem begreep. Even bekroop hem een enge gedachte: zou hij hier beland zijn door middel van net zo’n droom als hij zelf nu op dit moment had? Deze droom betekende toch niet dat hij ook zijn leven kwijt was en dat hij nu zijn jaren daar op die kale, onheilspellende maan mocht gaan doorbrengen? Ver van zijn familie en zijn vrienden? Hoe hij daaraan ging ontkomen, wist hij niet, maar dát hij eraan zou ontsnappen wist hij zeker. Hij vroeg het aan Everick en die antwoordde gelukkig dat dit de eerste keer was dat er iemand een ufo van hen gevolgd was. Andere mensen waren nog nooit op die manier op de maan gekomen. Goeie, dacht Heinz: hoe kan Everick mij eigenlijk zien? Hij is toch fysiek en ik ben in mijn droom? Hij vroeg het en Everick bleef raadselachtig. “Je komt er nog wel achter”, zei hij eenvoudig en hij gebaarde hem naar binnen in de stinkende en walmende fabriek. Achter hem deed hij het rolluik weer dicht en Heinz voelde zich misselijk en draaierig worden in de dikke lucht. Er hing iets pafferigs in de fabriek. Waar deed hem dat toch aan denken? Ja, hij wist het opeens: paddestoelen. Als die een beetje oud waren en je kneep erin, dan kwam er zo’n rookachtig iets uit en daarvan hing de lucht hier vol. Hij moest zijn haren morgenochtend maar extra goed wassen, anders stonk hij zelf nog net zo als die tent hier. Ieuw!

vliegenzwammen
de paddestoelen zagen er iets minder appetijtelijk uit dan deze vliegenzwammen

Zijn ogen wenden langzaam aan het duister in de fabriek en hij begon van alles te ontwaren: lange tafels met – ja hoor – paddestoelen in dozen gekweekt, dozen op de grond en in kasten en helemaal aan het einde van de lange fabriekshal één, nee twee, nee zelfs drie ufo’s van ongeveer hetzelfde formaat als het scheepje dat hem hier had gebracht. Rechts van de tafels aan het einde van de hal en ook rechts van de opgestelde ufo’s was een soort metaalfabriek met een heuse smeltoven. Dat was vast een hoogoven, dacht Heinz, die zoiets nog nooit van dichtbij had gezien. Daar werden de karkassen natuurlijk gemaakt, wat anders. Links van de ufo’s was een technologie-afdeling met lichtjes en dashboards en een heuse simulatiecabine. Heinz werd enthousiast, want dit was zijn domein: natuurkunde en knutselen met techniek. Hij deed niets liever en stond al te popelen om eens even zo’n ufo in elkaar te zetten. Everick keek hem tevreden van opzij aan en als hij het goed zag, ook met een beetje respect. Zelf was Everick een jaar of 30, schatte Heinz en wie weet of hij wel de kans had gehad om iets te studeren of een vak te leren. “Hoelang ben je hier eigenlijk al, Everick?”, vroeg hij hem, terwijl hij zich naar de man draaide. “Té lang”, antwoordde Everick, “een jaar of vijf denk ik”. “En hoelang moet je nog blijven?’, hield Heinz aan. “Nog een jaar of twee of drie, dat hangt van mezelf af en ook van het werk zelf”, grijnsde Everick terug. “Nee je hoeft niet bang te zijn: ik word hier niet vastgehouden. Ik heb hier zelf voor gekozen en ja, ik heb gestudeerd. Op een lager niveau dan jij, maar ik ben ook een techneut”. Heinz was opgelucht dat te horen en hoopte dat het waar was. “Gelukkig”, zei hij kort en hij maakte aanstalten om snel naar de technologische afdeling toe te lopen. “Ho ho”, hield zijn gezelschap hem tegen, “eerst even hier kijken, denk ik. Hoe de buitenkant van een ufo wordt gemaakt, komt daarna. Ja ik weet dat dat onlogisch is, maar je moet eerst weten wat de brandstof van een ufo is”.

