Het echte scheppingsverhaal!

Het echte scheppingsverhaal!

Excusez, ce message n’existe pas en français. Le voyez ci-dessous en néerlandais quand-même: Pour le confort de l’utilisateur, le contenu est affiché ci-dessous dans une autre langue. Vous pouvez cliquer le lien pour changer de langue active.

gouden-bal
Zo zag de wereld er zo’ beetje uit, als een prachtige bal gemaakt van gouden licht.

Hoofdstuk 1 Paradijselijk geluk in den beginne

 

Eén puntje licht was de wereld, maar hij groeide snel. Het leven had haast om te beginnen. Binnen een paar minuten was het puntje licht een grote bol geworden. Hij had wel wat van een voetbal weg; het was een bol met twintig vlakken, helemaal van het allerpuurste en helderste licht gemaakt, dat je ooit gezien hebt. De beweging verplaatste zich nu van de bol zelf naar de binnenkant ervan. Er werd een zacht nestje gevormd binnenin de bol, waar precies twee hartjes in pasten. Langzaam werden die twee hartjes gevormd. Er gingen dagen overheen totdat er iets van te zien was. Twee piepkleine hartjes, die er uitzagen net als de bol zelf: een piepklein minibolletje met twintig piepkleine minivlakjes. Die hartjes waren niet een pomp, zoals het hart dat we vandaag de dag kennen. Nee, dit was het pure hart zoals het ooit geschapen is door het leven zelf.

De hartjes groeiden en groeiden. Na drie weken waren ze uitgegroeid tot twee piepkleine babytjes; een jongetje en een meisje die in elkaars armpjes lagen te slapen. Ze groeiden en groeiden, totdat ze op een dag wakker werden met een glimlach op hun gezichtjes. Ze bleven in de bol, die groter en groter groeide om hen heen. De bol was ook een hart: het hart van de wereld en het was de wereld zelf. De wereld was een hart dat overliep van liefde en positieve mogelijkheden.

Het jongetje greep de handjes van het meisje en ze stonden op om te gaan spelen. Ze gingen de bol verkennen en speelden verstoppertje. Daarna speelden ze tikkertje, overlopie en nog een keer verstoppertje. Ze maakten een bloem en keken ernaar. Nog een bloem maakten ze! Een plant daarna en nog een plant. Hoe die vandaag de dag zouden heten, weet ik niet precies, maar de eerste bloem was beslist een roos. Daarna een sneeuwklokje. Toen maakten ze een boom en dat was een olijfboom. Prachtig was hij met trotse, stevige takken en hij zat vol heerlijk zoete olijven. Ze aten ervan en besloten nog meer vruchtjes te gaan maken. Aardbeien en kersen maakten ze en toen klommen ze in de boom om eventjes uit te rusten en te genieten van wat ze aan mooie bloemen hadden gemaakt. Ze namen een handje vruchten mee, die ze langzaam oppeuzelden. Ernstig keek Saraswati haar vriendje aan. “Ik noem je Brahman”, verklaarde ze plechtig, “het licht van de wereld, mijn hartje”. Ze kreeg er een zoen voor op haar wang en toen was het Brahmans beurt om zijn vriendinnetje eens goed aan te kijken. “Dan noem ik jou Saraswati”, besloot hij, na even nagedacht te hebben, “Mijn lieve, wijze vrouwe”. Saraswati keek hem lief aan en zei toen nadenkend: “Moeten we de wereld niet ook een naam geven? Wat vind je, Brahman?”. Brahman fronste zijn wenkbrauwen, ging rechtop zitten en keek eens goed om zich heen. “Goed idee”, zei hij goedkeurend. “Wat dacht je van Hèdi? De plek van liefde en eenheid”. Saraswati knikte instemmend met het geweldige idee en viel even in slaap in de nieuwe wereld.

 

cottage
Dit leek wel een beetje op ons huis

Tikkie!”, zei Brahman en hij rende hard weg. Saraswati sprong op, rende achter hem aan en na enige tijd tikte ze hem. “Jij bent hem nu!”, lachte ze, terwijl ze een boom inklom. Toen ze bovenin was, vloog ze zo door de lucht naar de volgende boom. Brahman dook achter haar aan en het duurde wel eventjes voordat hij haar had getikt. Dat was wel spannend, als je er ook nog bij ging vliegen! Overal waar ze neerzegen, maakten ze bloemen, bomen en planten. Toen Saraswati hem was, zag ze opeens overal Brahmans. Ze barstte in lachen uit en stuurde op iedere Brahman een Saraswati af. Tja, als je van licht gemaakt bent, kun je op meerdere plekken tegelijk zijn … zo kun je alle feestjes tegelijk bijwonen.

mooietuin4

Ondertussen groeiden ze op en kwam de gedachte in ze op om een huisje te maken om in te wonen. Ze probeerden van alles en uiteindelijk werd het een soort snoephuisje met een rieten dak en grote ramen. De wereld was hun tuin en ze maakten nu ook notenbomen. Ze aten de noten niet. Ze aten fruit en later zouden ze nog groentes maken, granen en dieren waarvan ze melk mochten gebruiken. De noten gebruikten ze om hun huis te decoreren. Ze bloeiden het hele jaar door, want het was altijd lekker warm overal. Geen kou, geen hitte, alleen een fijne temperatuur. Het idee om sneeuw en ijs te maken, kregen ze pas veel later en dat kon ook zonder kou.

Op een gegeven moment, toen de twee ieder aan een kant met hun rug tegen een walnootboom aanzaten, kreeg Brahman een idee. Hij maakte een eekhoornstelletje. Een mannetje en een vrouwtje, die hen slim aankeken en toen zo de boom inroetsjten. Saraswati klapte in haar handen, zo mooi als ze het vond. Samen keken ze de eekhoorns na, die van de noten gingen eten. Dit is leuk, dacht ze, ik maak ook iets. En ze maakte een vogelpaartje. Het waren albatrossen, die statig de lucht in zweefden, nadat ze hun scheppers eerst eens goed opgenomen hadden met hun vrolijke kraaloogjes. Urenlang keken Brahman en Saraswati de dieren na. Toen verdwenen ze in hun huisje, hand in hand. Ze lieten zich op de grote, zachte bank vallen en kusten elkaar eens goed. Er kwam een verliefd gevoel op bij hen beiden en ze begonnen elkaar te strelen en te kussen. De kussen werden langer en dieper en ze bedreven voor de eerste keer in de wereld de liefde. Deze liefde zou voor altijd duren. Ze zouden hun leven lang net zo verliefd op elkaar blijven als ze nu waren. In die tijd werd je als vrouw niet zwanger van seksuele liefde en het ging ook niet enkel om het hebben van een orgasme. De liefde bedrijven was het vieren van pure liefde tussen een man en een vrouw. Kinderen werden geboren uit het hart van een vrouw en om die te maken, gingen de aanstaande ouders op elkaars schoot zitten. Ze lieten hun liefde vloeien en hun wens om kindertjes te krijgen. Dan lichtten hun harten op en verschenen er twee piepkleine minihartjes binnenin het hart van de moeder … Zo begon alles iedere keer opnieuw.

 

Hoofdstuk 2 De wereld in wording

selaxi
Deliamma!”, riep Saraswati vanuit de deurpost, “Padheram is al binnen. Kom je zo eten?” Ze had een heerlijke vruchtensorbet gemaakt en Brahman zat te wachten aan tafel. Deliamma was een avontuurlijke meid, die overal bomen neerzette en er dan in klom, helemaal tot bovenin. Dan zweefde ze door de lucht naar de volgende boom, Padheram achter zich aan tronend. Als ze weer op de grond neerdaalden, maakte die een dierenpaartje. Kikkers had hij gemaakt en een plas fonkelend water met prachtige, gekleurde vissen erin. Vaak kon je ze daar vinden, tevreden tegen één van Deliamma’s vlierbomen leunend naar de vissen kijkend. Soms hingen ze ook ondersteboven in een boom om de wereld op de kop te bekijken. Deze twee kinderen waren nooit saai. Ze hadden de allerleukste ideeën.

Brahman had het allerzachtste en groenste mos gemaakt om op de grond te leggen. Daarna had Saraswati gras gemaakt om op te voetballen, nadat Brahman het voetbalspel had verzonnen. Zweefbal speelden ze ook: een soort hand- en voetbal tegelijkertijd, waarbij je ook mocht zweven. Vliegen mocht je niet, want dat ging weer in een ander spel. Brahman ging soms urenlang de bossen in om naar de vogels te kijken en de andere dieren die daar leefden. Hij zette zich op een rotsblok, dat boven een meanderend beekje hing en luisterde naar het kabbelen van het water. Wat was hij gelukkig! Hij leefde in die prachtige Hèdi, de wereld van liefde en eenheid oftewel de wereld met de allerliefste vrouw en de allerleukste kinderen. Ze waren vrolijk, blij, grappig en genoten van alles wat ze deden. Soms bleef hij zelfs dagenlang weg om zijn geluk helemaal te voelen. Daarna kwam hij vol prachtige ideeën terug bij Saraswati en hun twee kinderen. Padheram ging af en toe een eindje met hem mee de bossen in en dan liepen ze urenlang zwijgend naast elkaar, zonder woorden te wijzen naar eekhoorntjes, herten, konijntjes en vrolijk gekleurde, rondspringende kikkers. Alle dieren konden ze ook aaien, maar dat wilden ze niet altijd. Ze bewonderden de prachtige bloemen en roken eraan. Daarna ging Padheram weer naar huis om met Deliamma te spelen.

