Bijna beroemd artiest

Bijna beroemd artiest

Excusez, ce message n’existe pas en français. Le voyez ci-dessous en néerlandais quand-même: Pour le confort de l’utilisateur, le contenu est affiché ci-dessous dans une autre langue. Vous pouvez cliquer le lien pour changer de langue active.

Het zijn wel herinneringen de laatste tijd. De Mémoires van Sophia Vassiliou. Mijn langetermijngeheugen doet het prima en het is nodig om herinneringen uit mijn jonge jaren te vertellen, om weer verder te kunnen komen met het genezen van mezelf en de wereld. Daarom vandaag een paar verhalen over de tijd waarin ik zangeres was, want tot mijn stomme verbazing was ik toen beroemder dan ik zelf wist. Ja, je zou denken dat je zoiets toch zelf als eerste weet, maar in mijn geval was dat niet zo. Bovendien heb ik een paar anekdotes uit die tijd, die wellicht de moeite waard zijn om even om te lachen. Grijp je stoel, zou ik zeggen en lees met me mee.

We hebben het grofweg over de jaren 1989 tot 1995. Ik had namelijk gehoord van een paar studentenvriendinnen dat zij grof geld verdienden, door in een nachtclub bloemen te verkopen. Nou, dat leek me ook wel wat als studentenbaantje, want die bouzoukiclubs waren en zijn razend populair en daar werken leek me wel het avontuur van de eeuw. Binnen een paar dagen had ik al een baantje gevonden even buiten Thessaloniki, waar ik woonde en ik verdiende … helemaal niet veel geld. Ik de week daarna tegen die meiden klagen dat het toch echt niet de moeite waard was en dat iedereen naar je benen zat te loeren enzo. Niet echt iets om te blijven doen, vond ik. Lachen dat ze deden, mijn vriendinnen! “Joh je doet het verkeerd! Je moet een beetje sjoemelen met de bloemen, want die klanten zijn toch allemaal dronken en het is donker. Zo kun je de bloemen meermalen verkopen en dan maak je wél geld”. Ik het weekend daarna nog een keer aan het werk en ja hoor: ik had een mooi inkomen verdiend. Volgens mij zo’n 200 gulden in drie avonden, wat gelijk stond aan een vet bedrag.

Maarrrr … als je mij kent, weet je dat ik ook nog andere dingen spot. In die club was namelijk een – vond ik toen – fabuleuze zangeres die Griekse popliedjes zong. Ze zag er prachtig uit en toen ik dát zag, wist ik het gelijk: dát wou ik worden, zangeres! Dus toen ik haar door de zaak heen zag lopen, klampte ik haar aan en vroeg ik hoe je zoiets dan deed. Zangeres worden. Ze vertelde dat ze voor accountant had gestudeerd, maar daar niet veel mee verdiende. Toen was ze gaan zingen en ik weet niet meer of ze me nog een idee aan de hand deed om ergens te beginnen. Zangles, denk ik. Ik vertelde aan al mijn vrienden dat ik zangeres wilde worden en vroeg overal rond hoe dat dan wel moest. Niemand had een idee natuurlijk, want mijn vrienden werkten allemaal in overdagse banen of studeerden, maar een paar weken later spotte mijn toenmalige huisgenoot een advertentie in de krant. Hij was van een taverna, een eenvoudig tentje waar je kunt eten met live-muziek erbij en hij zei: “Doen meid! Gewoon proberen, je weet nooit of het lukt dat ze je nemen”. Lang verhaal kort: een paar dagen later zong ik in de taverna. Helemaal happy, ik verdiende er bijna niets, maar je moest ergens beginnen. Ik kocht een helemaal verkeerde microfoon, een paar kostuums om mee te starten, een stapel muziekboeken, verdiepte me in de ingewikkelde Griekse ritmes en maten en zo ging mijn zangcarrière van start.

Ook ging ik naar zangles aan de muziekschool, waar ik allemaal jongeren leerde kennen van ongeveer mijn leeftijd, die allemaal muzikanten en zangers waren net als ik. Het kon niet beter. Een heel nieuwe wereld met allemaal vrienden, want Griekse artiesten – ja ik was artiest! – noemen elkaar geen collega’s maar vrienden. Na de zomervakantie startte er een nieuwe club in een badplaats op een uur afstand van Thessaloniki en we gingen met de hele club daar werken. Spannend, spannend, spannend! Een ontzettend beroemde zanger kwam er een weekendje een gastoptreden doen, ik kreeg de kans om een tijdje met hem te praten, we gingen naar zijn repetitie om hem te bewonderen en mijn leven was van goud. Met één van mijn collega’s ging ik midden in de winter inmiddels in de zee zwemmen om onze longen helemaal te openen, het publiek was enthousiast over ons en het ging goed, totdat de onervaren eigenaar te veel mensen aangenomen bleek te hebben: hij kon ons niet allemaal betalen en er vielen ontslagen. In zo’n geval ben je als niet-bouzoukizanger als eerste de klos, dus daar vlogen mijn zwemcollega, met wie ik onafscheidelijke vriendinnen was geworden, en ik en zo nog een paar eruit. Op naar een volgend avontuur en op ontdekkingstocht naar wat er allemaal te leren viel in het nachtleven van Thessaloniki.