“Páddestoelen?”, griezelde Heinz ongelovig. “Jep, maar niet de hele schimmels. Je ziet dat we ze helemaal laten rijpen. Dan komt die stofwolk eruit. Daardoor planten ze zich voort en krijgen we weer nieuwe planten. Daarna plukken we de paddestoelen en koken we ze in water met Himalayazout. Weet je ook weer waarom dat spul zo duur is”. “Wat is Himalayazout?”, vroeg Heinz. “Oh, zout uit de Himalaya. Daar zit een speciale soort kalium in en dat hebben de paddestoelen nodig om tot brandstof te dienen. Goed, ze koken dus in water met dat zout en dan worden ze geperst tot een soort plak. Dat laten we een tijdje rijpen totdat het opzwelt en dan gaat het in de tank. Die zit hier”, wees Everick naar de achterkant van één van de ufo’s. We zetten een voorraadje met schimmelkisten binnenin de ufo en de rest gaat direct in de tank”. Heinz gruwelde bij het idee en vroeg Everick wat er dan zo geweldig aan paddestoelen met water en die heel-speciale-soort-kalium was, dat die ufo’s zo snel deed dansen in de lucht. Hij hield niet van luchtverfrissers, maar in dit geval zou hij gráág een hele bus daarvan in de fabriek leegspuiten. Mensen, wat een stank zeg! Hij was er nog lang niet aan gewend. “Kalium, fosfor en zwavel”, antwoordde Everick leuk. “Fosfor om snel te ontbranden, zwavel om lang te branden en kalium om het vuur stabiel te houden. Het water heeft tot doel om de schimmels flink te laten opzwellen, zodat er mooi ver mee gereisd kan worden. Het is niet zo ingewikkeld hoor!”. “Maar …. maar waarom rijden onze auto’s op aarde dan niet op schimmelpoep?”, vroeg Heinz vertwijfeld. “We hebben toch zo’n enorm milieuprobleem! Zou dit een oplossing kunnen zijn of zouden we daar te veel van nodig hebben misschien voor zoveel auto’s?”.

Everick hielp hem uit de droom: “Nee, het zou een fantastisch idee zijn en er zijn manieren om de boel niet zo te laten stinken, wees maar niet bang. Dat gebeurt later in de ufo zelf, daar wordt de geur geneutraliseerd met speciale filters. Maar de rijke elite is niet erg slim en wel boerenslim. Ze willen gewoon houden wat ze hebben en ze willen ook vooral de hele toestand op aarde houden zoals die is. Dan hoeven ze niet zo na te denken. Dan komen ze gewoon hier om de waarheid te onderdrukken en blijven ze speculeren met kantoren en andere gebouwen om de prijs daarvan kunstmatig hoog te houden. Ze zijn hier nu ruim 40 jaar bezig, vanaf 1973”. Everick zag dat er een schok door Heinz heenging. “Jep, sinds de oliecrisis in 1973, zolang zit de elite hier en nou ja, wij eigenlijk, mensen zoals mijn collega’s en ik”. Die elite was dus bang voor crises! Nou, hij zou de boel wel mooi op stelten zetten, zodra hij het hele verhaal had gehoord en hij zou de mensen wel wakker schudden. Crisis was waar ze bang voor zijn, nou, crisis konden ze krijgen, dacht hij opstandig. “Maar wat gebeurt er dan op de zon?”, vroeg Heinz gretig. “Dat zien we morgen wel”, antwoordde zijn begeleider, “Volgens mij heb je eerst wat slaap nodig. Anders ziet iedereen je moeheid morgen en gaan ze vragen stellen. Dit kun je nu nog niet vertellen. Dat moet je pas doen wanneer je het hele verhaal weet”. Hij strekte zijn handpalmen naar Heinz uit en die viel en viel en viel … naar beneden, verder, verder en nog verder … totdat hij weer in zijn bed viel met een onzachte smak. Klaarwakker was hij. Het was drie uur, leerde een blik op de wekker hem. Hij liep naar beneden om een appel te nemen, at die op en besloot nog een paar uur echt te gaan slapen. Hij viel weg in een diepe, droomloze slaap, die duurde totdat hij beneden fanfare hoorde spelen. O ja, herinnerde hij zich moeizaam: het was feest in de stad vandaag vanwege het 1000-jarige bestaan ervan. Opstaan luie Heinz, sprak hij zichzelf streng toe, en hup naar het feest. Hij stond op, liep naar de badkamer waar hij een uitgebreide douche nam en kleedde zich aan. Hij stonk niet naar de schimmels, viel hem op. Hoe dat kon, begreep hij niet helemaal, maar hij was er blij om. Er wachtte hem een drukke zaterdag in de stad.

feuilleton

 

 

 

© Sophia Vassiliou

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.