Saraswati had een weefgetouw van Brahman gekregen en weefde daar prachtige kleden op. Die hingen ze aan de muur of ze legden ze op de vloer, maar er waren er ook waar je op kon zweven. Die legde je buiten op het mos neer en dan ging je erop zitten. “Hos!”, riep je tegen het kleed en dan ging het omhoog, de lucht in. Zo kon je zonder zelf te hoeven vliegen, de wereld in wording eens rustig vanuit de lucht bekijken of aanpassen. Deliamma was een groot fan van de zwevende kleden en ging graag in haar eentje erop uit. Uitgestrekte heuvels waren er, waarvan nog lang niet alles was beplant. Dat hoefde ook niet, want iedereen kon nieuwe dingen maken. Ook latere generaties mensen konden hun fantasie op de wereld loslaten en die nog mooier maken. De bloemen geurden en bloeiden prachtig en overal stonden kersenbomen, olijfbomen, appelbomen, amandelbomen en nog veel meer moois trots met hun krachtige stam en kronkelende takken. Er groeiden mos, gras en tijm op de bodem. Sommige bloemen waren felgekleurd, andere meer in pasteltinten. Er waren stukken natuur waar alles bontgekleurd was en andere waar het rustig groen met bruin was. Er kabbelden beekjes en riviertjes door de tuin en er waren meertjes met glashelder water. Bossen met slingerende paadjes, hoge bomen, dieren en houten bruggetjes over de beekjes heen. Uitkijkrotsen helemaal hoog op een heuvel, waar je kilometers ver kon kijken en strandjes aan het water om lekker lui te liggen of een zandkasteel te maken. Niemand verveelde zich, niemand was chagrijnig of boos en ruzie bestond niet. Iedereen was gelukkig, vrolijk en blij en had leuke ideeën om het leven nog gezelliger te maken.

Brahman en Saraswati wilden graag nog meer kinderen, zodat iedereen nog gelukkiger zou zijn. Ze gingen tegen elkaar aan zitten, Saraswati op zijn schoot en ze lieten hun liefde vrij vloeien. Twee hartjes werden gevormd in haar hart en het leven begon opnieuw. Drie maanden later werden de twee babytjes geboren. Agostam en Aramaniamma heetten ze en ze waren allerschattigst. Padheram en Deliamma liepen rond met de twee baby’tjes en later speelden de vier kinderen veel samen en soms ook weer apart. Agostam en Aramaniamma waren twee gelukkige, vrolijke kinderen. Ze waren inventief en goedlachs en genoten met volle teugen van het leven. Aramaniamma maakte dikke scheepstouwen, die ze tussen bomen of rotsen spande. Daar liep ze als een acrobaat overheen en ze was helemaal voldaan als het haar lukte. In de lucht sprong ze dan en ze maakte salto’s in de lucht. Agostam hield van zwemmen en maakte zwemvliezen, zodat hij pijlsnel vooruit kwam. Aramaniamma hield bij hoe snel hij was en dook samen met hem het water in om daar te ravotten. Samen maakten ze de eerste schommel en ze hadden enorme lol. Hun lach was kilometers verderop hoorbaar.

 

Hoofdstuk 3 Het eerste huwelijk

 

wallaby-aquazoo De dag waarop Padheram en Deliamma volwassen werden en zich in elkaar verliefden, naderde. Van twee vrolijk buitelende kinderen waren ze avontuurlijke pubers geworden en op een dag verliefd op elkaar. Ze kusten elkaar middenin het bos en maakten per plekke een liefdesnestje, waar ze elkaar vonden. Urenlang hadden ze elkaar lief en daarna keken ze in elkaars armen naar de prachtige natuur. Toen ze weer opstonden, hadden ze dezelfde gedachte: ze zouden een plek gaan zoeken om een huisje te maken voor zichzelf. Dat vonden ze op een open plek in het bos, niet ver van hun ouderlijk huis verwijderd. Ze maakten een riant en licht huis met schuifdeuren en een glazen dak. Zachte wollen vloerbedekking en de eerste open haard in de woonkamer. Hun ouders hadden buiten een haardvuur, maar zij maakten het binnen. Tevreden met het resultaat vroegen ze hun ouders om te komen kijken. Die kwamen gelijk en vonden het fantastisch. Samen perfectioneerden ze een paar dingen en verder lieten ze het huis over aan de fantasie van de bewoners. Die wilden nog niet alles gelijk invullen. Later zouden ze nog genoeg ideeën krijgen om het verder af te maken.

Kleine diertjes zoals eekhoorntjes en konijntjes kwamen wel eens het huis binnenlopen. Ze lieten zich aaien, rolden zich op voor een dutje en daarna renden ze weer naar buiten, de vrije wereld tegemoet. Grotere dieren zoals olifanten en tijgers kwamen niet verder dan de tuin. Je mocht op hun rug gaan zitten en dan namen ze je mee. Zo kon je de wereld bekijken vanuit de ogen van een dier.

Zoals ze met hun ouders in hun nieuwe huis stonden, vatte Deliamma het idee op om een feest te geven voor de nieuwe fase van haar en Padheram. De fase waarin ze man en vrouw waren geworden en nu samen gingen leven, apart van hun ouders in een eigen huis. De eerste trouwerij, zou je kunnen zeggen. Ze versierden hun nieuwe huis en toen ook het huis van hun ouders en besloten om het feest daar te beginnen. Slingers van bloemen hingen ze in beide huizen op. Daarvoor hoefden ze geen bloemen te plukken: ze konden een slinger met één gedachte maken en ook ophangen waar ze hem wilden hebben. Agostam en Aramaniamma waren bruidskinderen. Padheram en Deliamma gingen in de woonkamer staan en liepen toen statig gearmd naar buiten, hun broer en zus achter hen aan met bloemen in hun armen. Daar wachtten hun ouders hen op. Het paar bleef voor het huis staan en Brahman nam het woord. Hij pinkte een vreugdestraantje weg en begon. “Op deze heuglijke dag zijn jullie, onze twee geliefde kinderen, verliefd op elkaar geworden. Daarmee zijn jullie nu volwassen geworden. Jullie hebben het mooiste huis gebouwd dat er bestaat en gaan daar nu wonen”. Hij wist even niet meer wat hij moest zeggen. Saraswati had een dubbele bloemenkrans in haar handen en legde die op de hoofden van haar kinderen. Ze zaten aan elkaar vast en ze wisselde de twee kransen daarna om, zodat beide kinderen beide kransen op hadden gehad. Daarna legde ze hem weer zoals hij eerst was. Dit gebruik bestaat vandaag de dag nog steeds in de orthodoxe kerk. Padheram en Deliamma liepen stevig gearmd richting hun nieuwe huis, gevolgd door hun ouders. “Willen jullie wel onze slaapkamer bewaren?”, vroeg Padheram aan hen en ze knikten. Natuurlijk zouden ze die bewaren en ze zouden hem zo veranderen, dat het jonge stel altijd ook een nachtje thuis zou kunnen slapen. In hun nieuwe huis aangekomen nam Brahman weer het woord. Hij ging voor het jonge paar staan en zei: “Laat jullie nieuwe huis gezegend zijn en mogen jullie voor altijd gelukkig zijn met elkaar en met het hele leven. Mogen jullie op een dag, als jullie dat willen, kindertjes krijgen en die in alle liefde en blijheid grootbrengen. Mogen al jullie wensen voor het leven uitkomen!”. Saraswati veegde de drempel schoon en Padheram tilde Deliamma erover tot hilariteit van hun ouders. “Die houden we erin! “, grapte Brahman. Samen dronken ze een glaasje overheerlijk vruchtensap van perzik en abrikoos en daarna lieten de ouders hun kinderen alleen achter om van hun nieuwe leven te genieten.

olijven Deliamma’s vader had een majestueuze olijfboom in het midden van de wereld neergezet. In die boom vond je alle kennis die er maar kon bestaan. Het was niet leuk om alles te weten, want dan had je geen geheimen meer of mysteries en dan was er ook geen fantasie meer. Je wilde toch ook niet weten wat je kinderen allemaal tegen elkaar zeiden? Als er iets was wat je graag wilde weten, maar zo niet wist, kon je naar die boom toegaan en je hand erop houden. Dan kreeg je antwoord op je vraag. Echte geheimen waren er niet. Alleen Deliamma’s ouders konden alles weten zonder van die boom gebruik te maken. Eerlijk gezegd vond ze dat best moeilijk voor hen en vond ze het prima dat zijzelf het uit de boom kon halen. Echt alles kon je vragen aan de boom, ze had het wel eens uitgeprobeerd. De olijven van deze boom waren groen, in tegenstelling tot die van andere olijfbomen, die donkerrode vruchten droegen. Ze waren ontzettend bitter. Dat wist Deliamma wel zonder ze geproefd te hebben. Je moest ze niet eten, want daar werd je niet gelukkig van, vertelden haar ouders haar altijd.

