Om thuis te doen: natuurlijk leren!

Om thuis te doen: natuurlijk leren!

Nu kinderen thuiszitten en thuis ook dienen te leren, is het misschien best handig om eens een ontzéttend leuke manier van lesgeven met je te bespreken: natuurlijk leren. De ene ouder leert veel gemakkelijker samen met de kinderen dan de ander. Toen mijn oudste jong was, wilde hij graag van een ánder iets leren en het dan trots aan mij komen laten zien. De wasmachine leren gebruiken, dat ging als volgt: “Ma! Hoe moet die wasmachine aan?”. Ik op afstand, want ik mocht er niet bij komen: “Wat wil je wassen?”. Hij: “Ja. Mijn kleren?”. Ik: “Ow. Eh ja nou dan zet je hem op 40°, dat en dat programma. Was erin, in het middelste vakje zeep, deurtje dicht en over ruim een uur deurtje weer open”. De jongste wil graag taken verdelen: doe jij dit mam? Dan doe ik dat en dan zitten we samen te werken of we zoeken samen informatie op in een boek of op het internet over een bepaald onderwerp.

De meeste mensen denken dat je, als je Frans gestudeerd hebt, 4 jaar lang met je stoffige neus en een pak tissues naast je in de boeken hebt gezeten. Daarna heb je een diploma gekregen en dat was dat. Nou, dat lag toch wel éven iets anders hoor. We hadden trouwens in die tijd nog ouderwetse zaddoekjes en lezen deed ik heus ook af en toe. Maar we hadden vooral ongelófelijk veel colleges op niet altijd even christelijke tijden ook en die waren vaak hartstikke interessant. Ja, ik weet dat ik een nerd ben, maar het ging zeker niet voor meer dan 50% over literatuur. De rest was sociologische en antropologische taalkunde – echt helemaal fantastisch, didactiek, vertaalkunde, een vak van de rechtenfaculteit over ethiek in het gevangeniswezen en ook volgde ik een vak van de sectie Grieks over hoe je kinderen op school lesgeeft in hun moedertaal. Natuurlijk leren was dat, helemaal geweldig en toen spiksplinternieuw! In Nederland bestond het pas jaren later en dat was hier vlakbij in Harlingen eind jaren ’90. In Griekenland werd het toen al jaren toegepast door sommige leraren, gewoon op openbare scholen in de stad Thessaloniki.

 

Wat is nou natuurlijk leren?

Wel, iets wat heláás de laatste jaren in de vergetelheid is geraakt. Het heeft nooit gebloeid, want er kwam een ándere richting in de “didactiek”, die zichzelf eveneens Natuurlijk Leren noemde: Iederwijs, ook wel Democratisch Onderwijs genoemd of Natuurlijk Leren. Wat die natuurlijk leren noemen, dat is dat een leraar daar ‘begeleider’ heet en dat die alléén dan in actie komt, wanneer er kinderen (beslist nooit leerlingen genoemd!) naar hem of haar toekomen met de vraag om hulp bij het leren van ‘t een of ‘t ander. Unschoolen noemen ze dat. Men vindt daar dat álles wat een kind leert helemaal uit zijn of haar zieltje moet komen, op het moment en op de manier waarop dat bij dat ene kind past. Volledig intrinsieke motivatie met andere woorden. Dan krijg je bijvoorbeeld dat er kinderen zijn, die pas op hun 10e jaar interesse krijgen om te gaan lezen. Bovendien, als je als school niets mag aandragen, leren kinderen alleen de dingen waarmee ze in aanraking komen, terwijl het hele punt van een school nu juist is dat hun horizon verbreed wordt. Ik ben het ermee eens dat het allemaal veel minder onder druk zou mogen en dat er veel meer respect voor de eigenheid van kinderen mag zijn in het onderwijs. Al die eindeloze werkstukken en projecten vooral mogen wat mij betreft het raam ook vet uit! Maar kom wat mij betreft niet aan de boeken! Boeken zijn mooi, boeken zijn goed en ze hebben nut ook.

