Reis naar de maan deel II: Drukte op de maan

Reis naar de maan deel II: Drukte op de maan

Dit is een literair verhaal en dus fictie. Deel I van een vijfdelig feuilleton.

Een nog wat verwarde Heinz kwam in de keuken aan om een glas water te halen. Zijn moeder was daar al bezig met het avondeten. “Bijzonder dat je in slaap viel, zo op papa’s stoel!”, merkte ze op. Heinz wist niet goed wat hij moest zeggen. Hij kon haar toch moeilijk vertellen wat hij eerst in het echt en daarna in zijn droom had gezien? Dat zou ze nooit geloven en eerlijk gezegd geloofde hij het zelf ook niet helemaal. Maar tegen de tijd dat hij een antwoord voor haar had bedacht, was ze al verdergegaan met de salade. Ze kon heerlijke salades maken en Heinz hoopte haar het geheim nog eens te ontfutselen. Voorlopig hoefde hij het huis nog niet uit, want de universiteit waar hij ging studeren, stond in hun eigen stad. Zo hoefde hij zijn familie niet te missen; daar zag hij helemaal niet naar uit. Hij had fijne ouders en een leuk jonger broertje, Toby, dat helemaal gek was op dieren. Hij nam de gekste beesten mee naar huis en het was dan ook nooit saai. Als hij ze een nachtje in huis had gehouden, was hij meestal al wel weer tevreden en begreep hij dat je een rivierkreeft, een egel of een eekhoorn niet als huisdier kon houden. Wanneer een dier gewond was, verzorgde hij het zelf met wat hulp van zijn moeder. Samen met zijn vader of met Heinz ging hij ze, zodra ze beter waren, weer terugbrengen naar de plek waar hij ze opgespoord had.

fullmoon
Zo verlicht als de voorkant van de maan was, zo donker was de achterkant ervan …

Heinz voelde een ongewone onrust in zijn buik. Hij wou dat het al avond was en dat hij kon gaan proberen om die ufo nog weer te zien. Dom dat hij er geen foto of film van gemaakt had! Maar hij was vast niet de enige die dat niet deed, want heel veel mensen zagen ufo’s en heel weinigen van hen legden die vast. En áls ze ze al vastlegden, was het vaak nog iets anders ook. Hij wist dus sowieso niet zeker of ufo’s wel bestonden, ook niet na die vreemde ervaring van daarnet. Hij ging naar zijn kamer, kroop achter de computer en zocht zo eens wat informatie op over sterrenschepen. Hij wilde wel graag weten of mensen er ook wat meer wetenschappelijks over wisten, bijvoorbeeld hoe die dingen eigenlijk werkten. Wat de brandstof was, waar ze op bewogen, hoe snel ze konden, hoe ze bestuurd werden en hoe ze gefabriceerd werden … hij vond er wel wat artikelen over, maar die spraken elkaar ten eerste tegen en ten tweede geloofde hij er niets van. Het ging over iets wat nulpuntenergie genoemd werd en dat betekende in feite dat mensen beweerden dat je vanuit het niets, vanuit 0, energie kon opwekken. Foto’s erbij, filmpjes erbij … ze gingen in een soort davidsster van kristallen zitten en dan voelden ze energie. Nou, in huis stonden wel een paar bergkristallen. Zijn moeder vond die stenen prachtig en hij ging ze ophalen om het uit te proberen. Het waren er zeven, dus hij had er nog eentje over zelfs. Hij legde ze neer zoals op de foto’s en ging in het midden zitten. In kleermakerszit, net als de man op de foto, want kennelijk moest dat. Hij deed zijn ogen dicht en concentreerde zich eerst op de kristallen, toen op helemaal niets, maar er gebeurde niets. Hij keek nog eens goed of hij iets fout gedaan had en probeerde het nogmaals, maar weer niets.