 

Hoofdstuk 4 Meer familie en de eerste stad

 

Padheram en Deliamma kregen twee kindertjes: Dhoriyam en Hashgadriya. Gek waren ze met die twee kleintjes, een gelukkig gezinnetje. Ze klommen in bomen, speelden verstoppertje en ontdekten wat die twee nieuwe wereldbewonertjes het liefste deden. Hashgadriya maakte een zandbak in de tuin en maakte van alles met het zand. Ze maakte ook stranden van helderwit zand bij de vennetjes en meren die haar vader eerder had gemaakt en die Padheram had gevuld met vissen. Urenlang kon ze er zoet mee zijn. Kunstwerken maakte ze. Dhoriyam maakte wegen in het zand tussen Hash’s kastelen door en racete er dan tussendoor met zijn handjes. Hij gooide het zand over zich heen en lachte luid.

sprookjesdorp Agostam en Aramaniamma kregen op hun tijd ook kinderen. Die kregen kinderen toen ze opgroeiden en zo ontstond er een familie. De eerste paar huizen groeiden uit tot een stadje met mensen, dieren en prachtige natuur. Iedereen leefde in liefde en eenheid met elkaar. Ze bouwden juweeltjes van huizen, maakten hun tuinen en parken mooi en hielden van de natuur. Kinderen speelden vrolijk met elkaar en ze aaiden de dieren, die gewoon tussen hen rondliepen. Ze stamden allemaal af van hun aartsvader Brahman en aartsmoeder Saraswati en ze hielden van hen. Samen maakten de mensen muziek op het dorpsplein. Ze dansten en zongen erbij en verzonnen steeds nieuwe instrumenten, die nóg weer mooier en helderder klonken dan de voorgaande. Of ze klonken juist prachtig sonoor. Ze beklommen de heuvels om hen

winter-meer heen en liepen over de prachtige, romantische bruggetjes. Ze zetten bomen neer, lagen in het gras en op de tijm en maakten overal bloeiende bloemen. Overal rook het heerlijk en in het glinsterende water zwommen felgekleurde vissen, zeesterren en zeepaardjes.

Iedereen was altijd vrolijk en gelukkig, want er bestonden alleen geluk en harmonie. Niemand was jaloers op een ander of deed een ander kwaad. Niemand was bang om niet genoeg te krijgen en ziektes bestonden niet. Ze spraken een prachtige taal, heel oud Sanskriet was het, die hemels klonk en hun lach vulde de wereld. Ze aten fruit, groente, verschillende granen en zuivel en maakten daar de lekkerste recepten mee. Sommige mensen ontwierpen leuke kleding voor iedereen. Anderen vonden het fijn om de tuinen en parken te verzorgen. Weer anderen maakten schitterende foto’s en schilderijen of schreven mooie verhalen. Of ze verzonnen grappen en toneelstukjes.

 

Hoofdstuk 5 De eerste boze vrouw

mooietuin2

 

Op een dag omhelsde één van de mannen uit het dorp zijn buurvrouw om haar te bedanken voor de tuin, die ze zo mooi voor zijn gezin ontworpen had. Zijn vrouw kwam er net op dat moment aanlopen. Ze zag het en schrok. Waarom had Sodhraniyam niet met haar overlegd over de tuin? Ze vond het resultaat erg mooi, maar als zij erbij betrokken was geweest, had het er net iets anders uitgezien. Ze voelde zich buitengesloten. Haar man liet haar de tuin zien, maar de angst had haar gegrepen. De angst om in de steek gelaten te worden, de angst om alleen over te blijven. De angst dat ze niet geliefd werd, dat de liefde niet echt was en dat ze zomaar alles kon kwijtraken. Door de shock raakte ze een stukje van zichzelf kwijt: haar vermogen om dankbaar te zijn en tevreden. Omdat we toen nog engelen waren, zag je twee Daradiya’s staan: de originele, die haar vermogen om tevreden te zijn, kwijt was, maar verder nog dezelfde persoon was en naast haar Delilael, de altijd ontevreden en boze Daradiya. Delilael viel razendsnel verder uiteen in een miljoen stukken. Een miljoen boze en ondankbare vrouwen, die allemaal  onmiddellijk aan het werk togen om de hele wereld af te breken.

Eentje nam wraak op de vrouw die de tuin ontworpen had, door haar een vergiftigde bloem te sturen. Het gezin van de tuinvrouw was onthutst. Ze probeerden met verschillende Delilaels te praten, maar alles wat ze zeiden, viel verkeerd. Er was een scheur in de wereld gekomen. Een scheur van wantrouwen, van haat en van jaloezie. De jaloerse vrouw in stukken begon met haar miljoen verschijningen iedereen op te stoken om ook wantrouwig en angstig te worden. “Kijk eens wat je man daar doet!”, zei er één tegen een jongere meid, die net getrouwd was. “Hij kijkt alsmaar naar andere vrouwen! Hij vindt die daar leuk, kijk maar, hij flirt met haar”. Het meisje verklaarde Delilael voor gek en die ging dezelfde truc proberen bij alle stellen. Ze stookte ook tegen de kinderen en zei dat er één ruzie wilde maken. “Je moet assertief zijn hoor! Anders lopen ze over je heen”, fluisterde ze de kinderen in. Tegen anderen zei ze: “Die tafel die de buurman voor je gemaakt heeft, is veel minder mooi dan die van verderop. Hij doet gewoon zijn best niet voor jullie”. Daradiya en Sodhraniyam werden er tureluurs van en Daradiya voelde zich bovendien schuldig. “Hou toch eens op met al dat gestook!”, beet ze de Delilaels toe. “Je maakt de hele wereld kapot. Laat de anderen dan toch in ieder geval in vrede verderleven, als jij dat dan niet wilt!”. Maar niets hielp. Of eigenlijk toch één ding: met vereende krachten lukte het de engelen om de miljoen Delilaels weer tot één persoon te maken.

Brahman en Saraswati kwamen ook praten met Delilael. Ze lieten haar zien wat Sodhraniyam precies tegen die tuinontwerpster had gezegd en wat die had geantwoord. Er was niets aan de hand en dat wist Delilael eigenlijk best. Ze wilde alleen niet toegeven dat ze fout zat, want dan leed ze gezichtsverlies, vond ze. En ze vond het eng om weer in Daradiya te moeten zitten. Dan bestond ze immers niet meer en dat kwaad doen was net zo leuk. Brahman lachte haar bezwaren weg. “Je bént Daradiya!”, zei hij. “Kom terug in het leven. Waarom zou je in tweeën zijn? Jij bent geen mens, maar één eigenschap van Daradiya en je bent bovendien doodongelukkig zonder man en kinderen!”, voegde Saraswati eraan toe. Wat had ze toch een akelig mooie stem, die aartsmoeder, dacht Delilael. En altijd waren die twee zo razend gek op elkaar! Saraswati ving die gedachte op en schrok ervan. De jaloezie had zich nu uitgebreid naar haar. Hoe konden ze Daradiya terughalen?

Terwijl Brahman en Saraswati zich bezonnen op een plan om Delilael tot rede te brengen, ging die aan het werk om hen tweeën uit elkaar te krijgen. Dat was lastig, want die twee wisten altijd alles van je. Waarom wist zíj eigenlijk niet alles? Het was niet eerlijk. Hoe kon iedereen dat zomaar pikken? Ze hadden wel die olijfboom midden in het dorp, waar je alles aan kon vragen. Een soort orakel was het en je kreeg altijd antwoord. Delilael haastte zich naar de boom en vroeg hem hoe ze kon zorgen dat de twee aartsouders niet meer altijd alles wisten. Daar had de boom geen antwoord op: het was gewoon zo en zo hoorde het ook te zijn. Daar was Delilael het niet mee eens! De olijven aan de boom moest je niet eten. Die olijfboom was de levensboom en alle kennis over alles zat daarin. Maar stel je nou eens voor dat ze ook kennis zou krijgen, als ze zo’n olijf zou opeten? Het was te proberen. Opschieten, dacht Delilael, want anders kwamen die twee aartsfiguren er weer aan om te zorgen dat ze die olijven niet kon eten. Ze plukte een olijf en stopte hem snel in haar mond. Een shock kreeg ze! Als een bliksemschicht schoot er allemaal kennis door haar heen. Allemaal dingen die ze niet hoorde te weten en: ze kon gesprekjes zien en horen tussen de andere mensen uit het dorp. Nú kon ze erachter komen waar een zwakke plek zat, waar ze een wig tussen kon zetten. Dan had ze medestanders. Geweldig vond ze zichzelf. De kennis stopte wel direct nadat ze de olijf op had, maar ze had nu een heleboel informatie.

Brahman en Saraswati kwamen te laat bij de boom, samen met Sodhraniyam. Ze waren stil van wat ze zagen: Delilael die haar nieuwverworven kennis zat uit te spitten en gevonden had wat ze zocht: een manier om Sodhraniyam aan haar kant te krijgen. Die was immers verdrietig en dus was hij niet gelukkig. Hij kende de negatieve emoties dus al. Een fluitje van een cent om hem voor zich te winnen. Maar nu liep het anders, want Sodhraniyam zag haar en werd boos. “Ben je helemaal doorgeslagen?”, vroeg hij haar hijgend van woede. “Moet de hele wereld nu kapot, omdat JIJ jaloers bent? Kijk gewoon eens normaal om je heen en zie hoe mooi alles is. Hoe liefdevol we allemaal zijn en wees eens dankbaar voor onze tuin, die nu zo mooi is dankzij Muriya. Maar als jij hem anders wilt, dan is dat toch geen probleem? Het was maar een voorstel, alles kan veranderd worden! Ga terug in mijn vrouw, want nu maak je de hele wereld kapot. Niet alleen haar! Kom bij je logica. Ik maak een nieuw huis voor je buiten het dorp, want je hoort niet bij ons. Jij bent geen mens, maar één eigenschap. Een getraumatiseerde eigenschap en nog zonder enige reden ook”. Hij draaide zich om en beende weg om het huis te gaan bouwen.