We maakten kennis met een zogenaamde atzendis, een meneer die jou in zo’n club wist te duwen, de onderhandelingen voor je beloning deed en zelf een percentage ervan hield. Het was een sluwe, maar ook heel aardige man, die in het begin eigenlijk nooit werk voor ons had, maar een paar jaar later wel. Ik had ondertussen in meerdere clubs gezongen en kende het klappen van de zweep. Wist precies welke clubs wel en niet goed waren, welke nummers ik moest instuderen voor welke club, hoe ik mezelf ergens tussen moest wringen en alles wat erbij hoort. Er waren beroemde collega’s langsgekomen om samen mee op te treden en ik hoorde er helemaal bij. Mijn vriendin en ik wilden wel eens naar het buitenland toe. Naar een Griekse club ergens in Europa, waarvan we hadden gehoord dat je er even lekker wat centjes kon verdienen. Dan kon je mooi wat betere kostuums kopen, meer zangles nemen, meer muziekboeken kopen etcetera. En zo had deze meneer voor mij een prachtige kans in Brussel, waar heel veel Grieken wonen. Tweehonderd gulden per dag zou ik er verdienen, een maand lang en ik kon mijn geluk niet op.

Ik naar Brussel in het vliegtuig, met een baal kostuums, een grote tas vol make-up, een stapel muziekboeken en cassettes bij me en helemaal in mijn nopjes. In het vliegtuig zat ik naast een reuze aardige Belgische mevrouw, die lerares Frans was op school en die me haar telefoonnummer gaf om elkaar nog eens weer te zien. Dat was mijn geluk, want … ik kwam aan bij die Griekse club en wist niet wat ik zag: een onverzorgd oud gebouw in zeker niet de beste buurt van de stad en van binnen was alles lelijk, het rook er muf en ik kreeg een ‘kamer’ die met gordijnen van een andere kamer was afgescheiden en waar niet eens een raam was. Ik ging repeteren en ontdekte dat de muzikanten er alleen maar bouzoukimuziek konden spelen. De toetsenist, die voor de grap Beethoven werd genoemd, speelde eigenlijk altijd hetzelfde nummer, want hij had echt geen idee van hoe je op een synthesizer speelt. Ik haalde dus maar mijn bouzoukinummers tevoorschijn, waarvan ze de helft niet eens kenden en zo scharrelden we een programmaatje bij elkaar voor die avond. Het programma begon pas om 1 uur midden in de nacht, vergeleken bij 11 uur in Griekenland en dat was geen goed teken: alleen ondergrondse clubs hadden zulke tijden. Maar ik hield moed en zong erop los voor twee tafeltjes, want meer publiek was er niet.

De eigenaar probeerde me aan de tafeltjes te krijgen tussen mijn optredentjes door, maar dat is niet mijn werk. Ik vind het best aardig om met een paar klanten even een gesprekje te hebben, op voorwaarde dat het mensen zijn die iets te zeggen hébben en die niet te dronken zijn om normaal te kunnen praten. Maar ‘aan de tafeltjes zitten’ betekent dat je moet zorgen dat die mensen meer drinken en dat ze terugkomen voor jou. Daar begon ik niet aan. De volgende avond zat er een groot gezelschap met een bijzonder mooie vrouw in het midden, die me erbij riep. Ze vertelde dat ze uit Tunesië kwam en dat ze zelf ook zo’n club had. “Maar dan één waar ook ménsen komen”, voegde ze er slim aan toe. Ik bleef luisteren, want alles wat je nieuw leert, is weer levenskennis en je wist nooit of je 25 jaar later nog eens een blog zou hebben, waarop je over die avond zou vertellen. De mevrouw vertelde dat ze als danseres in zo’n club was gaan werken om geld voor haar ouders te verdienen, zodat ze een mooi huis konden laten bouwen. Ze moest dan ook inderdaad dat ‘consommation’ doen, dus aan de tafeltjes zitten, wat wij in Griekenland ook kenden, maar verafschuwden.

