De cultuur van de wijsheid: overerfde universele kennis

De cultuur van de wijsheid: overerfde universele kennis

Als kind en jonge vrouw werd mij altijd verweten dat ik me zogenaamd zo onhandig uitdrukte. Natuurlijk geloofde ik dat, want ik deed er ontzettend veel moeite op, als klein kind al, om mezelf zó uit te drukken dat niemand wéér kritiek op me had en me de grond ging zitten instampen. Dat was de gewoonte immers in mijn hele omgeving en mijn hele leven lang. Sophia bashen, cool man. Maar sinds ik er deze week pas achter kwam dat mijn vader een soort traditionele kennis met zich meedraagt, die, voor zover ik begrepen heb, generaties lang in onze familie bewaard is gebleven, weet ik hoe het écht zit. Ik was onzéker, omdat ik altijd en eeuwig overal het zwarte schaap was. Niet onhandig! Hét bewijs dat mijn vader echt mijn vader is, is het feit dat ik deze kennis van hem geërfd heb.

Omdat ik niet mocht weten waar ik vandaan kom en wie mijn liefhebbende vader is, had ik nog niet vaak gehoord van families waar traditionele kennis over het een of ander wordt bewaard. Doorgegeven van generatie op generatie, nooit op schrift gezet om het maar niet te verdraaien en niet zómaar kennis, maar corrécte en volledige kennis over allerlei onderwerpen, die de gewone mensen niet meer zo precies weten en de wetenschap ook niet kan terugvinden. Toch is het zo en in míjn familie is dus eeuwenlang en waarschijnlijk wel millenialang de kennis van cultuur, diplomatie en wijsheid bewaard gebleven. Deze kennis moest in het geheim bewaard blijven, omdat er veel te veel mensen met een dik ego rondlopen hier op de wereld. Die denken altijd dat ze alles beter weten en gezien de puinhopen die zij iedere keer weer overal achterlaten, blijkt dat zij volkomen gelijk hebben: de echte kennis over hoe je allerlei problemen oplost, zoals het genezen van ziektes, het creëren van duurzame vrede, het geven van leiding enzovoort, moet in families doorgegeven worden via de genen (de geboorte). In Costas’ familie is ook zulke kennis, zoals ik eerder al vertelde en ik stond stomverbaasd toen hij dat eindelijk vertelde.

Toen hij me dus enige tijd geleden opbiechtte dat ongeveer 80% van de medische kennis die wij hebben uitgezocht in de laatste 11 jaar, uit zijn familie kwam, wist ik niet goed wat ik moest denken. Als hij me dat jaren eerder had verteld, had ik mezelf kunnen profileren als traditioneel Grieks healer. Dan had niemand me ooit kwaad kunnen doen en had ik een goedlopende praktijk kunnen houden. Ik heb alles wat Grieks en traditioneel is en wat in boeken staat, allang uitgezocht, maar dat wat wíj te weten zijn gekomen aan millenia oude kennis en wat wij verbeterd hebben met nieuwe inzichten, stond nergens op schrift. Klopt, zei Costas: die kennis wordt in families bewaard en van vader of moeder op kind overgebracht. Hij kon al die jaren niet goed tot me doordringen, waardoor hij dit niet kon vertellen, maar kon met heel veel moeite door de jaren heen de kennis wel doorspelen.

 

Echte diplomatie voor het instellen van duurzame vrede op aarde

Al vaak is me opgevallen dat ik een soort wonderen kan verrichten met woorden. Ik heb ontzettend vaak vrede gesticht in mijn omgeving. Verder mocht ik niet komen, want dat werd altijd weer geblokkeerd door mensen met een ego, die zélf vrede wilden stichten, want dat konden ze zo goed. Nou, je hebt gezien hoe goed dat gaat, niet? Als je alleen maar je eigenbelang verdedigt en de ander geen millimeter gunt, creëer je nog meer boosheid en onvrede in plaats van vrede en vriendschap tussen mensen en zelfs volkeren. Maar als je je hart erbij betrekt, de hele situatie goed overziet en dan vanuit een wérkelijke instelling van win-win gaat overleggen met de ander, gebeuren er wonderen. Ik heb nooit bijgehouden wat ik nog allemaal aan medailles tegoed heb, dus weet niet veel gevallen meer zo op te noemen, maar een paar gaat wel lukken.