Toen was de gedachtekracht aan de beurt. Anderen beweerden namelijk dat zo’n sterrenschip bestuurd werd door middel van gedachtekracht. Dat leek Heinz onmogelijk, maar het leek hem ook onmogelijk dat zo’n ding überhaupt kon bestaan, dus waarom zou hij het niet eens uitproberen? Hij knipte een klein stukje papier van zijn kladblok af en legde dat op zijn bureau. Toen deed hij zijn ogen halfdicht en concentreerde hij zich erop met al zijn aandacht. Daar was hij altijd al heel goed in geweest, in focussen. Maar ook na een halfuur intensief focussen was het blaadje nog geen millimeter verplaatst of de lucht in gegaan. Heinz besloot voorlopig dat beide ideeën van hoe een ufo zou werken, waarschijnlijk lariekoek waren. Hij hoorde zijn moeders stem van beneden aan de trap roepen dat ze gingen eten. Hij keek in de kamer van Toby of die daar was, maar blijkbaar was hij al in de keuken. Heinz liep nog in gedachten verzonken de trap af en beneden aangekomen hoorde hij de stemmen van Toby en zijn vader al. Snel liep hij naar de gezellige, grote woonkeuken en hij nam plaats aan de eettafel. Zijn moeder had macaroni gemaakt met een witte saus en een heerlijke salade, waarvan ze het geheim beslist niet wilde delen. Ze was natuurlijk bang dat haar mannen, zoals ze haar man en zoons bij elkaar altijd noemde, het anders niet meer zouden willen eten. Het eten was vast en zeker gezonder dan ze dachten.

Heinz wilde eigenlijk aan tafel zijn vader eens vragen of die wel eens iets had gelezen over ufo’s. Wie weet wist hij er meer van. Maar Toby eiste alle aandacht op en terecht, want hij had samen met zijn hartsvriendje Marijn een egel gevonden in hun tuin, die gewond was. Marijn was er ook bij, hij mocht mee-eten met het gezin. De twee jongens hadden het diertje zelf van z’n teken af geholpen en ontsmet met zilverwater. Het beestje trilde nog een beetje, zelfs onder de warme deken die hij had gekregen en hij had als een beer gegeten, vertelde Toby trots. Hij en Marijn hadden een paar wormen uit de tuin gevist en nog wat bij de dierenzaak gehaald. Verder hadden ze het beestje een heel klein beetje melk gegeven omdat hij het zo lekker vond. Maar egels moeten niet te veel melk krijgen en dus had hij daarna water gekregen en een bakje kattenbrokken, die hij dankbaar had opgegeten. Misschien mochten ze het diertje een paar daagjes houden. Vader zei dat hij en moeder zouden bekijken of dat zinvol was en dat zouden ze na het eten gaan doen.

egeltje
Het egeltje van Toby of misschien was dit wel een ander …

Heinz hielp zijn moeder na het eten met de afwas, terwijl zijn vader Marijn naar huis bracht. Toen die thuiskwam, zag hij er vermoeid uit en Heinz besloot hem maar niet lastig te vallen met zijn ufovragen. Hij ging vroeg naar bed en grapte tegen zijn ouders dat hij in winterslaap ging, omdat hij die middag ook al had geslapen. Boven aangekomen, glipte hij snel in de douche en trok hij vervolgens snel zijn pyjama aan, Met zijn haren nog vochtig ging hij op zijn bed liggen en hij sloot zijn ogen. Hij probeerde weer bij de ufo te komen, maar opeens werd er aan de deur geklopt. Toby kwam nog even bij hem liggen om te vertellen hoe blij hij was met zijn egel. Hij had hem al een naam gegeven: Piep, omdat hij zo lief kon piepen. Al pratend begon Toby steeds meer te gapen en na een minuut of 10 viel hij in slaap. Heinz tilde hem op en bracht hem naar zijn eigen bedje.

