Man of vrouw?

Man of vrouw?

Iets wat bij het inclusieve Wokedenken hoort en wat ik heel erg vind, is genderverwarring. Een heel trieste toestand, waarin iemand niet meer weet bij welk geslacht hij of zij hoort. Daarover praten is uit den boze volgens deze vreselijke ideologie, want dat zou betekenen dat deze mensen niet in hun waarde gelaten zouden worden. Zelfs kinderen moeten, als het aan Tedros Ghedreyesus van de WHO ligt, worden opgevoed met aangeleerde verwarring en onzekerheid over hun geslacht. Nu had ik vroeger een buurmeisje dat hiermee zat en het geweldig oploste als peuter, maar veel mensen zijn verscheurd van binnen over hun identiteit en weten niet meer hoe zich staande te houden.

titatovenaar-kameel-aardbei
De Tita-Tovenaar

 

Meisjes of jongetjes?

Mijn buurmeisje zei, toen ze drie was: “Als ik vier word, word ik een jongetje”. Wij, de kinderen uit de buurt en haar familie, vonden dat ongelófelijk schattig en zeiden dan dat dat een groot wonder zou zijn. Misschien wel van de Tita-Tovenaar. Toen ze vier werd en geen jongetje geworden was, liet ze geen traan. Integendeel, ze zei stug: “Als ik víjf word, dán word ik een jongetje”. Toen ze vijf werd en nog altijd een meisje bleek te zijn, liet ze het er maar bij zitten en accepteerde ze dat ze een meisje was. Ik denk zelf dat ze dat zei, omdat ze een groter broertje had en dacht dat ze later net zo zou worden als hij: een jongetje dus. Haar ouders gaven haar een aai over de bol en praatten er verder niet over. Ook een gemiste kans, denk ik. Ze hadden haar kunnen vertellen dat ze wel net zo gróót zou worden als haar broertje, maar dat ze dan nog wel een meisje bleef. Net als mama, die was immers ook een meisje. En net als Natassa en de andere meisjes die wat ouder waren dan hun dochtertje. En oma en tante en de juf …

Maar stelt u zich nou eens voor dat dit meisje ouders had gehad, die onder invloed van het gedram over genderneutraliteit waren geschrokken van haar opmerking en haar serieus hadden genomen. Ouders, die een boekje over meisjes, jongetjes en kindjes die het even niet zo goed weten, erbij hadden genomen en het meiske hadden beïnvloed met die Wokenonsens over seksuele verwarring. Die hadden het hele kind kapot kunnen maken door aan te praten dat ze ook neutraal kon zijn. Geen jongetje en ook geen meisje. En dan mocht je nog maar hopen dat het een echt meisje was, dat heel hard ging huilen omdat ze niet meer zeker wist of ze nog wel echt een meisje was. Dit meisje had er geen twijfel over dat ze een meisje was, maar had gewoon veel gezonde kinderfantasie. Met de jaren werd ze logischer, zoals het in een normale opvoeding eigenlijk altijd wel zo’n beetje gaat. Het verschil tussen een jongen en een meisje zit immers niet alleen maar in een ander geslachtsdeel, maar in een totaal andere manier van denken, voelen en in het leven staan. Daarom trekken mannen en vrouwen elkaar ook aan.

Ik speelde zelf als kind meestal bij de buren, omdat ik thuis niets mocht. Daar speelden we als meisjes meestal samen en de jongens gingen vaak iets anders doen. Na een tijdje gingen we dan samen een spelletje doen. We verkleedden ons en speelden toneel, maar speelden ook vadertje en moedertje, bouwden tenten en hutten en speelden met blokken of lego naast poppen en beren. Ook lazen we boeken. Mijn vriendin op het gymnasium was technisch aangelegd en haalde alle apparaten in huis uit elkaar om ze te repareren. Dat kreeg ze nog voor elkaar ook, maar ze bleef beslist een meisje. Een andere vriendin deed aan ballet en deed echt nooit jongensachtige dingen. Ik zelf was ook meer een meisje, maar minder dan zij. In de tijd waarin ik opgroeide, eind jaren ’60 en jaren ’70 grofweg, waren kinderen daar redelijk vrij in en werden de meeste niet gestuurd. Het lag ook wel een beetje aan de ouders, maar niet in dezelfde mate als nu het geval is.