“We hebben er geen hoop meer op dat je terugkeert naar wie je ooit was”, constateerde Saraswati verdrietig. “Je bent vastbesloten om alles kapot te maken, maar wij zullen eensgezind terugvechten. Je zult geen bondgenoten hebben en altijd alleen staan”. Brahman knikte instemmend, sloeg zijn arm om zijn vrouw heen en weg liepen ze, Delilael vertwijfeld achterlatend. Altijd moesten die twee alles weer verpesten, dacht ze kwaad. Nu moest ze ook nog buiten het dorp gaan wonen. Eén voordeel had het: ze had alle rust om goed na te denken over hoe ze alles om zeep zou helpen. En haar huis met de tuin eromheen zouden alvast het begin van de nieuwe kwade wereld zijn. Niemand mocht daar komen: ze zou haar terrein afbakenen, wacht maar.

Binnen een week was het huis voor Delilael klaar. Het lag een paar kilometer buiten het dorp onderaan een heuvel. Sodhraniyam had hulp gekregen van de andere mannen uit het dorp en ze hadden het huis expres niet bovenop een heuvel gebouwd, zodat ze niet kon uitkijken over het dorp en nog meer kwaadaardige ideeën uitbroeden. Ze maakten er een tuin bij, vol met de allermooiste bomen en bloemen. Aan de bomen hing het lekkerste fruit dat er was. Ze maakten er een moestuintje bij, zodat Delilael niet naar het dorp hoefde om eten te kopen. Ze wilden haar niet meer zien, totdat ze zou bijkomen van haar boze buien en weer terug zou komen. Dan konden ze lang wachten, dacht Delilael vals. Nee, het zou allemaal heel anders lopen.

In het dorp hield vanaf dat moment iedere nacht iemand de wacht. De mensen wilden niet dat Delilael ’s nachts rare dingen zou gaan doen. Het leven ging verder, ook al was het grootste geluk weg sinds Sodhraniyam en Daradiya niet meer de oude waren. Delilael ging op een bankje in haar tuin zitten en dacht na. Waarom zou ze eigenlijk hier blijven in haar eentje? Eigenlijk miste ze iedereen wel. De gezelligheid, de liefde van haar man en kinderen, de muziek die ze ’s avonds op het plein maakten, de dieren die rondliepen en die je zo kon aaien. Had ze maar een dier, dacht ze. Dan was ze niet meer zo alleen. Op een dag kwam er een kat bij Delilael kijken. Ze vond haar huis en krulde zich op om spinnend in de zon te gaan liggen slapen. Delilael moest glimlachen toen ze de kat zag en voor het eerst was ze een beetje vrolijk. Dat was toch best een mooi gevoel, vond ze. Zou ze dan toch maar haar boeltje pakken en teruggaan naar Daradiya, zodat ze weer mee kon doen met het leven? Ze dacht aan Muriya, die met zoveel liefde een prachtige tuin voor haar en Sodhraniyam had aangelegd. Daar mocht ze toch best een beetje blij mee zijn? Waarom moest ze daar zo van schrikken? Maar stel je voor dat ze terugging en dat Daradiya wéér zou schrikken? Of dat ze zomaar boos zou worden op iemand. Ze was toch ook zomaar boos geworden op haar aartsouders? Wie garandeerde haar dat dat nooit weer zou kunnen gebeuren? Garanderen … waarom moest ze aan dat woord denken? Dat betekende dat ze geen vertrouwen had. Iedereen was toch familie van elkaar? Waarom moest ze dan een garantie hebben? Ja, dan was er dus toch iets wat niet klopte aan de wereld. Terwijl ze de kat aaide, dacht ze verder. In de verte zag ze Brahman en Saraswati aankomen. Daradiya was er ook bij. Ach dat was lief, ze zou het hun vragen.

“In het leven zijn geen garanties”, antwoordde Brahman ernstig op haar vraag. “Maar we kunnen wel iets doen, zodat het heel moeilijk wordt om weer boos te worden. We hebben de levensboom al beveiligd. De olijven zijn niet langer eetbaar en je kunt er alleen kennis uithalen, als je vraag met liefde gesteld is. We kunnen je hart nog een beetje helen, zodat je zulke gedachtes niet meer snel krijgt. Als je dan weer één wordt met Daradiya, gaat het niet meer fout. Wil je dat we dat doen?”, vroeg hij aan Delilael. Daradiya nam nu het woord. “Je bent een deel van mij”, zei ze geëmotioneerd. “Nu zijn we allebei verdrietig en kapot. Sodhraniyam is ongelukkig en niets is meer zoals het altijd is geweest: gelukkig en vrolijk. Kom terug in mij en dan is alles weer goed en mooi. Natuurlijk gebeurt dit niet nog een keer. Daar hebben Brahman en Saraswati voor gezorgd”. Delilael dacht na en zei: “Nee, ik wil het toch niet. Ik ben bang geworden en de angst laat me niet meer los. Op een dag krijgt die me weer te pakken! Er is iets onomkeerbaars gebeurd en dat valt niet meer te helen”. Verdrietig aaide ze haar kat. “Ik ben voor altijd alleen”. Daradiya liep vertwijfeld weg. Brahman en Saraswati verzonnen van alles om Delilael gerust te stellen. Ze wilden zelfs het boze gevoel wel uit haar geheugen wissen, maar ze liet zich niet overtuigen. Ze was bang en kon zich niet voorstellen dat die angst ooit nog zou verdwijnen. Na een tijdje gingen haar aartsouders weg. Dat zoiets simpels wat er gebeurd was, zulke verstrekkende gevolgen kon hebben. Ze begrepen Delilael niet meer, hoewel ze wel wisten hoe die dacht vanuit haar angst. Ze konden toch niet alle negatieve emoties blokkeren? Niemand had ze ooit gehad, ook niet nadat Delilael verbannen was. Bovendien: wat was er van het leven over als je alles moest tegenhouden?

Delilael hervatte haar idee dat ze medestanders moest krijgen. Ze kon toch niet zomaar alleen blijven in haar huisje in het niets? Ze zou ongezien het dorp ingaan en iets neerleggen, waarover de mensen ruzie zouden krijgen. Een twistappel, die alleen voor de mooiste vrouw was. Ze kreeg het nog voor elkaar ook, maar niemand trapte erin. De vrouwen deelden de appel met elkaar en lachten om Delilaels domme idee. Ze hadden medelijden met haar, maar wilden haar niet meer zien. Ze verzon iets nieuws: ze moest toch het dorp inkomen, want anders gebeurde er niets. Ze moest toegelaten worden en zo verzon ze dat ze ander fruit nodig had voor de kat, die bij haar gebleven was. Ze kwam het dorp in en werd tegengehouden door een groepje mensen. “Ik heb dadels nodig”, zei ze snel, “want mijn kat vindt die lekker en ik heb ze daar niet”. “We gaan ze voor je halen”, antwoordde iemand en ze rende naar de markt. Een paar minuten later keerde ze terug met een zak vol dadels en een klein dadelpalmpje. “Plant dit maar in je tuin, dan heb je altijd dadels”, raadde de vrouw haar aan, haar de spullen gevend. “Dit kan ik niet in mijn eentje zover tillen!”, pruilde Delilael en zuchtend boden twee mannen aan om met haar mee te gaan naar haar tuin. Ze vroegen haar hoe het ging in haar nieuwe leven en Delilael loog dat ze het prima had. De mannen waren blij dat te horen en vertelden dat ook Sodhraniyam en Daradiya het goed naar hun zin hadden. Dat stak haar. Ze schrok zichtbaar, maar zei niets. Toen de mannen het dadelpalmpje hadden gepoot, wilden ze terugkeren naar het dorp. Delilael hield hen staande en gaf hun een mandje met fruit uit haar tuin. “Dat is om te delen met iedereen”, zei ze erbij. Stiekem gniffelde ze, want in het mandje zat één vergiftigde abrikoos. Degene die die zou eten, zou net als zij worden: achterdochtig, boos, gemeen en jaloers. De mannen bedankten haar en vertrokken snel. Die avond was er gelach in het dorp. De mensen hadden van Delilaels fruit een salade van gemaakt, die ze onder elkaar verdeelden. De vergiftigde abrikoos hadden ze er keurig netjes uitgevist en ze hadden hem vernietigd. Ze gemakkelijk was het niet om mensen die fijn samenleven, voor de gek te houden. Delilael was alleen en dat zou ze blijven. Niemand kwam met haar meedoen. Dan was je niet gelukkig meer en dat wilde je toch niet?

 

Hoofdstuk 6 Sanskriet en buiten liefde leven

Delilael ging een nieuwe wereld maken daarbuiten, waar ze woonde. De mensen in de prachtige Hof van Eden kregen steeds weer kinderen en het leven daar ging gewoon door. Sodhraniyam en Daradiya waren wel iets minder gelukkig nu Daradiya er moeite mee had om tevreden te zijn, maar met de steun van haar man, hun kinderen en de rest van de familie lukte het redelijk.

