Mijn prachtige Thessaloniki

Mijn prachtige Thessaloniki

Heel vaak heb ik verteld dat ik Griekse ben en uit Thessaloniki kom, maar nog nooit heb ik verteld hoe het daar was. Het waren de mooiste jaren van mijn leven. Normaliter zijn dat de jaren waarin je kinderen klein zijn, maar die jaren waren voor mij juist moeilijk, omdat ik toen heel veel zorgen had door de schuld van Jeugdzorg en omdat ik hard moest werken. Ontzettend veel verdriet omdat ik mijn jongens niet in Griekenland kon grootbrengen. Met onze geliefde taal, onze warme cultuur en onze Grieks-orthodoxe kerk. Vandaag ga ik je vertellen over Thessaloniki, over reizen die ik verder gemaakt heb in mijn land van afkomst en wat alles voor me betekent. Een rondreis door mijn stad en door mijn leven.

gr-filosofiki
Filosofikí, de letterenfaculteit van Thessaloniki waar ik gestudeerd heb

Als je aan Thessaloniki denkt, denk je gelijk aan een prachtige grote stad van twee keer het formaat van Amsterdam aan de zee tegen de bergen gebouwd. Aan de bovenkant van die bergen een enorm bos, het Χίλια Δέντρα: het Duizendbomenbos. En eigenlijk gelijk daarna al aan de vurrukkulukke trígona, zoete driehoekige pasteitjes van bladerdeeg met een crème erin, die lijkt op die van een tompouce. Met gehakte walnoten en roomijs erbij en een enorme kop ijskoffie, terwijl je gezellig met je krant in de zon op een bomvol terrasje zit, want heel Thessaloniki wil óók trígona eten net als jij op deze fijne zomerdag. Je denkt aan de Aristoteles universiteit, met 75.000 studenten één van de grootste van Europa, die midden in de stad gevestigd is en aan de internationale beurs Helexpo, waar alle bedrijven die iets met Griekenland van doen hebben of zouden willen hebben, ieder jaar in september komen. En heel het land komt er gratis ijs eten. Je denkt aan de Witte Toren uit de Venetiaanse tijd en aan de grafische bovenstad in byzantijnse stijl met houten uitstekende balkons en aan taverna’s met bouzoukimuziek uit vervlogen tijden.

gr-thess-arxaia
Middenin de stad vind je opeens byzantijnse opgravingen en niemand weet wat het is

Het meest opvallende aan Thessaloniki is toch nog iets anders: in Athene heb je keurige archeologische musea en andere plekken. In Thessaloniki niet! Daar loop je gewoon tussen de opgravingen door. Niemand die weet wat het allemaal geweest is of wat het voorstelt en er staan geen bordjes bij de opgravingen. Een heel aparte sfeer geeft het en wij Grieken moeten er aan de ene kant om lachen en aan de andere kant vinden we het jammer dat er niet meer logica in de schatten uit de oude stad zit. Toen ik er woonde, werd er een metro gegraven vlak tegenover onze faculteit. Al gauw werden er weer archaia oftewel oud-Griekse vondsten ontdekt en stopte het uitgraven van de metro. Zeven jaar later werden de twee begingaten dichtgemaakt en dat was einde metro in Thessaloniki. Inmiddels is er wel een lijntje, maar groter zal dat niet worden vanwege de cultuur.

gr-taverna-ble
Taverna

Op het eerste gezicht is Thessaloniki een gewone zuidelijke stad vol flats met appartementen, maar zodra je de geliefde plekken leert kennen, gaat de stad leven. Ik weet precies de winkeltjes te vinden waar ze geweldige zoetigheden verkopen; de taverna’s waar je de allerbeste vis hebt of waar de aardigste bediening is. Waar de koffie het goedkoopste is, waar de schildpadden in het Duizendbomenbos te vinden zijn en welke gebouwen je van buiten of van binnen gezien moet hebben. Toen ik er nog woonde, kende ik de stad zozeer op mijn duimpje dat ik taxichauffeur had kunnen worden en overal had ik wel vrienden wonen. Mijn familie schijnt eigenlijk uit de omgeving van Corinthe te komen, maar ik heb ze nooit mogen vinden. Als de informatie klopt die ik over hen heb kunnen vinden, dan leven ze niet meer sinds een paar jaar. Ik ben er nog nooit geweest – wel in de buurt, maar niet in Corinthe zelf. Maar toen ik voor de eerste keer in Thessaloniki kwam, was ik gelijk thuis. Dat gevoel is altijd gebleven en ook nu ik foto’s aan het zoeken ben om je te laten zien, voel ik me er nog thuis. Daarom zeg ik altijd dat ik uit Thessaloniki kom en dat is hoe het voelt.