Ik kreeg les van haar in hoe je dat dan aanpakt, bij van die kerels aan zo’n tafel zitten en zorgen dat ze nog meer drinken ook. Kijk, liet ze me zien, “Je moet gewoon je glas op de grond leeggieten als ze even niet kijken. Je moet niet echt drinken natuurlijk!”. Ze deed het voor – de hele vloer nat en ik totaal verbijsterd. “Nee nee, dat merken ze niet joh, die zijn stomdronken”, verzekerde de prachtige vrouw mijn geschokte gezicht. “En als je bij mij komt werken, dan zorg ik ervoor dat je schitterende jurken krijgt om aan te trekken, dat je iedere week naar de schoonheidsspecialist gaat, er top uitziet en mooie muziek zingt”. Ik vond haar een geweldige zakenvrouw, maar mij overtuig je echt niet om bij allerlei zatte kerels aan tafeltjes te gaan zitten, omdat ik van de baas een paar mooie jurken krijg en een baal make-up. Als ik érgens geen interesse in heb, is het wel in uiterlijk vertoon, waarbij je bovendien je maatschappelijke aanzien verliest. Toen ik enigszins bijgekomen was van haar geweldige verhalen, vertelde ik haar dat ik eigenlijk Franse letteren studeerde en dat ik daarmee verder wilde gaan. Dat ik alleen tijdelijk zangeres was, omdat ik het leuk werk vond en geen toekomstperspectief in het artiestenvak zag. Toen ze het woord ‘universiteit’ hoorde, schrok de vrouw zichtbaar en haakte ze onmiddellijk af. “Maak je studie maar af, meid en je zult een betere toekomst hebben dan wij hier”. Ze wees naar haar gezelschap en ik had diep medelijden met haar. Gaf haar een warme knuffel en nam afscheid.

De dag erna ging ik op bezoek bij de Belgische lerares. Ze had een mooi licht appartement waar ze met haar dochter woonde en ze was heerlijk zorgeloos. Iemand die het zeker ook niet gemakkelijk had, maar die het toch wel zo’n beetje voor elkaar had in het leven. Een mooie baan, een leuke dochter, een ruim huis en een normaal, rustig leven. Dat was nou iets waar ik wél naar verlangde. Ik was tijdelijk gestopt met mijn studie, omdat ik me niet kon concentreren en hoopte dat ik dat beter zou kunnen als ik iets ouder was en de wilde haren eruit waren. Nu begon ik terug te verlangen naar mijn studententijd en ik had de langste tijd als zangeres wel gehad. Ik heb het nog een jaar gedaan en daarna ben ik mijn studie gaan afmaken. Ik vertelde de mevrouw dat de club erg tegenviel en dat ik er eigenlijk tussenuit wilde knijpen, omdat ik voorzag dat ik er niet betaald zou worden. Voor de eerste paar dagen had ik een voorschot gekregen, maar de club was zelfs op zaterdag niet vol en de sfeer was er ronduit draakachtig. Ze beloofde me dat ze me naar het vliegveld zou brengen als ik zover was om weg te gaan en ik ging de dag erna, een maandag, op zoek naar de politie om hulp te vragen om er weg te komen.

Die bevond zich op zo’n 500 meter afstand van de club en toen ik hun zwetend in mijn beste Frans verteld had hoe de vork in de steel zat, knikten ze bevestigend. Ja, die club stond bekend als behoorlijk louche en als ik er weg wilde, hoefde ik hun maar te bellen en ze kwamen me met een politieauto halen, verzekerden ze me. Ik ging terug, dook de club in om mijn kostuums uit mijn kleedhokje te halen en … opeens versperde de barman me de weg. Ik schrok en zei dat ik mijn kleren even mee wilde hebben. “Die blijven in de zaak”, zei hij dreigend. Schrik, maar gelukkig schoot me een idee te binnen. “O maar ik wil ze toch wel even gestoomd hebben in de stomerij hier verderop”, wees ik een straatje aan, want ik had de hele buurt ondertussen al verkend. Toen kon hij niet weigeren en liet hij me met tegenzin door. Ik belde in het schaakcafé naast de zaak de Belgische mevrouw op, die beloofde over een uur als het donker zou zijn, langs te rijden om me op te pikken. “Dan stuiven we zo weg richting het vliegveld!”, lachte ze en ja, het was best een avontuur, dit. In Nederland wordt me vaak verweten dat ik zo’n kletsmajoor ben, maar die eigenschap heeft me al vele malen veel goeds gebracht. En hier heeft ‘ie mijn leven zelfs gered. Juist doordát ik zo gezellig ben, leer ik overal altijd mensen kennen en dat brengt je verder in het leven.