Om haar nieuwe wereld vol zwartigheid en horror überhaupt te kunnen maken, moest Delilael kennis hebben uit de levensboom. Ze probeerde het geluk uit de boom te zuigen, maar zo ging dat niet, dat ontdekte ze alras. Bovendien wist die boom alles en registreerde hij dus ook alles wat zij deed. Hm … dat moest stoppen, vond Delilael. Ze vroeg de boom hoe ze de kennis eruit kon krijgen en tot haar stomme verbazing kreeg ze antwoord: ze kon alle kennis er gewoon in één keer uittrekken! Dan kon ze die ergens anders inzetten, in iets wat zíj gemaakt had. Probleem was wel dat ze niets kon maken met haar negativiteit. Het criterium om iets zo met een gedachte te kunnen creëren was namelijk dat je dat uit liefde deed en Delilael bezat geen liefde. Die had ze opgegeven voor jaloezie en haat. Die vervelende Brahman had gezorgd dat je zonder liefde helemaal niets meer kon beginnen. Nare man was het, maar zij zou hem wel klein krijgen. Ze vond hem maar niks. Altijd zo fijntjes en liefdevol en hij was zó verliefd op die vrouw van hem, die Saraswati met haar prachtige, lange donkerbruine haren en haar vrolijke gezicht. Bah wat een mensen! Die vrouw moest maar eens weg, die zou ze wel laten verdwijnen. Dan zou Brahman gebroken zijn en alles doen om haar terug te krijgen. Daar zou zij mooi gebruik van maken om de wereld te overheersen … Nou, aan het werk Deli, sprak ze zichzelf streng toe. Als je de wereld wilt overheersen, moet er eerst een wereld zíjn! Een boze wereld wel te verstaan en die is er vooralsnog niet. Er is alleen een beetje verdriet gekomen en dat is welzeker niet genoeg.

sophy-ellada2

Ze trok de kennis uit de levensboom en bewaarde die in haar hoofd. Dat was zwaar zeg, al die kennis zomaar los in je hoofd! Ze hield haar hand op haar hoofd en vroeg hoe ze alles wat er bestond kon veranderen, zodat het naargeestig werd. Nu kreeg ze toch antwoord! Te gek was dit, dit was gewoon een orakel en het was in haar handen. Ze had de zin nog niet uitgedacht of de kennis verdween opeens uit haar hoofd. Een meter of tien achter haar stond Brahman te grijnzen met de kennis in zijn handen. Hij zette ze terug in de levensboom en zorgde dat ze er nooit meer uit kon. Nu kon ze niets nieuws maken en ook geen kennis meer krijgen. Hoe moest dat nou? Er was een stad vol met gelukkige mensen en dan die twee aartstypes, die bovendien bijzonder taai waren. Hoe kreeg ze het voor elkaar om daar iets tegen te beginnen? Hoe kreeg ze die Saraswati aan de kant? En hoe kreeg ze het gedaan om te zorgen dat Brahman niet steeds wist wat ze dacht en deed? Die twee mensen waren onuitstaanbaar! Daar kwam ze aan, die vrouw, zachtjes een liedje neuriënd met haar prachtige kristallen stem. Ze voegde zich bij Brahman en samen keerden ze haar de rug toe, vrolijk huppelend naar huis gaand.

 

Ze legde een zwarte plak om haar hersenen heen en maakte die onzichtbaar. Het materiaal daarvoor was rubber en kwam uit een boom, die in haar tuin stond. Het antwoord op haar tweede en laatste vraag aan de levensboom hád ze nog: door iets kapot te maken, kon ze dat veranderen in iets naars. Dus door een stuk uit die boom daar tegenover haar te trekken, kon ze die rubberen plak rond haar hersenen leggen. Nu wist niemand meer wat ze dacht!

Brahman en Saraswati wisten wel degelijk wat Delilael dacht, maar dat wist ze niet. Ze probeerden ervoor te zorgen dat zij de wereld niet kapot ging maken, maar er was werkelijk niets bestand tegen haar. Je kon nu eenmaal alles omkeren en er dan iets vervelends van maken. Alles wat bestond, roteerde immers en wel rechtsom. Liet je het linksom roteren, dan viel het uiteen in stukjes en kon je er iets negatiefs van maken. Dat konden ze niet tegengaan. Ze beveiligden zoveel mogelijk bomen, dieren en spullen, zodat Delilael die in ieder geval niet kapot kon krijgen, maar Delilael zat ook niet stil. Dat wat ze voorhad op Brahman en Saraswati was dat ze zo heel anders dacht dan zij. Ze konden haar niet voor zijn, omdat ze simpelweg haar gedachtegang niet konden begrijpen. Waarom wilde ze alles kapotmaken? Waarom dacht ze überhaupt aan kapotmaken en kwam ze niet weer gezellig terug in Daradiya? Brahman en Saraswati kwamen niet verder dan dat het kwaadaardige gedrag van Delilael een kinderziekte was en wel weer over zou gaan. Dat was het echter niet … Delilael was vastbesloten en niets kreeg haar van haar pad af. Niets! Haar ambitie was een tot nu toe onbekende eigenschap, waar de mensen mee zouden moeten leren leven en het leren voorspellen.

Delilael bakende een plek af om aan haar wereld te beginnen en keerde alle bomen daar om. Toen de bloemen, het gras, de dieren die er liepen: alles werd omgekeerd. Er waren een paar bomen die beveiligd waren tegen omkeren, een paar bloemen ook en niet alle dieren kreeg ze omgedraaid, maar het resultaat was toch iets om mee te beginnen. Alles zag er nog uit zoals het eerder was geweest, maar het voelde naar aan. Bloemen roken niet meer en de dieren wilden niet meer in paartjes van twee blijven. Aha, dacht het heksje, zó krijg ik dus stellen uit elkaar. Ik moet die Brahman en z’n vrouw zien om te keren. Dan laten ze elkaar wel met rust. En de anderen ook. Ze ging het gelijk doen en …

het lukte niet!

Dat werd al heel snel duidelijk. Mensen keerde je niet zomaar om. Brahman en Saraswati zaten ondertussen ook niet stil. Ze deden een belangrijke ontdekking: in je hersenen zat een klein dingetje, dat ze pijnappelklier noemden. De pijnappelklier was de baas van je hersenen. Alle beslissingen over wat je lichaam moet gaan doen, maar ook een aantal beslissingen die je bewust neemt over je leven, worden daar genomen. Ze gingen hun best doen om met Delilaels pijnappelklier aan de slag te gaan om die te genezen. Geen succes, wat ze ook deden. Ze ontdekten dat dat kwam, doordat er ook iets in je lichaam zat, wat je wil richtte. Het was een orgaan dat zich ook in de hersenen bevond en dat ze geest noemden. Later in ons aardse lichaam werd dat het gebied van Wernicke. Delilaels geest was niet te genezen, omdat ze het niet wilde. Ze konden niets tegen haar beginnen en dat was gevaarlijk, want ze al wisten dat Delilael de hele wereld ging verpesten in haar eentje. Ze zou proberen medestanders te krijgen in die vieze wereld van haar met die omgedraaide troep en het zou best eens kunnen dat dat haar nog ging lukken ook.

Op een dag kwam Sodhraniyam bij Delilael kijken. Hij was verdrietig en eenzaam zonder zijn oude Daradiya en kwam haar opvrolijken. Wat hij ervan verwachtte, wist hij niet, maar hij ging toch. Iedereen waarschuwde hem dat hij haar alleen moest laten. Dat ze alleen dán misschien ooit op een dag terug zou komen. Dat hij geduld moest hebben, hoe moeilijk het ook was. Als hij nu naar haar toeging, had ze feitelijk gewonnen en dan zou ze doorzetten met alles kapotmaken. Er zou niets overblijven van de mooie wereld waarin ze leefden. Maar Sodhraniyam was vastbesloten en ging haar toch opzoeken.

De originele taal was een heel oude vorm van Sanskriet. Het klonk hemels en was werkelijk prachtig om te horen én te spreken. Maar toen Delilael ontstaan was, sprak ze die taal steeds minder goed. Ze sprak niet op die mooie hemelse toon en kon de woorden niet goed uitspreken.  Haar nieuwe spraak ontwikkelde zich tot de taal, die we tegenwoordig kennen als voorloper van één van de talen van de Aboriginals. Die waren tijdens een ijstijd 50.000 jaar geleden naar Zuidoost-Azië gevlucht, maar leefden daarvoor al in Australië, dat toen Lemurië heette. Het betekende ‘het land van de vuurvliegjes’ (linmulinmu in één van hun talen). De andere mensen konden de nieuwe taal wel verstaan, maar dat mocht Delilael niet weten. Ze deden dus net alsof ze het niet verstonden en praatten alleen nog telepathisch met haar.

Hoofdstuk 7 Een nieuwe wereld

 

Delilael schermde haar stukje wereld af en prakkizeerde zich suf om alles om te keren en te zien wat er dan gebeurde. Ze bleef alleen in haar pogingen om de wereld te verpesten, want alle anderen keerden haar faliekant de rug toe. Ze lieten haar niet meer toe in de stad, die nu zo goed tegen haar beveiligd was, dat ze er echt niet meer in kon komen. Ze moest dus eerst die wereld maar eens maken en wie weet zou ze dan wel een idee krijgen hoe ze medestanders moest krijgen. Ze vond het moeilijk om gemotiveerd te blijven voor de grote taak, die ze zichzelf had opgelegd, maar ze vond dat ze wel moest. Brahman had zo zijn voorzorgsmaatregelen genomen en ook Saraswati deed van alles om het geluk in de stad te beschermen, al had Delilael er geen idee van wat dat dan wel was. Die Saraswati was gevaarlijk, gromde ze tussen haar tanden. Dat was een vrouw net als zijzelf en die voelde haar aan. Het was alsof ze werkelijk álles wist wat Delilael zelfs maar heel even dacht en ze anticipeerde op alles wat Delilael probeerde kapot te maken. Het gebeurde ongezien, dat was het ergste nog. Brahman zette gewoon een barrière. Dat was al erg genoeg, maar dan had ze tenminste nog hoop dat ze die op een dag zou kunnen doorbreken. Maar die Saraswati opereerde onzichtbaar, onhoorbaar en zelfs onvoelbaar en o-ver-al waar Delilael was, leek zij ook te zijn en eerder. Kapot moest ze en dood, dacht Delilael meedogenloos. Dan kreeg ze wel wat ze wilde en eerder moest ze maar zien hoever ze kwam met het omkeren van de wereld.