Toen hij terugkeerde, ging hij weer op bed liggen en probeerde hij zich nogmaals de beelden te herinneren, die hij die middag had gezien. Opeens lukte het! Hij zag het kleine sterrenscheepje weer al dansend naar de maan schieten en zag zichzelf erachteraan vliegen. Het was een grappig gezicht en hij glimlachte erom. Het verhaal bleef daar niet weer steken net als die middag, maar het ging verder, tot zijn verbazing. Het scheepje naderde de maan steeds meer en Heinz in de achtervolging besloot zich een beetje te verstoppen. Je wist nooit wie er in zo’n ding zat en of dat aardige mensen waren. Misschien werd het ding ook wel draadloos bestuurd, wist hij veel? Nulpuntenergie of gedachtekracht leken hem niet zo logisch, maar ook daar had hij niet echt bewijs van. Het was hem alleen zelf niet gelukt het na te doen. Zouden daar nou buitenaardse ‘wezens’ rondlopen op de maan? Dat was wel interessant zeg! Wellicht was hij de eerste die contact maakte met mensen van een andere planeet. Zouden die aardig zijn?, vroeg Heinz zich af. Meestal werden ze niet als echt toeschietelijk beschreven, maar het was niet zeker of iemand ze nou wel of niet had gezien. Als ze zich zo verstopten daar op de achterkant van onze maan, waren ze misschien niets goeds van plan. Of misschien waren ze bang dat de mensen op de aarde in paniek zouden raken. Vooral in Amerika waren mensen nogal paniekhazen, vond Heinz. Maar wie weet in Europa ook wel, als ze opeens een buitenaardse persoon zagen. Nou, hij ging het in ieder geval beleven en hij was er helemaal klaar voor.

Hij verstopte zich achter een rots en had opeens een verrekijker in zijn hand. Op het moment waarop hij daaraan had gedacht, was die er gelijk. Och ja, die etherische droomwereld ook! Hij keek door de verrekijker en zag het sterrenscheepje landen. Zoals hij al gedacht had, was het ufootje niet bemand geweest. Het bevond zich in een gigantische soort van hangar, maar dan voor sterrenschepen en een man in een speciaal pak liep met stevige tred op het voertuigje af. Hij deed de deur open en verdween binnenin. Even later kwam hij weer naar buiten, alweer alleen en hij hield iets in zijn armen, wat er niet al te lekker uitzag. Het leek wel op een bult schimmel. Heinz griezelde bij de gedachte en vroeg zich af wat het voor spul was. Lang hoefde hij daar niet over na te denken, want terwijl hij in slaap dommelde, ging de dagdroom gewoon door. Van achteren naderden twee mannen hem en ze gebaarden hem mee te komen naar binnen. Heinz dacht dat zijn laatste uur wellicht geslagen had, maar het was maar een droom, dus dat zou hij wel overleven, dacht hij dapper. Ze liepen om de rots heen naar het kantoor dat bij de hangar hoorde. Daar waren nog een paar mannen en ook een paar vrouwen, hoewel die in de minderheid waren. Zeven mensen telde hij in totaal: vier mannen en drie vrouwen. De man die in het ufootje was gestapt, was er ook bij. Ze keken hem ernstig aan, maar niet boosaardig en Heinz zag dat ze er precies net zo uit zagen als mensen van de aarde. Dus ze waren of van de aarde zelf of buitenaardsen zagen er net zo uit als wij, rekende zijn gespannen brein snel voor hem uit.

