Het leven van een kind

klein meisje

Sorry, this entry is only available in Dutch For the sake of viewer convenience, the content is shown below in the alternative language. You may click the link to switch the active language.

Door Theo Belhuizen. Meestal bekijken we het leven vanuit het blikveld van een volwassene, maar ik dacht dat we vandaag ook eens even konden kijken naar hoe een kind het ziet. Gewoon een kind, niet alle kinderen. Ieder kind ziet de dingen net weer even anders.

Het eerste dat een kind meemaakt, is de buik van z’n mama. Dat voelt eerst als een zwembadje, maar later wordt het steeds nauwer. Als hij zich wil omdraaien, moet hij zich afzetten en dat voelt mama. Ze kan haar buik aan de buitenkant zelfs zien bewegen.

Dan op een dag mag ‘ie eruit! Langs de glijbaan jihaaaa naar buiten! Ja, dat had je dus gedroomd. Moeizaam wringen is het en mama moet heel hard meehelpen. Soms moet er zelfs een dokter bijkomen met zo’n griezelige tang in haar handen of moet mama’s buik opengesneden worden. Maar nu is ‘ie er en wat denk je? Een meisje!

Papa is er ook en een verpleegmevrouw. En nog een groter kindje. Dat wordt vast mijn grote broer, denkt het nieuwgeboren meisje uitgeput maar trots. Iedereen kijkt een beetje moeilijk: ze hadden dus blauwe kleertjes gekocht, want op de echo leek ze op een jongetje. Maar de fee van Pinokkio was toch ook blauw? Wat geeft dat nou? Ze ís er toch en nu moet iedereen blij zijn? Nou, wacht maar, ze gaat even leuk kijken. Dan lacht iedereen vast. Weeeh!! Oh help, dat was ook zo. Kleine baby’tjes kunnen alleen huilen. Maar nu kijkt iedereen opeens vertederd naar haar. Ze moet iets goed gedaan hebben. Tevreden valt ze aan mama’s borst in slaap.

Ze wordt wakker doordat ze hardhandig wordt geaaid. Haar broertje! Zien kan ze hem nog niet goed, maar ze weet het. Ze probeert te lachen en blijkbaar lukt dat, want het jongetje trekt mama aan haar mouw en zegt: “kijk mama, beebie la!”. Ze voelt mama’s trotse blik en haar zachte hand tegen haar gezichtje. Het leven is mooi, denkt de baby. Ze krijgt een borst aangereikt, want mama denkt natuurlijk dat ze honger heeft. Misschien wel. Eens proberen? Ja! Honger.

Een tijdje later kan Sabina, want zo is ze genoemd, de kamer een beetje rondkijken. Het meeste is vaag, maar alles wat dichtbij is, ziet ze scherp. Papa is veel weg en als hij thuiskomt, is hij vaak moe. Hij wil even zitten en iets drinken in zijn stoel. Daarna speelt hij met Dirk-Jan met haar op de arm. Ze ligt stil om papa rust te gunnen.

Dan moet ze naar een plek met een heleboel kindertjes: de kinderopvang. Dirk-Jan is daar ook en soms komt hij haar aaien. Al snel leert Sabina zitten en zelfs al kruipen. Het is de enige manier om deze lawaaiige plek te verkennen en begrijpen. Na héél lange tijd en héél veel slaapjes komen papa en mama hen weer ophalen. Haastig gaat mama dan koken, terwijl papa op de kinderen let. Daarna gaan ze al snel slapen. Sabina bij haar ouders op de kamer en haar broer in het kamertje ernaast. Hij heeft een mooie plaat met een grote springende vis aan de muur hangen. Doffij noemt hij de vis en Sabina hoopt dat zij dat later ook mag.

Haar mama is vaak erg gestresst en papa heeft verdriet. Sabientje voelt het wel, al zeggen ze er niets over. Op de opvoedcursus wordt hun verteld dat je je kinderen nooit mag vertellen hoe je je voelt. Dan komt er een grote, boze mevrouw je kindjes weghalen en dan krijg je ze nooit meer terug. Sabien en Dirk-Jan proberen allebei rustig te doen, maar soms lukt dat niet zo goed. Op de kinderopvang is het druk met zoveel kinderen, die lang niet allemaal aardig zijn. En de juffies ook niet. Soms moeten ze alle indrukken van zo’n lange dag even kwijt door druk rond te rennen.