Ze maakte een nieuwe wereld uit de stukken natuur die ze te pakken kreeg en wist om te keren. Die vervelende Brahman had de boel mooi beveiligd zeg. Waarom ging ze eigenlijk ook niet gewoon terug naar de anderen? Maar nee, ze moest nu niet opgeven, nu ze al zoveel had bereikt. Saraswati was nog actief en toch had ze al een begin gemaakt met haar nieuwe wereld. De wereld van haat en pijn noemde ze hem: het universum. Het was een verkleinde wereld, omdat haar afgebakende stukje Hèdi niet groot genoeg was voor een echte wereld. Dat was eigenlijk niet zo erg, want dan zouden de mensen niet zo arrogant zijn en denken dat ze wel tegen haar op konden. Ze zou alles gewoon klein maken en de mensen zouden klein worden, zodra ze haar wereld van kwaad binnenkwamen. Dan zouden ze nooit meer groot kunnen worden en dus ook nooit meer in de wereld van liefde en eenheid kunnen leven.

De wereld die Delilael aan het maken was, bestond uit een zwart geheel met wanden eromheen. Daardoor was hij afgeschermd van Hèdi of de hof van Eden, zoals die wereld ook wel heet. Er zat een poort in, waardoor je er wel in kon, maar niet meer terug naar Hèdi. De hele lucht was er zwart en ze had er dikke, zwarte bollen in gemaakt: planeten. Die draaiden heel hard linksom en af en toe botsten ze tegen elkaar. Op één van de bollen begon ze nu leven te maken. Ze maakte er water en plaatste daar vissen in, die eigenlijk veel te groot waren. Dat deed ze door haar eigen vissen en planten in haar tuin dood te maken: ze haalde het zuurstof uit ze en zette dat in haar nieuwe creaties. De hele wereld van het universum roteerde helemaal niet meer en daardoor werd die wat we tegenwoordig ‘fysiek’ noemen. Hij was niet etherisch, zoals een engel en zoals de hof van Eden, maar hard en fysiek. Hij was in tweeën gespleten: het etherische, fijnstoffelijke was er nog wel, maar je kon het niet meer zien als je zelf fysiek was. Het etherische stuk zat net als bij een munt aan de ene kant en het fysieke aan de andere kant. Delilael kon alleen het etherische zien, maar dat mocht de pret niet drukken: de boel was in tweeën en alles wat kapot was, dat voldeed aan haar eisen. De vissen moesten eten en omdat ook zij omgekeerde vissen waren, aten ze andere vissen op. Prachtig vond Delilael het. Een wereld waarin iedereen elkaar opvrat, mooier kon het echt niet. Ze werd steeds bozer en jaloerser, omdat de anderen gewoon gelukkig en wel bleven leven en niemand zich wat van haar aantrok. Dat zou veranderen, al zou ze er eeuwig de tijd voor moeten nemen!

Na een tijdlang oefenen en knutselen kreeg Delilael het voor elkaar om nog meer dieren om te keren. Een paard wist ze om te bouwen tot een krokodil bijvoorbeeld en zo kneedde ze de eerste dinosauriërs. Ze draaide goeie dieren om en kneedde er dan aan, totdat het engerds werden. Iedere keer had ze echter last van die lastpost van een Saraswati. Die wees met een toverstafje naar haar wereld en maakte er dan lichtjes in. Zonnen en sterren had ze gemaakt en melkwegen. Die kreeg Delilael niet meer weg, wat ze ook probeerde. Ze wist ook niet dat het niet alleen Saraswati was, maar ook Brahman. Die zette alles wat zijn vrouw maakte, muurvast met zijn enorme kracht. Doordat ze hem niet zag, kreeg ze te veel vertrouwen in Brahman en richtte ze haar haat alleen op diens vrouw. Daar maakten de twee ouders van de wereld handig gebruik van, want die waren met z’n tweeën één, iets wat Delilael niet kende en ook niet begreep. Ze maakten naast haar vleesetende dinosauriërs ook vegetariërs, die een keiharde staart hadden om mee te zwiepen en slaan. En ze maakten vlinders en libellen, bijen die honing produceerden en schoon water. Bomen en bloemen uit de wereld van Hèdi brachten ze naar haar nieuwe wereld, zodat die helemaal niet zo naargeestig werd als ze wel gepland had.

Sodhraniyam begon zich na een tijdje te ergeren aan Brahman en Saraswati, die iedere keer Delilaels nieuwe wereld verlichtten, veiliger maakten en opleukten. Zo kreeg Delilael de kans toch niet om te laten zien wat ze kon? Op die manier zou ze nooit meer terugkeren in Daradiya. Hij had inmiddels ook een nieuwe naam gekregen in de beginselen van die nieuwe taal van Delilael: Satanael noemde zij hem. Hij werd boos op de twee oudsten, maar die antwoordden hem dat Delilael niet al te veel tegen het leven mocht ingaan. Er waren grenzen van wat je mocht doen en ze voorspelden hem dat alle mensen uit de Hof van Eden op een dag naar die nieuwe wereld zouden moeten gaan om daar te leven, als ze haar niet konden tegenhouden. Heel ernstig waren ze. Sodhraniyam praatte met Delilael, die haar schouders ophaalde. Wat kon het schelen waar het leven zich afspeelde? Die zogenaamde mooie wereld had haar toch maar mooi verstoten, argumenteerde ze. Sodhraniyam was het niet met haar eens. “Ik ben net zo goed als jij alleen!”, concludeerde hij verdrietig. “Jij komt toch nooit meer terug in Daradiya en het leven is niets meer waard. Je bent écht knettergek”. Hij maakte aanstalten om naar het dorp terug te gaan, maar Delilael hield hem tegen.

“We moeten dit sámen doen!”, kweelde ze. “Jij en ik, wij maken samen een wereld die tegen die van hen ingaat”. Daarbij vergat ze dat niet alleen Brahman en Saraswati de wereld van geluk hadden gemaakt, maar dat iedereen eraan had meegewerkt. Iedereen kreeg alle vrijheid om er iets te maken. Sodhraniyam twijfelde. Hij wilde niet met Delilael meedoen, maar had er alles voor over om zijn vrouw te genezen. Waarom moest dit toch ook zo zijn? Wat was er mis met de wereld dat iemand opeens zo boos kon worden, dat ze in tweeën ging en nooit meer goed we? En dat ze dan zulke lelijke dingen ging doen? Hij moest een keuze maken, want hij kon niet langer zichzelf blijve, zolang Daradiya zichzelf niet was. Hij overlegde met haar en ze sliep die nacht buiten in hun tuin in het dorp. Ze draaiden en draaiden, maar konden de slaap niet vatten. Waarom moest dit uitgerekend hén overkomen?, dacht Daradiya steeds. Maakte het uit wie het overkwam?, antwoordde ze daar weer op. Zij en Sodhraniyam hadden iedereen om zich heen om samen uit het probleem te komen, maar niemand begreep Delilael. Ze hadden zich faliekant tegen haar gekeerd en dat was wel terecht, maar misschien was de oplossing toch anders … Haar verlaten, dat ging niet. Dat mocht niemand van haar vragen. Dus óf Delilael moest terugkeren naar Daradiya óf zij tweeën moesten anders maar met haar mee die vreselijke wereld in. Dat was het dilemma. Omdat Delilael al een behoorlijke wereld voor zichzelf gemaakt had en er niet te praten viel om die weer af te breken, moesten ze wel meegaan. Het leven was helemaal niet eerlijk, besloot Daradiya tenslotte ‘s ochtends vroeg. Kijk nou wat het bracht: allemaal verdriet en ongeluk. Eenzaamheid en kou. Nee, zij en haar man gingen met Delilael mee. Dan zouden zij zou het leven eens laten zien wat eerlijk was. Wat zíj  voelden, waar zíj eigenlijk wel allemaal doorheen gingen.

Delilael wist al wat de twee hadden besloten en zag er blij uit. Nu kon ze Sodhraniyam en Daradiya kapotmaken en ze had nóg een plan: Brahman en Saraswati uit elkaar drijven, Saraswati doden en Brahmans vrouw worden.  Dat dan het leven als geheel dood zou zijn, wist ze niet. Gelukkig voelden de twee aartsouders het aan en namen ze een heleboel maatregelen om dit te allen tijde te voorkomen. De strijd zou hard tegen hard gaan, maar zij moesten winnen. Hoelang het ook zou duren en wat er ook voor nodig zou zijn.