De man die net in het ufootje was gestapt, stapte naar voren, gaf hem een hand en stelde zich voor als Everick. Hij sprak perfect Engels, net als een Engelsman, merkte Heinz tot zijn verbazing op. Heinz stelde zich stotterend ook voor en knikte verlegen naar iedereen. De mensen knikten terug naar hem. Everick nam het woord en vertelde hem dat hij iets had ontdekt wat strikt geheim was. Normaliter zou hij Heinz gevangen moeten nemen en houden of anders zijn geheugen wissen, want mensen op aarde zouden flippen als ze wisten wat er allemaal buiten hun medeweten werd gedaan buiten de aarde met ufo’s. “Normaliter”, herhaalde Heinz fluisterend, “dat betekent dat u dat nu niet gaat doen?”. De man glimlachte en antwoordde dat Heinz immers droomde dat hij op de maan was en dat niemand zijn verhaal ooit zou geloven. “Dat zouden ze ook niet doen als ik hier fysiek was!”, reageerde Heinz adrem. “Dit valt niet te geloven, ook niet als je heel open bent of zelfs goedgelovig”. Daar moest de man hem gelijk in geven, maar hij zei nog wel dat als Heinz een camera bij zich had of als hij met nog iemand was, het verhaal heel anders de wereld binnen zou komen. Mensen mochten absoluut niet weten wat er op de zon en de maan gebeurde, sloot hij zijn betoog af. “Op de zon??”, herhaalde Heinz ongelovig. Everick glimlachte weer en zei dat hij hem alles zou laten zien, aangezien niemand dit nog wist, ook de alternatieve media hadden werkelijk geen flauw idee van wat er écht gebeurde buiten de aarde. Die mensen waren ervan overtuigd dat ufo’s toebehoorden aan buitenaardsen. “Grotere flauwekul is echt ondenkbaar”, lachte Everick breeduit. “Buitenaardsen zitten ontzettend ver weg in andere sterrenstelsels en die kunnen hier echt niet zomaar komen, áls ze er al zijn. Want dat weten zelfs wij niet zeker”. Heinz gaapte hem verdwaasd aan. “Het komt ons goed uit dat de mensen dat denken en daar moeten wij gebruik van maken, door met hen te spelen. We laten onszelf zien met een kostuum aan, waardoor zij denken dat wij reptilianen zijn, mensen die lijken op een soort reptiel, of draakmensen. Of Grays, die kleine grijze mannekes. Dat zijn poppen, maar die worden zo goed nagemaakt, dat het net lijkt alsof ze leven”. Heinz herinnerde zich dat hij wel eens iets had gelezen over een plaatsje in Amerika, waar een paar buitenaardse mannetjes een ongeluk hadden gehad met een sterrenschip. Hij noemde het en Everick wist gelijk wat hij bedoelde. “Roswell bedoel je. Uiteraard zijn de poppenlijkjes gelijk weggehaald, want anders zou iedereen weten dat het doorgestoken kaart was. We hebben op verschillende plaatsen op aarde, onder andere in Rusland, een soort van hologrammen laten zien van min of meer goedaardige reuzen en ook insectoïden, mensen die op een insect lijken, zijn gemaakt om mensen dat te laten denken”.

Heinz wist niet meer hoe hij het had. Hij had er allemaal wel eens iets over gelezen en hij had wel eens filmpjes gezien van zogenaamde buitenaardse wezens, die mensen hadden gezien. “Is dat allemaal nep dan?”, vroeg hij ongelovig, “en geesten dan? Zijn die ook nep? Maken jullie die ook zelf?”, vervolgde hij. “Man, ik kan niet geloven dat jullie de mensen op zo’n enorme schaal belazeren. Dat is gewoon erg! Waarom mogen we niet weten dat jullie hier zitten? Doen jullie hier zulke erge dingen dan? Wat doen jullie eigenlijk?”. Nou, dat was de hamvraag en daar ging Everick gelijk op in. “Heel zuiver is het allemaal niet. Het is eigenlijk een coupe van de superrijke elite, die zichzelf nog meer wil verrijken en die hun geld vooral zeker wil stellen. Stel je voor dat ze arm werden zoals wij! Dat zou een ramp zijn voor hen. Die weten helemaal niet hoe je normaal moet leven. Ze komen wel eens hier en dan heb ik gewoon medelijden met ze, zoals ze vastgebakken zitten aan hun centen en aan hun bezittingen, terwijl ze het meeste daarvan onrechtmatig verkregen hebben, door anderen op te lichten en dat soort dingen meer”, wijdde Everick uit. “Ik werk hier ook voor het geld en niet voor mijn plezier, maar over een paar jaar, wanneer mijn contract afloopt, ben ik vrij. Dan wordt mijn geheugen gewist en kan ik mijn leven gewoon verder leiden als een enigszins bemiddeld man. Rijk hoef ik niet te worden, maar ik wil wel graag fijn leven zonder dat ik mezelf en mijn toekomstige gezin daar volledig voor hoef op te offeren”. Heinz moest hem daar wel gelijk in geven, maar vond wel dat het allemaal ver ging. De uitleg van Everick daarover was dat het in de VS heel moeilijk was om nog een beetje normaal te leven. Dan moest je keihard werken voor een baas, je kon daar iedere dag zonder opgaaf van reden ontslagen worden en dan was het nog maar de vraag of je ergens een nieuwe baan vond en je had bijna geen privacy. Het was anders dan in Europa.