Natuurlijk leren is daarentegen een officiële stroming in de didactiek, waarin men probeert de school de maatschappij na te laten bootsen. Dus niet dat je een schoolsetting hebt, waarin je – heel anders dan in de rest van het leven – de hele dag met een boek voor je snufferd oefeningen zit te maken, maar dat je op een echte authentieke manier leert rekenen, schrijven, lezen en nog veel meer. De gedachte hierachter is dat school niet alleen oersaai is, maar dat die je ook niet opleidt voor het leven. Je zit immers 12 jaar lang ongeveer in een heel andere omgeving dan waar de rest van het leven zich afspeelt en je leert alleen theoretisch hoe het leven eigenlijk is. Als je dan eindelijk klaar bent met school, weet je feitelijk niets over hoe het er in de samenleving aan toegaat. Bij natuurlijk leren is alles een stuk praktischer en logischer ook, zodat de zin van de dingen die je leert, duidelijk wordt en ingebed in het echte leven.

 

Zo werkt natuurlijk leren

Ik zie je al denken: bla.bla.bla! En logisch, want natuurlijk leren is een praktische methode van onderwijs geven en die moet je dus ook op een praktische manier laten zien. Komt eraan! Omdat de methode dus helemaal in haar prille jeugd was toen ik haar leerde en omdat het toch nog wel een universiteit was waar ik het leerde, ging het léren van de methode op de ouderwetse manier. “Met boeken enzo”, zou Youp zeggen. Maar als je op die manier lesgeeft, ziet het er anders uit. Het lesmateriaal is er authentiek, oftewel het komt of uit de praktijk of het lijkt op wat in de praktijk gedaan wordt. Rekensommen kun je uit de praktijk halen bijvoorbeeld en daarmee bedoel ik niet dat je van die leessommen krijgt, zoals tegenwoordig hot is in het reguliere onderwijs. Met zulke sommen test je immers het lezen en veel minder het rekenen. Het gaat er meer om dat de uitleg van hoe rekenen werkt en waarvoor het wordt gebruikt, op een praktische manier wordt gedaan en nog meer dat het ook praktisch wordt geoefend. Dat kan bijvoorbeeld door de kinderen op een geleide manier winkeltje te laten spelen, door naar een echte winkel te gaan of door berekeningen uit het echte leven te halen en als oefenmateriaal te gebruiken om ze te leren. Waarom past het ene Tupperwarebakje in het andere, bijvoorbeeld. Hoeveel verschil in maat moet er zijn totdat het past. Of laat maar zien hoe je een perkje in de tuin maakt en hoe je dan berekent hoeveel aarde erin moet.

Laten we eens als voorbeeld nemen dat je op de basisschool lesgeeft, ergens rond groep 5 ongeveer en dat je dag met taal begint. Dan pak je een leuk verhaaltje ergens vandaan, dat je samen met de leerlingen leest. Je bespreekt het, praat erover met ze en gaat er dan mee werken. Het is momenteel lente, dus laten we zeggen dat het verhaaltje over kikkers gaat, die wakker worden uit hun winterslaap en dat iedereen naar de winkel snelt voor oordoppen, omdat ze ‘s nachts zo’n herrie maken. Als je klaar met lezen bent en iedereen een stukje opgelezen heeft (enzo), ga je erover praten met de klas. Is er iemand die bang is voor kikkers? Is er iemand die ze bijzonder leuk vindt of er misschien wel één thuis in de vijver heeft? Iemand die wel eens een kikker heeft gegeten? Waarom blaast een kikker zichzelf op? Enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Tussen het praten door stel je als onderwijzer ook wat vragen om te zien of de kinderen het verhaaltje begrepen hebben. Dan komt de praktijk! Dan kun je dus, als het niet al te hard regent tenminste, de sloot in de buurt van de school eens even gaan bezoeken om te zien of er ook kikkers zijn. Of padden, salamanders en andere dieren of misschien wel mooie bloemen. Kroos, waterlelies, bloedzuigers, schaatsenrijders, koekoeksbloemen, ranonkels: een héleboel woorden die mogelijk nieuw zijn voor de kinderen, passeren daarbij de revue. Hoe een kikker eieren in het water plempt en hoe daar kikkervisjes uitkomen en het hele verhaal daarover: alles kan besproken worden, wanneer de hele klas op z’n buik bij de sloot ligt om die te onderzoeken. Eventueel met een mondkapje op vanwege hooikoorts. Daarna is het dan pauze ofzo en vervolgens kun je die nieuwe woorden op het bord schrijven of láten schrijven door de kinderen. Kijken hoe ze ze schrijven zonder dat ze weten hoe de eigenlijke spelling ervan is. Tenslotte kun je ze iets échts laten schrijven, zodat ze ook een schrijfles hebben gehad. Bijvoorbeeld een denkbeeldige (of echte!) brief of mail aan een vriend, hun ouders of iemand anders over wat ze geleerd hebben over kikkers. Of misschien is de sloot bij de school wel vervuild en gaat de les meer daarover, zodat die eindigt in het schrijven van een gezamenlijke brief aan de gemeente of die sloot ook uitgebaggerd kan worden. Ik noem maar wat voorbeelden om aan te geven wat natuurlijk leren is.