Bij de universiteitsbibliotheek stond altijd een oude man koulouria te verkopen. Het zijn broodringetjes met sesam erop, heel erg lekker en hij verkocht er La vache qui rit bij “Κουλουράάάκι με τυράάάκι;” (wil je een broodringetje met een kaasje?) vroeg hij dan heel lief en dan kon je geen nee zeggen tegen die lieve man. Even verderop bij de kiosk hadden ze rox, nog iets geweldigs wat ongelofelijk zoet is en dan had je je lunch bij elkaar gescharreld. Daarop kon je de hele dag studeren en dat moest ook wel, want om daar een plek te vinden, moest je ‘s ochtends om half 8 al in de rij staan. Naast mijn huis was een kerk die nog de oude kalender gebruikte. Midden in de tentamenmaand in september hadden die een enorm feest, dus thuis kon je echt niet studeren. In het weekend gingen we altijd met vrienden naar het strand ten zuidoosten van de stad. In de jaren dat ik zong, was dat door-de-weeks of in de weinige weken dat je niet hoefde te werken.

Zo’n heel ander leven dan hier waar je altijd thuis moet zitten, omdat er geen geld is om ergens heen te gaan. En er is ook niet zoveel waar je naar toe wilt. Daar had niemand van mijn vrienden geld, maar iedereen zat altijd buiten op het terras, in de bios en ‘s nachts in de muziekclubs. Als de elektriciteit uitgevallen was, zat de hele buurt in het donker, maar gezellig dat het was! Iedereen ging op z’n balkon staan om de buren te vragen of die ook wisten wanneer de stroom weer zou komen, deuren open en je hoorde elkaar praten. En je was verbonden met elkaar. Die verbondenheid maakte alles wat niet goed was in Griekenland, weer driedubbel goed. En anders wel de vrolijkheid en de lichtheid van het bestaan.

 

Nooit zal ik vergeten hoe ik een keer naar een parlementslid toeging, die kantoor hield in onze stad om een kruiwagen te vragen voor iemand – een Griekse gewoonte. Een geweldig avontuur vond ik het om daarheen te gaan, die man te spreken te krijgen na zeker twee uur in de rij te hebben gestaan en dan te vragen of hij iets voor iemand die graag een gunst wilde, wou doen. En dan afwachten of het gebeurt. Toen het inderdaad gebeurde, wisten we uiteraard niet of die man het geregeld had of dat het gewoon geluk was, maar ik wilde de man toch bedanken. Midden in de zomer haalde ik een ijstaart en ging ermee in de rij staan. Totdat iemand zei dat ik beter gelijk naar het parlementslid kon gaan, aangezien hij anders een plasje melk kreeg. Het hele kantoor lag in een kronkel dat ik het in mijn hoofd had gehaald om die man überhaupt te bedanken – “Dat hoort hij toch te doen? Waarom denk je dat hij dat kantoor heeft, Sophy?” – en dan ook nog een ijstaart te gaan halen, terwijl ik niet eens wist of hij wel een diepvries op zijn kantoor had.

katreli
Mijn ouwe koektrommel

Of die keer dat ik een paar vrienden zou ophalen, die in dienst waren en ergens in een enorm ondoordringbaar bos in een kazerne zaten. Ik nam natuurlijk een verkeerde afslag en kwam aan de verkeerde kant van de kazerne uit met mijn buitenlandse nummerborden. Gelijk de ganse kazerne in rep en roer; ze dachten dat ik een spion was en ik kwam zeker een half uur niet meer bij van het lachen. “Zie ik eruit als een spión dan?”, hikte ik. “Ja m-m-maar je hebt buitenlandse nummerborden!”, was het verbouwereerde antwoord. Toen ik dan eindelijk de juiste ingang gevonden had en mijn vrienden die het verhaal al gehoord hadden, was het tijd voor een weekend op een strand. Slapen op het strand in een slaapzak en de hele dag in de zee grappen maken en ladingen koffie drinken. Op de terugweg nog even langs het bos en hoe iedereen ook zei dat er zo weinig schildpadden waren, ik ving er echt altijd eentje en was gek met die beesten.

Een paar jaar lang woonde ik met een huisgenoot die dansleraar was. Het was een enorm appartement met een luxe badkamer en keuken, vlakbij het centrum en ook vlakbij de prachtige Ano Poli, de traditionele bovenstad van waaruit je de hele stad kon zien. Vlakbij de markt waar ik mierzoete zelfgemaakte wijn haalde bij een boer die dat met een kar verkocht, bij de bakker met de aardige mevrouw die ook bruinbrood verkocht, omdat iedereen opeens dacht dat dat gezonder was dan witbrood. Overal waar ik naar toe ging, waren aardige mensen en ik kende de halve stad en zij mij. Toen ik terugging naar Nederland besefte ik niet goed hoe perfect ik daar paste en hoe ontzettend veel mensen ik kende. Gewoon omdat ik altijd met iedereen een gezellig praatje maakte en niet via mijn familie, want die had ik immers niet. Hoezeer ik de prachtige natuur zou missen, het warme weer, het buitenleven, de verbondenheid tussen de mensen, mijn prachtige taal en de radio die Griekse muziek speelde als je hem aanzette.