Everick leek opgelucht dat hij eindelijk eens met iemand van de aarde kon praten over zijn werk. Zijn hele leven was één groot geheim en dat kon hij nu eventjes delen. Hij nam Heinz mee naar de hangar en wees de landingsbanen voor de ufo’s aan. “Mensen zeggen dat ze ook iets zien wat ze ‘moederschepen’ noemen, enorme sterrenschepen van kilometers lang ofzo, heb ik gelezen”, zei Heinz. “Is dat waar en zo ja: landen die hier ook?”. “Je stelt slimme vragen”, antwoordde Everick, “en het antwoord op je vraag is ja. Er zijn grote sterrenschepen. Die zijn niet kilometers lang zoals de mensen denken. Ook dat wordt weer gemanipuleerd, doordat ze een beetje scheef in de lucht gaan hangen, zodat ze groter lijken. Ons geheim mag echt niet worden onthuld! Die grote schepen zijn 50 tot 100 meter lang in werkelijkheid”. Dat was ook groot, dacht Heinz stiekem en hij glimlachte naar Everick, die hem toch maar mooi alles onthulde van daarboven op de maan. Hij kon de aarde van daar waar hij nu was, niet zien, want die lag aan de andere kant van de maan. Het was er altijd donker en er brandden dan ook permanent lampen overal. LED-lampen waren het. Wel goedkoop licht, maar niet echt gezellig, dacht hij.

piramid-fantasy
Zulke rare gebouwen waren er op de maan, maar dan donker en kil

Everick onderbrak zijn gepeins, door hem aan te stoten en in de verte te wijzen. “Daar! Kijk daar eens, naar dat enorme gebouw met koepel”. Heinz volgde zijn wijsvinger en zag inderdaad een groot, donker gebouw met een koepelvormig dak. Wat zou dat zijn? Vragend keek hij Everick aan. “Dat is het conferentiegebouw”, zei die alsof het de normaalste zaak van de wereld was. “Conferentiegebouw?”, vroeg Heinz verbaasd, “Wie houden er daar conferenties dan? Hier helemaal ver weg van de aarde op de maan?”. “Politici en andere rijkaards”, grijnsde Everick, “die komen hier om de toekomst van de aarde te bepalen”. “Maar daarvoor hebben ze toch allerlei soorten overleg op de aarde zelf?”, vroeg Heinz ongelovig, “De G8, tegenwoordig uitgegroeid tot G20, de Bilderberggroep en waarschijnlijk nog veel meer, want ik ben niet echt goed in politiek”, liet hij erop volgen. “Dat zijn dekmantels”, legde Everick uit en hij werd plotseling doodernstig. De grijns was van zijn gezicht verdwenen. “De mensen weten wel van al die conferenties die je noemde en daar kunnen ze niet rustig overleggen wat ze willen op aarde. Hun plannen zijn niet zo fris, maar gelukkig zijn de meningen verdeeld onder die boeven”, vervolgde hij nu cynisch. “Sommigen willen de bevolking verminderen tot een half miljard, maar dat is een beetje verouderd idee. Bovendien gaan ze dat niet voor elkaar krijgen. Mensen denken dat ze door vaccinatieprogramma’s verzwakt en uiteindelijk vermoord worden, maar dat is niet helemaal waar. Dat zijn de oude plannen uit de tijd van president Nixon (jaren ’70), maar die zijn allang bijgesteld. Eigenlijk wil de elite alleen maar de mensen in een zo groot mogelijke chaos en onzekerheid laten leven, zodat ze niet in staat zijn tot logisch nadenken en zodat hun intuïtie het ook niet doet, doordat ze zo onder druk staan”. “Maar uit wie bestaat die elite dan wel?”, vroeg Heinz, die er de logica van begon in te zien. “De top van grote multinationals als Shell, Unilever en ach, noem ze allemaal maar op. En de top van de farmaceutische bedrijven, zoals Novartis, Bayer, het Rode Kruis en je kent ze wel, denk ik he. De top van de banken, mensen met astronomische inkomens. De top van zogenaamde hulporganisaties voor het milieu, tegen armoede enzovoort. Het Wereld Natuurfonds, de VN, Greenpeace ook … Een aantal hooggeplaatste politici, maar dat zijn geen presidenten. Wel een paar koningen en koninginnen, maar het zijn vooral de mensen die in adviesraden zitten en zich daardoor boven de regeringen wanen. Gezondheidsraden, defensieraden, dat soort denktanks en daar alleen de top van. Die willen hun posities behouden en het geld dat ze zich meestal onrechtmatig hebben toegeëigend, in de familie houden. En ze doen grote zaken op de zon”, eindigde Everick.