Trouwens ik had nog ooit een gedicht over een kikker gemaakt. Die zet ik even hier neer voor de liefhebberts:

Kikker

In onze vijver
is de kikker wakker
zijn oogjes nog lodderig
kijkt hij brutaal in de zon

Koud nog, denkt hij
en hij schiet onder water
Gauw nog een dutje doen
totdat het warmer is

 

Meer voorbeelden en praktische toepassing

Deze methode kun je op school in mindere of meerdere mate toepassen. Maar nu je thuiszit met je kinderen heb je misschien ook wel wat aan dit idee. Toen ik nog Frans gaf, liet ik de kinderen in de eerste klas van de middelbáre altijd eerst eens zien waar die taal nu eigenlijk gesproken wordt op de wereld. In welke landen en voor welke doelen, bijvoorbeeld zakendoen en ook voor vakantie of als jongeren au pair gaan en meer van zulke dingen. Verder liet ik ze veel spreekoefeningetjes doen en dan liep ik er tussendoor om te helpen met de uitspraak. Dat vonden ze in het begin heel raar, want kennelijk doen niet alle leraren buitenlandse talen dit. En dit kun je ook thuis met je kinderen doen. In hun boeken staan wel spreekoefeningen en je kunt ook samen naar de Franse tv kijken, een stukje op het internet of uit een Franse krant halen en meer van zulke dingen. Dan komt de taal dichterbij en krijgt die een doel: ha, ik kan met Franse mensen praten!, denkt je puber dan misschien wel. Dit kan uiteraard met alle talen!

Bij wiskunde kun je sommige onderwerpen ook in de praktijk laten zien. Ik ben er niet zo goed in, maar berekenen van inhoud of iets met meetkunde kun je vrij gemakkelijk nabootsen. Van algebra kun je misschien een wedstrijdje maken: wie de som het eerst af heeft, wint een snoepje of een mandarijn. Dan heb je wat tegenwoordig een challenge wordt genoemd en ben je razend hip ook nog. Met natuurkunde kan dat ook, dat je je kind laat zien waar de les eigenlijk over gaat. Licht, elektriciteit, krachten … Voor geschiedenis kun je een mooi verhaal uit de tijd waarover je kind aan het leren is, aandragen of vertellen. Je mag misschien even niet naar een museum, maar het internet heeft ook veel te bieden en het kan ook nog zijn dat je kind zo is als mijn oudste: dat die zélf iets aan jou wil vertellen in plaats van jij aan hem of haar. Neem er maar de tijd voor en leer maar van elkaar! Aardrijkskundige dingen zoals erosie enzo kun je wellicht wel in de tuin laten zien of bij de sloot in de buurt. Of misschien ken je wel iemand die veel weet over een bepaald onderwerp. Laten we zeggen economie. Zo is het thuis leren een stuk minder vervelend (misschien!) en heb je tegelijkertijd leuk contact met je kroost.

Veel plezier ermee en vooral ook met het thuiszitten en thuis leren!

 

 

 

© Sophia Vassiliou

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.