In mijn jeugd was meisjesspeelgoed bijna nooit roze, om eens een voorbeeld te noemen. Ik had een blauw tasje, zwarte schoentjes, een oranje springtouw en rode en witte Lego. Ik weet zeker dat als ik een roze pony had, een roze Barbie en roze Lego, dat ik daar dan wel een beetje horendol van geworden zou zijn. Waarschijnlijk had ik een kwast gepakt en de boel pimpelpaars geverfd. De blokken met een pak textielverf in de wasmachine en de beren en poppen daarbij. Roze kleren hadden meisjes ook niet in mijn kindertijd. Het zal misschien ook de mode geweest zijn die anders was, maar wij droegen van alles behalve roze. En de jongens droegen ook niet alleen blauw en zwart, zoals nu. Het was niet genderneutraal, maar meer divers dan nu en je werd minder in een hoek geduwd als kind met de boodschap: jij bent een meisje, dus jij moet alles roze. Of voor de jongens: jij bent een jongetje, dus jij moet alles blauw. Nee, ik speelde ook met dieren en toen de dinosauriërs in de mode kwamen, las ik daar boeken over. Dat wás niet alleen maar voor jongens, zoals nu wordt gezegd. Mijn nicht uit een dorp in Groningen sprong slootje en bouwde hutten. Die wilde niets weten van poppen. En nu? Nu is ze getrouwd en moeder van vier kinderen.

De generaties na die van mij gingen hun kinderen in het algemeen heel actief opvoeden als jongens of als meisjes. Ik weet nog dat iedereen me vroeg of ik een jongetje of een meisje zou krijgen, toen ik zwanger was van mijn oudste. Zelf had ik geen idee en het boeide me ook totaal niet: “als het kind maar gezond en gelukkig is”, antwoordde ik altijd op zulke vragen. Ik had daarom witte, gele en groene kleertjes gekocht voor het begin en later meer jongensachtige en stoere kleertjes. Voor het moment dat hij naar speelgoed zou grijpen, had ik een oude trein uit mijn kindertijd en een pop neergezet: kijken wat hij zou pakken. En hij pakte … de trein! Later hoorde ik dat heel veel ouders iets dergelijks hadden gedaan met hun kleintjes, gewoon om te kijken wat hun kind zou doen. En allemaal zeiden ze dat hun jongens iets ‘jongensachtigs’ pakten, zoals een auto of een trein en de meisjes een pop of een beer. Het zit er gewoon in, zeiden we dan. Hadden ze iets anders gepakt, dan hadden denk ik al die ouders dat grappig gevonden. Wat ze níet hadden gedaan, was zich zorgen maken.

In de klas op de toen nog lagere school – groep 3 tot en met 8 van nu – zat een jongen bij me in de klas, die er wat meer moeite mee had. Hij was een jongen, maar hield ook van meisjesdingen zoals koken en verzorgen. Hij kreeg er geen hulp bij van zijn ouders of de juffen en meesters op school, dus dat besprak hij vaak met mij. Ik zei dan dat hij gewoon moest zijn wie hij was en dat hij toch goed was. Dan gingen we samen breien of tekenen op het schoolbord. Onder de kinderen was hij volkomen geaccepteerd en had hij zowel vriendinnetjes als vriendjes. Hij kreeg later veel twijfels over zijn seksuele geaardheid, maar trouwde uiteindelijk met een vrouw en is voor zover ik heb meegekregen, gelukkig. Hij heeft een beroep in de zorg waar hij helemaal goed uit de voeten kan met zowel zijn mannelijke als vrouwelijke kanten. Had hij meer begripvolle ouders gehad, die hem ermee hadden geholpen, dan had hij zijn plek eerder en gemakkelijker gevonden, maar ook nu kwam hij goed terecht. Als hij in een arm gezin in een grote stad was geboren, had hij het hoogstwaarschijnlijk niet moeilijker gehad.

Als de mensen die ik hierboven noemde, in déze tijd opgegroeid waren, zou het best eens kunnen dat ze veel grotere verwarring over hun identiteit als jongen of meisje hadden gehad. Ik weet het wel zeker zelfs. In een genderneutrale opvoeding moet je als ouder je kinderen verplicht zowel met jongens- als met meisjesspeelgoed laten spelen. Om dat überhaupt te kunnen, moet je het speelgoed om te beginnen al indelen in mannelijk en vrouwelijk, hetgeen nog niet zo heel eenvoudig is. Ik zat daarnet op de website van een kinderdagverblijf te lezen en daar las ik dat blokken voor jongens waren. Lego ook. Dat is volkomen nieuwe informatie! Bij een auto of Knexx kan ik me nog iets voorstellen, maar blokken? Lego? Om je kinderen genderneutraal te kunnen opvoeden, moet je die tweedeling klaarblijkelijk maken. Als je het leuk vindt om te lezen hóéveel verwarring er bestaat over het opvoeden van meisjes en jongens, is dit artikel uit het Parool van vorig jaar misschien leuk. Renske de Greef, die wekelijks in de NRC grappige tekeningen over het dagelijkse leven maakt, komt van alles tegen als moeder van (geloof ik) twee dochters. Die voedt ze genderneutraal op en ik denk dan: “Wat is hier genderneutraal aan?”.