Heinz trilde op zijn benen. Hij had wel eens gehoord dat er een rijke elite was en dat kon je ook wel zien eigenlijk. Het was verder gewoon vreemd dat je tegenwoordig nergens meer service kreeg en alleen maar steeds meer met je portemonnee moest klaarstaan. Er tegenin gaan leverde alleen maar hoongelach op van de instanties die de mensen uitknepen. Nu begreep hij waarom: ook de meest kritische mensen legden de vinger niet precies op de zere plek! Zelfs de meest doorgewinterde activisten en ‘complotdenkers’, zoals ze genoemd werden, konden zich niet eens voorstellen wat de waarheid was achter de schermen van de aarde. Zo’n man als de Engelsman David Icke verdiende een dik inkomen met allemaal kolder over buitenaardse contacten, die zogenaamd ook nog eens wetenschappelijk bewezen waren en er waren hele organisaties die graancirkels uitlegden. Maar die werden natuurlijk eveneens door deze kliek gemaakt om de mensen in de war te maken. Deze mensen hadden immers geen geweten en het kon hun geen bal schelen of de boeren in die streken daardoor verliezen leden. Dat kwam hun zelfs goed uit, want dan hadden ze iets om mee bezig te zijn in plaats van de waarheid. En ja, Everick had gewoon gelijk: wie ging Heinz nu geloven als hij terugkwam van zijn reisje naar de maan, in zijn halfslaap ook nog, en dit vertelde? Hij mocht nog wel uitkijken ook dat hij niet in een kliniek werd opgesloten als hij zijn mond opendeed. Trouwens …. zou dat eigenlijk wel zo zijn?, bedacht hij zich opeens slinks. Zouden ze hem wel opsluiten als hij zijn verhaal deed? Dit was immers blijkbaar de échte waarheid en Everick had hem toch net op het hart gedrukt dat de alternatieve zijde niets kon doen voor de aarde, omdat zij de waarheid ook niet kenden? Als hij de vinger wél op de zere plek zou leggen, kon dat best eens betekenen dat die elite inderdaad in de penarie kwam te zitten. Ze waren met velen, dus daar zouden ze zich echt wel uit weten te redden, maar Heinz had een he-le-boel familie, vrienden en kennissen. Hij had een enorm sociaal netwerk en als hij …

Everick haalde hem nogmaals uit zijn gedachten, door nogmaals naar het gebouw te wijzen. Ze waren het pompeuze gebouw genaderd en zagen een enorme ingang. Daarachter lag een grote, vierkante hal met een mozaïek op de stenen vloer, die een (Heinz telde de punten ervan) 16-puntige ster vormden. De ster van Vergina, dacht hij, die Griekse ster die een jaar of 20 geleden was opgegraven en die ook 16 punten had. Och die elite ook! Die hielden zich met dit soort hocuspocus bezig, allemaal mathematische symbolen, die dan iets moesten betekenen, maar eigenlijk niet zoveel voorstelden. Tenminste dat leek Heinz, maar je kon nooit weten of het toch iets met je deed. Iets wat anders was dan iets wat je je kon voorstellen. Eerst bekijken en onderzoeken, dan conclusies trekken, corrigeerde hij zichzelf streng. Je wilt wetenschapper worden of je wilt dat niet. “Die hal is zo groot en het hele gebouw zit vol met geometrische figuren. Geen enkele vorm en zelfs geen enkel schilderij is toevallig hier. Alles heeft een diepere betekenis en kennelijk werkt dat, want deze lieden zijn al honderden jaren aan de macht en het lijkt onmogelijk ze af te zetten voor betere leiders. Het lukt soms wel even, maar niet blijvend”. “Allicht als ze zover gaan dat ze conferenties op de máán houden”, opperde Heinz. “Ja, hun geld en hun macht laten dat toe en omdat niemand het weet of zelfs maar durft te vermoeden, kunnen ze er gewoon mee doorgaan. Mensen worden wel steeds bozer en komen steeds meer in opstand, maar dat levert geen echte verandering op, omdat ze DIT hier niet weten. Alleen dán verliezen die rijkaards hun macht”. Ja, dacht Heinz, die niet echt goed in geschiedenis was, maar wel eens iets had opgevangen hier en daar, vroeger was geld immers nooit belangrijk. Alles ging om grond en om status. Geld was voor degenen die geen grond en status hadden, zodat ze ook een speeltje hadden. Maar die hadden niets in te brengen in de politiek.