Ik pakte mijn spullen in, liep een uur later stilletjes de trap af en daar stond ze al te wachten. Ze stoof weg en redde me van een helse maand in de ondergrondse krochten van Brussel. Menige Griekse zangeres was daar al in de val gelopen en had zich moeten prostitueren om daar ooit weer weg te komen. De meeste artiesten spraken in die tijd geen andere taal dan Grieks, vooral niet degenen die traditionele muziek zongen en dan zat je daar in je eentje doodsbang gevangen in die vreselijke tent vol dronken kerels midden in de nacht. Met hun voorschot gingen ze gelijk shoppen, want zoveel geld verdiende je in Griekenland niet en soms hadden ze een gezin of een familie, waar ze wat leuks voor wilden meenemen uit Europa. Dat had ik niet gedaan, omdat ik dat in Nederland wel af en toe deed en bovendien sprak ik zowel Nederlands als Frans. Ik kon me prima redden in België en kijk maar met hoeveel moeite ik daar weggekomen ben. Als ik de politie had moeten bellen om me te komen halen, was er hoogstwaarschijnlijk een rel uitgebroken en weet je niet of ik wel had kunnen vluchten. Toch was het voor mij een avontuur met een mooie afloop en ik waarschuwde mijn manager voor die club, zodat hij daar nooit meer zangeressen naar toe zou sturen. Volgens mij heeft hij dat ook niet gedaan en zo is er nog iets goeds uit mijn Brusselse reis gekomen.

Nu, 25 jaar na dato, hoor ik van iemand die helemaal op Kreta woont, dat er in die tijd over mij gesproken werd. Kreta dat ligt dus 500 km en 12 uur varen van Thessaloniki vandaan – even voor je idee waar we het over hebben. Ik ben nooit beroemd geweest of iets in die richting en dat ambieerde ik ook niet. Het was mijn doel om uit te proberen of een muziekcarrière iets voor me was en meer dan dat nog was het bedoeld als pauze van mijn studie. In Thessaloniki had je misschien wel honderd muziekclubs in die tijd en per club tussen de 3 en 15 zangers. Maar toen ik daar in die badplaats zong, was er zogezeid een beroemde zanger gekomen. Het was een aardige man, met wie ik een hele tijd heb zitten klessebessen, maar hij heeft me nooit gevraagd om met hem te werken, mijn telefoonnummer gevraagd of wat ook. Toch blijkt hij in de volgende plaatsen waar hij kwam, over mij gepraat te hebben als zijnde een “ontzettend áárdige jonge meid, opgegroeid in het buitenland, die beter kan zingen dan de – stúk beroemde – Elefthería Arvanitaki”. Hij vertelde het verhaal eveneens aan een andere beroemde zangeres, want hij dacht waarschijnlijk dat die me dan wel zou helpen. Dat gebeurde echter niet. Geen idee waarom, maar zo ging het en mijn faam, die kennelijk zonder dat ik het zelf wist even heel Griekenland door geweest is, bluste weer uit. Ik weet niet of ik er rouwig om moet zijn, want het is een harde business en ik ben niet zo’n nachtelijk type. Wel vind ik het leuk om er af en toe over te mijmeren hoe het geweest was als ik wél hulp had gekregen en was doorgebroken als bekend artiest.

Dit waren zo een paar van mijn verhalen. Ik heb er nog tientallen meer, maar dan moet ik een boek schrijven. Mocht dat nog eens gebeuren, dan heb ik liever dat iemand anders het schrijft, want ik ben niet zo graag met mezelf bezig. Hieronder vind je natuurlijk Elefthería Arvanitaki nog even, want die had echt een geweldige stem en als je beter was dan zij … wauw dan was je toch wel iemand hoor. Ik vond het maar wat dat dat over mij gezegd werd en misschien nog wel meer omdat zo’n beroemd iemand over me vertelde dat ik zo’n fijne persoonlijkheid had. Hier in Nederland zit iedereen alleen maar over me te zeuren dat ik zo verkeerd, raar en gestoord zou zijn. Toch wel een héél andere zienswijze! Δε μιλώ για μια νύχτα εγώ (ik heb het niet over één nacht, maar over een heel leven bij elkaar blijven) hier voor jou. Met nogmaals het bewijs dat Griekenland een gezellig land is met vrolijke, moderne mensen en muziek:

 

 

 

 

© Sophia Vassiliou

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. En savoir plus sur comment les données de vos commentaires sont utilisées.

Fermer le menu
%d blogueurs aiment cette page :