Papa en mama begrijpen dat niet goed en zijn bang voor als Sabien naar school moet. Dirk-Jan is daar altijd rustig, maar stel je voor dat die kleine meid druk is? Dan krijgen ze nog meer problemen en ze hebben het al zo druk. Eigenlijk kan mama het niet aan om te werken, maar ze hebben een duur huis gekocht. Nu moet ze wel of anders moeten ze daar weg. Sabina vindt het niet zo erg. Een vriendinnetje woont in een flat. Dat is klein en hoog, maar ze heeft liever haar mama terug dan dat ze in een mooi huis woont met een tuin om tenten te bouwen.

Toch gaat het niet zo. Wanneer Sabina naar school moet, komt er nog meer stress. Na schooltijd is ze moe, maar dan moet ze naar de bso. Weer een drukke kinderopvang en weer heel lang wachten op papa en mama. Sabina wordt er ziek van. En Dirk-Jan kan niet meer goed leren.

Thuis gaat het ook niet goed. Papa zegt tegen mama dat ze móét stoppen met werken, maar mama is bang om arm te worden. Dan wil híj minder gaan werken, maar ook dat wil mama niet. Er is niet met haar te praten. Ze wil per se doorgaan met alles en steeds komt er meer ruzie.

Totdat papa op een dag zachtjes tegen Sabina en haar broer zegt: “Pak je mooiste spulletjes maar in deze mooie koffer. Ze doen het stilletjes terwijl mama niet thuis is en dan neemt papa ze mee in de auto. Bij een flatgebouw stopt hij. Hij leidt hen naar binnen en maakt een deur op de benedenverdieping open met een sleutel. “Het is niet zo mooi als het oude huis, maar we hebben een klein tuintje “, zegt hij. Dus hier gaan ze wonen! En mama dan? Sabina vraagt het. Papa pinkt een traan weg uit zijn ene oog.

“Mama wil in een mooi en duur huis wonen”, zegt hij. “Ze gaat nog harder werken om alles zelf te betalen. Ik ga minder hard werken, want ik wil bij jullie zijn. Iedere woensdag ben ik vrij en dan gaan we samen ‘s middags naar de speeltuin. We hebben geen geld meer voor dure cadeaus en vakanties, maar ik denk dat jullie dat niet erg zullen vinden!”. Papa had gelijk. Ze zagen mama alleen in het weekend en dan had ze het altijd druk. Ze moest schoonmaken en in haar tuin werken. Sabina en Dirk-Jan gingen steeds minder vaak en minder lang naar haar toe. Het was nog steeds moeilijk op school en dan ook nog de bso, maar thuis was er tenminste geen ruzie meer.

Soms kwamen er vrienden van papa of gingen ze daar op bezoek. Zelf hadden ze ook vriendjes en Dirk-Jan en Sabina zaten op voetbal. Toen ze naar de middelbare school ging, mocht Sabina zelf naar huis fietsen als papa nog werkte. Of ze ging naar een vriendinnetje om samen huiswerk te maken.

Het leven was best goed, maar Sabina miste haar moeder erg. Dirk-Jan zei dat ze haar met rust moest laten, maar Sabina wilde het nog een keer proberen. Ze plukte een bosje bloemetjes uit hun tuintje en ging naar haar toe. Een man deed de deur open. Mama had een nieuwe vriend! Die wilde haar gelijk knuffelen, maar Sabina dook weg. Ze gaf haar moeder die in de keuken stond en er moe uitzag, de bloemen en wilde alweer weggaan. Maar die nieuwe man hield haar tegen.

“Je moet vaker komen”, zei hij op dwingende toon tegen haar. Sabina deed weer een poging om weg te komen, maar weer hield de man haar tegen. “Ik heet Johan”, zei hij in Sabina’s verbaasde gezicht, “en ik ga de band tussen jou, Dirk-Jan en je moeder weer goed maken. Jullie komen ieder weekend hier. We gaan naar de rechter om dat af te dwingen en dan voeden we jullie op”. Sabina was nu boos en greep haar telefoon. Johan griste die uit haar handen en keek haar dreigend aan. “Mam?”, piepte het meisje bang, maar haar moeder keek vermoeid naar haar en ging verder met koken.

“Geef mijn telefoon terug of ik ga naar de politie!”, schreeuwde Sabina opeens. “Ik kom nooit meer bij jullie, al gaan jullie naar honderd rechters! En Dirk-Jan ook niet. Hij heeft me nog gewaarschuwd om hier niet meer te komen, maar ik luisterde niet. Ik wilde het goedmaken met mama, maar dat hoeft nu niet meer”. Ze greep haar telefoon terug en rende het huis uit. Johan riep haar nog na dat ze niets mocht vertellen van wat er gebeurd was, maar Sabina keek niet om en racete weg op haar fiets.