“Kom”, zei Everick, “Dan laat ik je zien hoe ufo’s gemaakt worden. Dat weten de mensen op aarde ook niet. Die kunnen zich niet eens voorstellen dat de ufo’s die ze zien, gewoon van de aarde afkomen en weten ook niet hoe ze gefabriceerd worden. Nee, ze werken niet met gedachtekracht en ook niet met nulpuntenergie. Dat laatste is volslagen onmogelijk, want hoe kun je uit niets, uit iets wat niet eens vibreert, energie halen? Dat hoef je niet eens te proberen, want dat kan gewoon niet, punt uit. Die Nicola Tesla uit de vorige eeuw, waarmee tegenwoordig zo geschermd wordt, had allemaal ideeën die niet werkten. Het is allemaal belazerij, die man hoorde ook bij diezelfde elite. Het is niet voor niets dat de mensen in zijn tijd niets van hem wilden weten. Die wisten meer dan de mensen van nu, denk ik soms wel eens. Tegenwoordig word je in sommige kringen al uitgejouwd als je nuchter bent en logisch denkt. Nee, er is niets mis met zonne- en windenergie. Dat zijn fabels om chaos te creëren en de mensen onzeker te maken. Het gaat ver hoor … “, zuchtte Everick erachteraan. Heinz wilde heel graag mee om te zien hoe ufo’s gemaakt werden en liep vol enthousiasme naast Everick naar nog een ander gebouw, dat in de verte opdoemde. Everick zag een klein autootje aan de kant van de weg staan en gebood Heinz naast hem plaats te nemen. “Och, ben ik nog vergeten je te vertellen dat we een enorme kring om de maan heen gebouwd hebben, waardoor we hier niet constant met zuurstof op onze rug hoeven rond te lopen. Een zuurstofkring hebben we hier, maar die is zeer vernuftig gemaakt en onzichtbaar vanaf de aarde. Hij zit ook niet om de hele satelliet heen, maar alleen om ons deel en is van een soort heel geavanceerd glas gemaakt, waar koper en chloor in verwerkt zijn. Daardoor wordt hij onzichtbaar, ongelofelijk gewoon! We moeten wel een beschermend pak aan, maar dat is meer vanwege de rauwe, droge lucht hier”.

Het autootje bleek op elektriciteit te lopen en al snel zagen de twee mannen de ufofabriek voor zich oprijzen. Het was een gebouw van gigantische afmetingen en donker, net als de andere gebouwen hier. Er was beslist geen gezelligheid of warmte te ontdekken. De mensen die hier werkten en dan ook een tijdlang woonden – jaren? – deden dat zeker niet voor hun lol. Everick had verteld dat het was om wat geld te verdienen en dat kon best, maar Heinz dacht er het zijne van. Het kon immers net zo goed zijn dat die mensen opgemerkt waren met een bepaald talent en dat ze gedwongen waren om hier naar toe te gaan. Hij hoopte voor die mensen dat ze inderdaad na een paar jaar hier te zijn geweest, vrijgelaten zouden worden en een leven konden gaan leiden. Dat niet hun hele geheugen werd gewist, maar alleen de kennis over dit hele gedoe op de maan en kennelijk ook op de zon. Zou de wetenschap zover gevorderd zijn, dat het mogelijk was dat alleen specifieke kennis werd gewist? Heinz kon niet anders dan concluderen dat hij nog een heleboel te leren had en hij begon zich af te vragen of hij dat tijdens zijn studie natuurkunde wel te weten zou komen. Everick parkeerde het autootje en ze stapten uit. Thuis in Nederland viel Heinz in een nog diepere slaap dan zijn droomslaap en zodoende stopte het verhaal even. Maar hij zou nu te weten komen hoe ufo’s gemaakt werden en wat er op de zon gedaan werd, dat mensen beslist niet mochten weten …

feuilleton

 

 

 

© Sophia Vassiliou – Coronaverhaal om de coronacrisis door te komen

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.