Als het aan de WHO ligt, moeten we kleine kinderen al gaan vertellen dat er verschillende soorten seksuele geaardheid zijn en dat het niet vastligt of zij later als ze groot zijn, op een man of op een vrouw verliefd zullen worden. Misschien willen ze dan ook wel van geslacht veranderen. Wat ik daarvan vind, is: dikke streep erdoor! Laat je kinderen vrij in wie ze zijn. Ik noemde hierboven al een paar voorbeelden van kinderen die in hun jeugd strubbelingen hadden met hun geslacht of zich anders gedroegen dan het stereotype kind. Allemaal zijn zij goed terechtgekomen, waarmee ik bedoel dat ze gelukkig zijn geworden. Ik heb homoseksuele vrienden en collega’s gehad en mensen van alle soorten, rassen en religies. Daarin ben ik verre van de enige. Kinderen kunnen over een beetje verwarring over hun geslacht heengroeien. Je kunt er ook met ze over praten en ze vertellen wat ze zijn. Ze vragen waarom ze dat niet leuk vinden. Leg er alleen niet te veel nadruk op. Alles wat met geslacht en met seksualiteit te maken heeft, moet ver bij een kind vandaan gehouden worden. Ze zijn of jongetje of meisje en verder hebben ze activiteiten waar ze van houden en andere die ze minder kunnen waarderen. Het is al erg zat als volwassenen verdriet hebben om hun geslacht. Dat moeten we niet ook nog eens gaan promoten bij kinderen!

 

Het probleem met de geslachten

Het probleem met het opvoeden van meisjes en jongens en ook van vrouwen en mannen later als ze groot zijn, is de nadruk die er op het geslacht wordt gelegd. Mensen worden van kind af aan al in een keurslijf gedwongen en moeten van alles. Meisjes moeten meisjes zijn, maar later moeten ze wel manager worden. Ergens bij een bedrijf of instelling. Jongens moeten jongens zijn, maar ze moeten wel een mannelijke studie doen en zoveel mogelijk carrière maken. Toch ken ik heel veel mannen die dat juist helemaal níet willen en die helemaal gelukkig zijn met bijvoorbeeld hun eigen klusbedrijfje. Ook ken ik genoeg vrouwen die de keuze hebben om als moeder wel of niet te werken en dan kiezen voor huisvrouw zijn. Van binnen ben je iemand en die iemand die zit helemaal door je heen: in je genen, je lichaam en in je brein. Je kunt wel een beetje sturen wie je wilt zijn of hoe je wilt leven, maar het meeste van wat je later als volwassen mens gaat doen, komt voort uit je biologie. Dat is een combinatie van wie je van nature bent, hoe je bent opgevoed en wat je zelf voor keuzes maakt. De natuur maakt hiervan het grootste deel uit.

Laten we nog eens kijken naar speelgoed dat voor jongens of juist voor meisjes zou zijn. Zonet vroeg ik me al af waarom blokken of Lego niet voor meisjes zouden zijn. Ik voeg daaraan de vraag toe waarom het vangen van kikkers of muizen alleen leuk zou zijn voor jongens. Zelf vond ik dat vroeger helemaal geweldig. Waarom zouden jongens niet met een beer mogen spelen? En waarom zouden meisjes niet mogen zagen, boren en hameren? Het is de manier waarop een meisje zoiets aanpakt, die een meisje van haar maakt. Niet de activiteit zelf. Een jongen zal een boor gemakkelijker pakken en er zonder angst een gat mee in de muur boren. Een meisje zal wat vaker voorzichtig en precies te werk gaan, maar ze hangen allebei een plank aan de muur! Waarom zou een meisje of een vrouw dat niet mogen kunnen? Wat maakt dat een jongen niet met een naaimachine overweg mag kunnen? Als je het mij vraagt, is het probleem tussen jongens en meisjes dat bijna alle speelgoed en bezigheden worden gezien als ‘voor jongens’. Dinosauriërs ook. Meisjes spelen met paardjes en jongens met dino’s. Onzin! Mannen rijden toch ook paard? Waarom mogen ze dan niet met speelgoedpaarden spelen als kind? En waarom mag een meisje niet alle dino’s uit haar hoofd kennen? Waarom mogen meisjes niet ravotten of hutten bouwen?

 

Er is niet een derde geslacht, maar er is een overlappend gedeelte van het leven, dat zowel jongensachtig als meisjesachtig is.

 

Mocht u het nog leuk vinden om een genderneutrale film te zien over kinderen, dan heb je hier de trailer van Cuties. Nieuwe film op Netflix uit 2020. Na het zien van de trailer vraag ik me af of de film wel iets van doen heeft met genderneutraliteit. Of het niet meer gaat om een meisje dat heel strak islamitisch wordt opgevoed en zich daarvan probeert los te maken. Ze komt terecht bij een wel érg vrije meidendansgroep. Zelf heb ik hem nog niet gezien, maar het zou een goed voorbeeld kunnen zijn van hoe je kinderen níet moet seksualiseren, voordat ze daaraan toe zijn. Ik denk ook dat u hem eerst even zelf moet bekijken voordat u hem aan de kinderen laat zien, als ik de commentaren lees. Ik laat hem niet zien om er reclame voor te maken, maar om te laten zien hoe erg de maatschappij in de war is op het gebied van heel veel zaken, waaronder ook geslacht en seksualiteit.

 

 

 

 

© Natassa Vassiliou

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.