Toen ze overstuur thuiskwam, was Dirk-Jan alleen thuis. “Wat is er?”, vroeg hij bezorgd. Sabina was blij dat ze een lieve broer had. Andere broers zouden haar irritant gevonden hebben, maar Dirk-Jan niet. Die voelde haar aan. “Ik was bij mama”, stotterde ze tussen haar tranen door en met schokkende schouders. “Daar was een vent. Johan heette hij en hij is de nieuwe vriend van mama. Wist je dat?”, vroeg ze haar broer. Die knikte van ja. “Daarom zei ik je daar niet heen te gaan”, zei hij zachtjes, zijn arm om haar heen slaand. “Ik had het je moeten zeggen, maar ik zat met andere dingen aan mijn hoofd. Heeft hij je iets gedaan?”.

“Hij wilde me niet laten gaan”, huilde Sabina. “Ik was zo bang! Hij hielde me steeds tegen en zei dat hij naar de rechter gaat met mama om te eisen dat wij daar ieder weekend naar toe moeten. Nou, ik ga daar nooit meer heen en dat heb ik hem ook gezegd!”, maakte ze haar zin af. “Goed gedaan”, antwoordde Dirk-Jan, “we gaan de politie morgen bellen en we vertellen het straks ook aan papa als hij terugkomt van zijn vergadering”. Sabina huilde weer. “Die man heeft me gedreigd dat ik niets mag zeggen”, zei ze. “Straks doet hij ons nog wat aan”. Dirk-Jan maakte zich groot. “Nou, dan krijgt hij met óns te maken!”, zei hij stoer.

Een uur later was alles opeens veranderd. Er zat politie in de kleine, maar gezellige woonkamer en papa liep te ijsberen. Hij vertelde de politie zelf wat er gebeurd was om Sabina niet weer overstuur te maken en vroeg hun wat hij het beste kon doen. De politie zei dat wat die man Johan gedaan had, kindermishandeling heette en dat ze aangifte konden doen. Ze konden ook een straatverbod voor hem vragen, zodat hij nooit bij hen thuis zou kunnen komen en ze konden aan de rechter vragen dat hun moeder geen gezag meer over Sabina en Dirk-Jan zou hebben. Ze deed toch nooit iets voor hen, dus ze zouden haar niet missen.

Ze deden alles wat de politie gezegd had, maar daar hadden ze buiten de waard gerekend: Johan had een hoge baan ergens bij de provincie en kende heel veel dure mensen. Die had hij allemaal leugens over Sabina’s vader verteld en die liet hij getuigen op de rechtbank. Sabina en Dirk-Jan kwamen voor papa op, maar de rechter geloofde de dure mensen. Ze besloot dat de kinderen ieder weekend naar hun moeder moesten en zo niet, dan zou hun vader het gezag over hen verliezen. Hoe de politie ook verteld had en gemaild ook dat het daar niet veilig voor ze was, ze moesten verplicht gaan.

Sabina werd weer ziek en begon slechte cijfers te halen. Dirk-Jan trok zich terug van zijn vrienden en zat alleen nog maar thuis te gamen op zijn kamer. Johan had een fancy spelcomputer voor hem gekocht en dwong hem om als hij daar was, in de woonkamer te zitten en met hem en zijn moeder te praten. Papa bereidde ondertussen een hoger beroep voor bij de rechter en haalde de Kinderbescherming erbij. Al zijn vrienden kwamen praten met de Kinderbescherming en verzekerden hen ervan dat hij een geweldige vader was. Dat hun moeder materialistisch was en altijd moe. Materialistisch, Sabina vond het maar een moeilijk woord. Het betekende dat ze alleen om geld gaf en dat was waar. Mama had allemaal dure kleren en schoenen en ging altijd dure weekendjes weg met die Johan.

Maar de Kinderbescherming geloofde hen niet. Die vroegen de school om informatie, de huisarts en de schoolarts, die het gezin helemaal niet goed kenden. Naar papa’s vrienden werd niet geluisterd, alleen naar Johans vrienden, want die hadden ergens een hoge baan en die van papa waren gewone mensen. Papa verloor het hoger beroep ondanks dat hij een psycholoog had ingeschakeld, die ook had geschreven dat hun moeder niet goed voor de kinderen was. De Kinderbescherming zei dat zij die psycholoog niet hadden uitgezocht en dat die dus niet objectief was. “De vrienden van Johan zeker wél?”, sneerde papa naar hen, maar ze waren vastbesloten.