 

Hoofdstuk 8 Mensen: Atlantis

 

De twee pestkoppen Brahman en Saraswati lieten na enige tijd een enorm door de ruimte van het universum rondzwervend rotsblok, een zogeheten meteoor, op de aarde vallen. Alle dinosauriërs dood! Nét op het moment waarop Delilael klaar was om ook mensen te maken op de nieuwe planeet. De dinosauriërs waren soms wel vijf tot zes meter hoog en 25 meter lang, terwijl de mensen tussen de 1,50 en 1,70 meter zouden worden. Delilael vermaakte spullen uit de Hèdi, maar die zette ze natuurlijk wel vast. Anders zouden die Brahman en die Saraswati ze gelijk weer stukmaken en dat was niet de bedoeling. Nee, ze zou alle mensen dwingen om straks in de nieuwe wereld te gaan leven. De oude wereld zou niet meer bestaan, want ze kreeg die heus wel kapot. Ambitie was haar woord en ze bezat een ijzeren doorzettingsvermogen om haar wil uit te voeren. Zij zou de baas zijn, punt uit! Sodhraniyam en Daradiya hadden zich bij haar gevoegd en keken toe hoe zij alles kapot zat te maken.

aarderaster
Aarderaster

Ze maakte de eerste mensen voor de aarde uit kiezel en blies er leven in, dat ze uit planten en dieren haalde. De mensen wisten niets en leefden als wilden. Wat was Delilael blij! In die wereld zou ze de inmiddels tot een miljard uitgegroeide engelen ook laten leven. Brahman en Saraswati zaten niet stil. Ze maakten een onzichtbaar raster om en door de aarde heen. Het was een raster met kennis en goede wil. De mensen noemden het raster leylijnen. Het maakte dat de toekomstige mensen een aantal basiszaken wisten over het leven in het algemeen: hoe verzorg je een baby, hoe voed je een kind op, wat kun je wel en niet eten, hoe vang je een vis of een hert en hoe bereid je dat vervolgens om ervan te eten, hoe doe je goede dingen in het leven en meer van dat soort dingen zaten verweven in dat raster. Niemand kon het zien of zelfs maar voelen, maar de nieuwe mensen hadden meer zin om elkaar te vermoorden of om nodeloos geweld te gebruiken. De lol was er nu wel flink af, vond Delilael, die juist genoot van al het bloed dat vergoten werd en van de ruzies tussen de mensen. Hoe ging ze ze nu opstoken om kwaad te doen? Ze dacht er jarenlang over om een oplossing te vinden, maar pas duizenden jaren later zou ze die vinden.

Delilael vond na vele jaren van inspanning hoe ze toch geweld en narigheid op aarde zou verkrijgen. Het was in de tijd van Atlantis, een inmiddels vergaan eiland in de Atlantische Oceaan, tussen Marokko en Brazilië in. Het eiland was ongeveer zo groot als India en er woonden een half miljard mensen. De rest van de mensen woonde verspreid over de aarde in kleine gemeenschappen. Eén daarvan was Lemurië, dat gelegen was in het huidige Australië. Ook in Afrika, Azië en West-Europa waren gemeenschappen met mensen. Atlantis was overbevolkt en het was een droog en dor eiland. Er groeide niet veel en de mensen leden regelmatig honger door de droge winden die er woeien en die de oogst verpestten. Een kwart van het eiland, het noordoostelijke deel, was een volledig onbewoonbare rotswoestijn, waar enorme tornado’s woedden. De temperatuur was aangenaam: zo rond de 27 tot 28°C het hele jaar door. ‘s Nachts was het koel: zo rond de 13°C.

Het moment waarop Delilael het leven op aarde écht ging verpesten met geweld en criminaliteit, was ook gelijk het moment waarop Sodhraniyam het welletjes vond. Even was hij boos geweest op het hele leven. Woedend op iedereen en alles, omdat zoiets ergs zijn vrouw had kunnen overkomen en hij had een beetje wezenloos zitten kijken naar de rare nieuwe wereld van Delilael. Maar toen het menens werd met het kwaad, haakte hij af. “Deli, luister”, sprak hij ernstig tot haar, “nu ga je te ver. Ik weet dat we je niet kunnen tegenhouden, maar hier doen Daradiya en ik niet meer aan mee. We hadden naar de anderen moeten luisteren en je alleen moeten laten zitten. Misschien, héél misschien had ik mijn vrouw dan teruggehad, hoewel ik zelfs dat betwijfel. Je bent gewoon niet goed snik. We gaan terug naar het dorp”. Hij ging zijn spullen zoeken, toen er opeens iemand aankwam: Bharadviriyam, één van de ouderen uit het dorp. Hij kwam eens kijken hoe het ging, want hij had gevoeld dat Sodhraniyam hulp nodig had. Die liet hem binnen en vertelde dat hij klaar was met Delilael. Bharadviriyam had het al aangevoeld en omhelsde zijn vriend. Hier waren geen woorden voor. Een tweelingvlambinding was het hele fundament van het leven. Je bestond uit een man en een vrouw en die waren samen één. Delilael had haar band met het leven doorgesneden en Daradiya leed daar zwaar onder. Verdrietig gingen de twee mannen buiten op het bankje zitten. De kat lag er te soezen en Sodhraniyam nam haar op schoot. Brahman en Saraswati kwamen er ook aan en gingen stil naast de twee mannen zitten. Ze dronken een glas vruchtensap en wilden net een eindje gaan wandelen, toen Delilael hals-over-kop naar buiten tuimelde. Zonder een woord te zeggen, greep ze Saraswati vast en vloog ze in no-time met haar naar de aarde. Zo, nu konden ze nooit meer terug naar het paradijs. Dat ze zelf ook niet meer terug kon keren, deed haar niets: wat had ze daar nog te zoeken met dat zootje armoedzaaiers, die alleen maar goed wilden zijn? De kat gooide ze hard weg. Die moest niet mee.

De wereld op de aarde was wel fysiek, maar alles was er ook etherisch. Anders kon je niet leven, want het leven was van nature toch etherisch. Dus iedereen had naast een fysiek ook een etherisch lichaam. Het zat vast aan het fysieke lichaam, was er één geheel mee. Net als de twee kanten van een munt. De mensen op aarde leefden in zo’n fysiek lichaam als wij nu hebben, maar je kon ook zo in je lichtlichaam hierheen komen. Dat was alleen niet veilig, want het was nog maar te bezien of de mensen die daarheen gingen, ooit zouden kunnen terugkeren. Delilael had een soort van fuik gemaakt, waardoor je niet meer naar de hof van Eden kon. De engelen keken dus wel uit om Delilael te bezoeken, want je wist nooit of ze je dan naar beneden smeet, naar die nare wereld. Toch was er één engel die toch de sprong in het diepe waagde: Brahman. Het leven was met je tweeën en Saraswati was bovendien zwanger van twee nieuwe kindjes. De twee engelen moesten zich verbinden met twee ongeboren baby’s op Atlantis, want ze konden niet zelf op aarde leven. Zelf bleven ze in de etherische wereld, hopend dat ze hun aardse leven enigszins zouden kunnen sturen en dat ze elkaar terug zouden vinden. Op aarde kregen ouders immers geen tweelingvlammen als kinderen. Ze vonden elkaar wel en werden koning en koningin van Atlantis, maar ze hadden nu ook aardse gevoelens en wisten niet meer alles wat ze eerder in de Hof van Eden wisten.

Delilael deed hetzelfde en leefde ook op Atlantis. Ze werd priesteres in een sekstempel en maakte de mensen gek dat ze de ‘godin’ – zijzelf – moesten aanbidden en eren. Zo niet, dan maakte ze hun leven kapot. Zo ging het leven 16.000 jaar door. Rond 9000 voor Christus werd ze zo boos dat ze Brahman niet als man kon krijgen, dat ze de hele wereld wilde vernietigen. Ze bouwde een podium midden op het stadsplein van Atlantis en sommeerde allemaal mannen om bijna naakt op trommels te slaan. Iedereen kwam kijken: zoveel lawaai hadden ze nog niet eerder gehoord. Delilael had zich uitgedost als priesteres, ook schaars gekleed en ging dansen op het podium, totdat ze in een soort van trance geraakte. Daar werd ze seksueel opgewonden door en ze trok één van de trommelende mannen naar zich toe om in het openbaar seks met hem te hebben. Daarna nog één en nog één. Eerst joelden de mensen, die wel een leuk verzetje vonden. Maar na een poosje vonden ze het spektakel te ver gaan en vielen ze stil. Delilael had net seks met de derde man, was helemaal diep in trance en van schrik door het stilvallen van de menigte begon ze rare, schokkende bewegingen te maken. Ze schokte en schokte, terwijl de man zich snel uit de voeten maakte en begon rare klanken uit te stoten. Delilael stootte het ene rare woord na het andere uit en toen zagen de mensen schaduwen door de lucht: hun etherische lichaam, dat vast in ze had gezeten, kwam los en vloog van de ene persoon naar de andere. Delilaels etherische lichaam maakte zich los en door de shock dat de mensen zich tegen haar gekeerd hadden, viel ze uiteen in allemaal delen: het zag eruit als duizenden, nee miljoenen Delilaels, die zich in alle mensen nestelden. Ze gingen proberen die mensen over te nemen, zodat ze slechte dingen zouden gaan doen. Dat lukte met de helft van de mensen. De andere helft bleef goed en leefde gelukkig. Toen Delilael bijkwam uit haar waan, stond er politie klaar om haar gevangen te nemen. Tot aan haar dood bleef ze gevangen, maar ze keerde iedere keer terug.