Ik vertel nog twee tandartsgrappen en dan hou ik het weer voor gezien. Eerst deze: in het begin had ik een tandarts die ik via-via kende. Toen ik er op een dag heen ging en een gaatje had, wilde ik geen verdoving, want dat had ik in Nederland ook nooit. De man viel bijna flauw toen ik volhield dat ik het echt niet wilde en vroeg ie dere 3 seconden of ik écht, écht, écht geen verdoving wilde. Na die behandeling had hij me zo bang gemaakt, dat ik zelf ook geen gaatjes meer durfde te laten vullen zonder verdoving. Een aantal jaar later had ik een Amerikaanse vriendin, die een paar vrienden had die voor tandarts studeerden. “Kom mee”, zei ze op een dag gezellig tegen me, “we gaan tandsteen laten verwijderen. Die studenten moeten dat leren en het is gratis”. Ik had nog nooit van tandsteen gehoord, maar ging leuk mee. Waarom niet? Ik had toen nog een goed gebit en als ik ergens niet bang voor was, was het wel de tandarts. Nou, ik ging zitten en de ontzettend aardige jongedame keek in mijn mond. Toen keek ze mij stomverbaasd aan en nog een keer in mijn mond. “Wat is er?”, vroeg ik. “Meid, je hébt helemaal geen tandsteen!!”, riep ze vertwijfeld uit, “dat heb ik nog nooit meegemaakt!”. Ja, ik kreeg pas tandsteen toen ik al een tijdje kinderen had. Daarvoor wist ik niet eens wat het was.

sophy-ellada2
Ik 28 jaar oud, Thessaloniki

 

Het kan zijn dat ik híer en nú geen leven heb, maar dat is zeer zeker niet altijd zo geweest. Toen was ik geen genezer, maar met mijn gezellige vrolijkheid en maffe logica heb ik heel wat mensen een heel stuk genezen van ziekte, eenzaamheid en verdriet. Het leven was echt niet zo heel vriendelijk voor me en mensen om me heen zagen toen ook al dat ik wel opvállend veel tegenslagen te verwerken kreeg. Maar ik had gezelschap van allemaal leuke mensen, kon het goed vinden met mijn medestudenten en (hoog)leraren, met collega’s en met iedereen wel eigenlijk. Er was altijd wel iets om te doen en ik had een gevuld leven. Later terug in Nederland woonde ik eerst in Kampen, waar ik een gezellig groepje Griekse vrienden had, die de pijn van het moeten missen van mijn vaderland en van het alleenstaand moeder zijn verzachtten. Ook in Wageningen kende ik de halve stad en had ik een paar vriendinnen, totdat mijn ex-man niemand meer in huis wilde hebben en mijn gezin begon af te breken, net zolang totdat de kinderen en ik bij hem weggingen en ik doodziek werd.

Toen kregen de kwade mensen, die mijn hele leven onzichtbaar om me heen gestaan hadden, maar me niet omver konden krijgen, de kans om mij en mijn jongens de doodsteek toe te dienen. Overal maakten ze me zwarter-dan-zwart en het is bizár dat dat hun gelukt is. Ik was altijd en overal zó geliefd en zelfs de meest vreselijke mensen vonden me een frisse wind door hun leven. Ik heb een heleboel ontdekt van wat ze uitgespookt hebben om ons latje voor latje af te breken, maar hoeveel méér moeten ze niet gedaan hebben dan alles wat ik ooit zal kunnen ontdekken? Hoeveel enórme leugens moeten ze niet verteld hebben over ons? En hoe kregen ze het voor elkaar dat mensen dat geloofden? Ik schizofreen en ongeloofwaardig!!! Waar háál je de larie vandaan?? Iedereen die mij ziet of hoort, weet onmiddellijk dat ik een hartelijke en intelligente vrouw ben en een bijzonder goede moeder bovendien. Voor mijn eigen kinderen en voor alle andere die ooit bij ons geweest zijn of die ik heb gekend in mijn leven. Hoe hebben ze het voor elkaar gekregen dat mijn ganse leven in het graf is komen te liggen? Hoeveel magie, geprogrammeerde shit en leugens hebben ze wel niet over me heengegooid?

Hier heb ik nog muziek voor je uit Griekenland. Helena Paparizou, Zweeds-Griekse show woman, die in 2005 het Songfestival won met onderstaand nummer My number one. Ze won overigens nog een hele lijst met prijzen en dit nummer ken je misschien nog wel. Swingt de pan uit.

 

 

 

 

© Sophia Vassiliou

 

Deze post heeft 2 reacties

  1. Dank je wel Angelique, wat lief! Ja ik help het je hopen, het is tijd. Ik wens jou ook alle goeds en alle moois toe! Alles gewoon, dat het allemaal meezit, dat er liefde is en alles wat je graag wilt en nodig hebt! Liefs, Sophia

  2. Angelique

    Wowww, heavy shit wat je meegemaakt hebt. Ik wens jou alle goeds en heel veel liefde en geluk toe in je leven. Dat je heftige verleden als water van je afvalt en je deze energie nooit meer zal voelen omdat het je niet meer kan raken. Dat je toekomst vol met liefdevolle en vrolijke gevoelens moge zijn en dat je verder leeft in vrede, liefde en licht op deze planeet.

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.