De rechter besloot nu dat Sabina en Dirk-Jan verplicht bij hun moeder moesten wonen en dat papa niets meer over hen te zeggen had. Sabina klampte zich aan haar vader vast en Dirk-Jan huilde dat dat crimineel was en dat ze bang waren voor die enge man Johan. Maar de rechter was onvermurwbaar en besloot dat ze hun vader maar één keer in de drie maanden mochten zien. Johan randde Sabina aan en die ging naar de politie. Die zuchtte en zei dat ze niets meer konden doen voor haar. Toen verkrachtte Johan haar en sloeg hij Dirk-Jan bont en blauw. Niemand die iets deed.

Sabina en Dirk-Jan vluchtten naar hun vader, die al vliegtuigtickets had geregeld naar een ver land. Zonder veel spullen vertrokken ze hals-over-kop. Ze hadden geluk bij de douane dat ze niet werden gecontroleerd. Ze kwamen in Colombia aan, een heel arm land waar het leven heel moeilijk was. Hun vader had een paar vrienden die daar vandaan kwamen die hadden hen geholpen om een klein flatje te kopen. Hij had ook een baan daar en de kinderen moesten daar naar school. Er waren straatbendes en ze moesten voor zichzelf leren opkomen. En Spaans moesten ze leren. Het was heel moeilijk, maar alles beter dan bij die enge man in huis zitten.

Toen Sabina haar school had afgemaakt, was ze 18 en meerderjarig. Ze vertrokken met z’n drieën naar de Verenigde Staten, die niets meer tegen hen konden ondernemen. Sabina ging studeren en Dirk-Jan ging werken bij een autogarage. Hij kreeg een leuke vriendin en ook papa vond een nieuwe liefde. Johan en hun moeder kwamen hen opzoeken, maar moesten in een hotel verblijven. Ze kregen mama’s kinderen niet te zien en moesten aftaaien. Met gebogen hoofd verlieten ze Amerika. Hun verhaal kwam in het nieuws in Nederland en de mensen keerden zich eindelijk tegen Johan. Hun moeder nam een overdosis aan tranquillizers, waaraan ze overleed en Johan werd opgepakt voor geweldpleging en verkrachting.

De Kinderbescherming hield zich stil en wilde niet reageren in de pers. Hun grove fouten toegeven was iets wat ze nooit zouden doen, maar dan hadden ze niet op papa gerekend. Die deed hun een rechtszaak aan, waarbij hij nu ook steun kreeg van mensen met een dure baan. Er werden mensen ontslagen en de Kinderbescherming werd helemaal opnieuw georganiseerd, waarbij Sabina die pedagogiek had gestudeerd, mocht adviseren. Ze raadde hun aan dat ze naar normale mensen moesten luisteren, niet alleen naar mensen met veel geld en status. Dat ze mensen moesten aannemen die zelf kinderen hadden en die daar goed mee waren. Dat ze goed onderzoek moesten doen en niet alleen maar mensen geloven, die huisarts waren of zoiets.

Dat gebeurde en toen was het afgelopen met terreur in gezinnen. Kinderen werden niet meer weggehaald bij goede ouders. Het publiek begreep dat de verhalen van klagende ouders echt waar waren en waren niet meer bang voor hen. Politie, scholen, huisartsen en dat soort mensen waren niet meer verplicht om bij alles zomaar een melding te doen van kindermishandeling. Andere jeugdzorginstellingen werden opgeheven en er werd een netwerk opgezet om ouders hulp aan huis te bieden. Dan konden ze hun huis beter schoon krijgen, hun administratie goed regelen en gelukkige kinderen opvoeden. Alleen kinderen die echt mishandeld werden, mochten worden weggehaald bij ouders en mensen die ouders zwart maakten, werden gestraft met flinke boetes.

Sabina ging in therapie om haar jeugdtrauma’s te verwerken en kreeg een goed leven. Ze ging werken bij een organisatie die kinderen zoals zijzelf steunde en hulp bood. Haar vader was gelukkig met zijn nieuwe partner en Dirk-Jan begon zijn eigen autogarage, samen met zijn vriendin. Hij steunde Sabina’s stichting met donaties en soms getuigde hij op de rechtbank om kinderen te helpen. Met hen kwam het goed. Sabina hoopte dat het met alle kinderen op de wereld zo goed zou aflopen als met hen en begon lezingen te geven.

 

Dit is hoe het ook kan gaan in de wereld!

 

© Vassiliou Empowerment

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.