De helft van de nieuw ontstane mensen bleven leven vanuit trauma’s en schaarste en deden allemaal nare dingen. Echtparen bleven niet bij elkaar, waardoor moeders alleen met kinderen leefden en afhankelijk waren van giften van rondzwervende mannen. Die drongen bij ze binnen wanneer ze maar wilden en verkrachtten de vrouwen te kust en te keur. Kinderen moesten dat aanzien en werden in het geheel niet opgevoed. Ze gingen dan maar stelen om nog iets te eten te hebben en zo ontstond er grote onrust op de wereld, vooral op Atlantis. Mensen erop los. Kooplieden maakten misbruik van het volk en zo was er overal ruzie en strijd. Mensen lieten het hoofd hangen en boden geen weerstand meer aan het gestook van nu zoveel akelige mensen om hen heen. Voor hen was Delilael zowel ‘God’ als de duivel: degene die kwaad deed. Ze probeerden er filosofieën over te verzinnen, maar ze kwamen er niet uit hoe iemand zowel God kon zijn alsook zo’n slechte figuur, die hun leven zomaar kapotmaakte. Al die nare mensen raakten steeds meer de weg kwijt en werden steeds onzuiverder door alle gekonkel van Delilael binnenin hen. Zo kon Delilael in haar aardse leven niet zoveel, maar via de anderen mensen kon ze iedereen naar haar pijpen laten dansen, door macht over hen uit te oefenen. Ze kon anderen ziek maken, huwelijken kapotmaken en de mensen tot wanhoop drijven. Zo werd ze steeds krachtiger. Doordat de mensen ook satanische seksrituelen gingen uitvoeren, werden ze steeds zwaarder door haar bezeten en kregen ze toegang tot de een soort van psychische of magische krachten. Het leven werd een hel. Veel mensen kozen ervoor om hypocriet te leven en ondertussen stiekem anderen te overheersen met gestolen talenten.

Wat Delilael en haar mensen ook te pakken kregen, dat was allemaal kennis. Veel konden ze er niet mee zonder liefde, maar alle beetjes waren welkom. De mensen die er wat van wisten te grijpen, kon het niet zoveel schelen of dat wat ze aan informatie binnenkregen, waar was of niet. Alleen zij wisten het immers, dus ze konden de rest van de mensen mooi voorliegen en zo in hun macht houden. Het ging toch om macht, nietwaar? Met deze nare krachten konden de mensen geen nieuwe dingen creëren. Ze trokken de rijkdom, de gezondheid, de talenten enzovoort bij anderen weg en pakten alles voor zichzelf. Het kon hun niets schelen dat het volk eronder leed en letterlijk stierf van honger en dorst. Zo ontstond de rijke elite die ons vandaag de dag nog altijd overheerst.

 

Hoofdstuk 9 De toekomst

vuilnis-jakarta

De geschiedenis wikkelde zich af en jaren en eonen verstreken. Brahman en Saraswati zorgden ervoor dat er, om de naargeestige mensen in bedwang te houden, goede en capabele politieke en andere leiders op aarde waren. Dat de mensen cultuur hadden, dat er hobby’s waren en interesses, een uitgaansleven en voldoende werk voor iedereen. Ze voelden zich vaak bezigheidstherapeut, maar als ze het heel even lieten gaan, haalde de tot een monster uitgegroeide Delilael het leven gelijk onderuit. Ze zat ook in Sodhraniyam en nam hem steeds verder over, waardoor hij ook niet meer zichzelf was. Dat wat de twee oudsten voor elkaar kregen om op aarde aan goede dingen te laten gebeuren, deden ze, maar er was desondanks veel ongeluk, oorlog en ellende. Dat kwam niet alleen door het onaflaatbare werk van de dienaren van het kwaad, maar ook doordat de mensen niet veel ruimte hadden om wijze keuzes te maken in hun leven. De wijze mensen hadden lang niet altijd een positie waarin ze veel konden doen voor de samenleving en daardoor was alles zeker niet paradijselijk. Maar het was helemaal niet zeker of ze ooit weer terug konden naar de hof van Eden. Ze moesten van Delilael af, maar hoe?

Delilael was er weer eens in onze tijd, 25.000 jaar nadat ze hierheen waren gekomen. Ze zette haar zinnen op Brahman, die ook op aarde was. Brahman wilde zijn eigen meisje, de aardse Saraswati, maar ze hadden beiden erg veel meegemaakt. Sophy had monsters van adoptieouders en Brahman had een zwaar verleden, waar hij niet over kon praten. Allebei hadden ze met pedofilie te maken gehad. Het was duidelijk: de macht op aarde was gebaseerd op pedofilie. Of je dat nu geloofde of niet: het was de waarheid en er moest een einde aan gemaakt worden. Ze gebeurde het dat Brahman in de netten van Delilael verstrikt raakte. Die raakte de man al vrij snel weer kwijt ook, want ze deed niets dan hem als slaaf gebruiken en vreemdgaan. Sophy was er kapot van, maar zag geen kans om er iets tegen te doen. In dat leven was ze als klein kind onder meer ritueel verkracht. Brahman probeerde Sophy van bovenaf te beschermen, maar alles ging fout. De ene moeilijkheid na de andere diende zich aan in Sophy’s leven en alles wat ze probeerde, liep mis. Familie had ze niet, vrienden ook nauwelijks en de mensen waren jaloers op haar. Door de mishandeling en het misbruik in haar jeugd konden ze hevig misbruik van haar maken en Sophy had geen leven meer. Haar haar viel uit, ze werd dik en kon geen gewicht meer kwijtraken, ze was eenzaam en verdrietig, alleenstaand moeder zonder een vast inkomen en toen werd ze ook nog ernstig ziek. Uiteindelijk werden zelfs haar kinderen nog afgepakt door een kwaadwillend en rancuneus Jeugdzorg. Hetzelfde Jeugdzorg maakte haar praktijk ook kapot, waardoor ze geen inkomen meer had en genoodzaakt was om een lening bij de gemeente aan te vragen, die nog niet eens voldoende was om van te overleven.

Daar waar ieder ander bij de pakken was gaan neerzitten, ging Sophy gewoon verder met de strijd om het leven. Ze genas ondanks gigantische tegenwerking van een heleboel ernstige ziektes. Ze had honderden anderen van zogenaamd ongeneeslijke klachten en ziektes genezen, maar de praktijk liep dood. De mensen weigerden haar nog te geloven en ze lieten zich niet meer behandelen door haar om óók te genezen van hun klachten. Samen met Brahman vanuit de Hof van Eden begon ze de strijd om haar delen terug te halen, maar het hielp niets. Sophy’s leven stortte in en niemand wilde haar helpen om het tegen te houden. Het leven, de liefde en het geluk moesten terugkomen op aarde en daar moest zij zorg voor dragen. Haar tweelingvlam kon het immers niet. Ze zocht hem weer op en schrok van hoe erg hij het had. Ze was meer vastbesloten dan ooit om Delilael nu voor eens en voor altijd aan de kant te krijgen om het geluk weer veilig te stellen. Samen met Brahman maakte ze al Delilaels bouwwerken in de energetische wereld, van waaruit ze opereerde, kapot. Al haar kantoren, haar uitkijkposten, haar laboratoria, haar fabrieken waarmee ze alles kapotmaakte … Ze haalde al haar talenten en gezondheid terug, wat na ruim 10 jaar nóg steeds niet klaar was. Ze zorgde dat mensen geen magie meer konden zetten of verspreiden. Die waren daar niet blij mee en er waren groepen heksen, magiërs, nephealers en sjamanen, die hele ceremonies hielden om haar te breken. Het was veel, gigantisch veel en ze kreeg de mensen niet aan haar kant. Die stonden bijna allemaal aan de kant van het kwaad en geloofden niets wat waar was. Ook niet als een ander het zei. Om te genezen van ziektes gebruikten zij de omgekeerde planten van Delilael, zoals cannabis, hennep, papaver, ayahuasca, aloë vera, kurkuma en zo nog een heleboel. Daardoor verlichtten de symptomen van hun ziektes even, maar werden ze steeds verder verzwakt. Toch bleven ze dat liever doen dan zichzelf en de planeet redden. Brahman repareerde al die planten zo goed mogelijk vanaf zijn plek in de ‘bovenwereld’, zoals Sophy zijn positie noemde, maar de mensen bleven zelfzuchtig en egoïstisch. De positieve mensen geloofden haar verhalen wel met enige moeite, maar ze kwam er zo weinig van tegen. Hele heksenjachten werden op haar ontketend en ze ontdekte dat zowel haar adoptieouders als een paar andere mensen erg over haar hadden geroddeld bij allerlei mensen die invloed hadden. Niet alleen dat: er kwam ook aan het licht dat ze de eerste vijf jaar van haar leven zwaar mishandeld en misbruikt. De Kinderbescherming had vervolgens, in plaats van een fatsoenlijke familie voor haar te zoeken, haar geheugen op slot gezet met een experimentele psychologische truc genaamd EFT. Daardoor ondervond ze overal tegenwerking en kon ze ook geen goede baan krijgen. Ze ontdekte dat de wetenschap dit allemaal had onderzocht en overduidelijk bewezen, maar Jeugdzorg zorgde er expres voor dat zoveel mogelijk kinderen mishandeld en misbruikt werden. Hoe hard ze er ook aan werkte om alle trauma’s naar boven te halen en te verweken, het leek een onmogelijke taak en ze was radeloos. Alleen als ze de strijd zou winnen, zou ze geloofd worden en haar leven en gezin terugkrijgen, maar hoe moest dat als het zó diep ging en nooit meer ophield?

 

 

© Sophia Vassiliou

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. En savoir plus sur comment les données de vos commentaires sont utilisées.

Fermer le menu
%d blogueurs aiment cette page :