Het eerste dat me te binnenschiet, was een groepje opgeschoten jongeren in mijn vorige woonplaats, dat in het trappenhuis van onze toen nieuwe flat onrust zat te stoken. Ze lieten mensen er niet langs en verder weet ik het niet, want toen ík erlangs wilde, was dat zo gepiept. Het énige dat nodig was, was dat ik vriendelijk groette en aan hen vroeg of ik er even langs mocht. Gelijk waren ze allemaal strak beleefd tegen me, ze spraken me aan met mevrouw (jawel) en gingen netjes aan de kant van de trap zitten, zodat iedereen er voortaan langs kon. Hele probleem opgelost door alleen maar vanuit respect en menselijkheid één zinnetje tegen ze te zeggen. Ze wisten zich gezien en hadden het vanaf dat moment niet meer nodig om rebels te doen, want ze deden zo dwars omdat ze níet gezien werden. Toen ik het aan een buurvrouw vertelde, stond ze stomverbaasd dat ik die jongeren had durven aanspreken. Het was een groot probleem, zei ze, maar na die dag waren die jongeren verdwenen. Dát inzicht en díe manier van omgaan met ‘lastige’ mensen is in mijn familie bewaard en die heb ik meegekregen als dochter van mijn vader.

Nog één uit Griekenland. Ik was ooit in een klooster, waar ik wel eens over verteld heb. Het was op het eiland Mytilini en we sliepen met allemaal vrouwen op een slaapzaal. Hele belevenis was het en er was één moeder bij met een zoon van een jaar of 12. Hij luisterde niet best naar zijn moeder en op een dag lag hij op zijn bed nogal lawaaiig met een backgammonspel te rommelen, toen wij allemaal graag even een middaguiltje wilden knappen. De andere vrouwen deden kssjt naar hem en gebaarden dat hij weg moest, maar hij keek ons suf aan en ging gewoon door met rommelen. Iedereen was boos, maar toen zei ik: “Laat mij het maar doen, ik ben lerares”. Nou, ik vroeg hem vriendelijk of hij ons, de ouwe taarten, even rustig ons slaapje wilde laten doen en even ergens anders wilde gaan zitten. Hij antwoordde ‘natuurlijk’ en vertrok als de bliksem naar buiten. Opgelost én vrede in de tent. Ik was de held van het klooster en kon de rest van de tijd niets meer verkeerd doen. Toen zag ik dat nog niet als een talent, maar als iets wat je gewoon kunt als je met pubers werkt. Toch is het meer dan dat, want de meeste leraren leggen hun leerlingen hun wil op in plaats van met hen te communiceren.

Hoeveel groepjes met hangjongeren ik op die manier tot rust heb gekregen, is niet te tellen en hoeveel tegen mij opgestookte klassen vol pubers ik aan mijn kant heb weten te krijgen, ook niet. Hoeveel vijandige, tegen me opgestookte, mensen ik tot rust gekregen heb, is óók niet te tellen. En wat dacht je van de door mij bedachte oplossing voor Jeugdzorg om geen gezichtsverlies te hoeven lijden als ze verkeerde dingen in hun rapporten schrijven? Dat is een zaak van nationaal belang geworden en maar liefst twéé ministers en het volledige Jeugdzorg – álle organisaties die zich met kinderen bezighouden! – kwamen er met geen mogelijkheid uit. In 2017 haalde minister Hugo de Jonge er een groep ouders bij, waar ik natuurlijk weer niet bij mocht zijn. Ik werd eruit geweerd door SOS Jeugdzorg met hun dikke ego en toen werd het probleem nog groter in plaats van dat er een oplossing kwam.

En wat is nou de oplossing? Wel, Jeugdzorg is weer eens slordig en schrijft verkeerde informatie op over een ouder of een kind. Klinkt bekend, niet? Vervolgens bewijst het slachtoffer dat het onjuist is en dan komt het dilemma: als we de leugen wissen en die blijkt na jaren toch waar geweest te zijn, krijgen wíj de schuld (over ego gesproken!!). Laten we hem staan, dan pakken we onterecht kinderen af, zetten we ze onterecht onder toezicht of doen we andere foute dingen en krijgen we óók de schuld. En verder komen ze niet, omdat ze alleen maar in eigenbelang denken, niets om de gezinnen waar ze mee werken, geven en ook niet om de waarheid. Dus wat heb ik toen bedacht? Laat de leugen staan, maar zet die in een kadertje. Dat kan mooi in Word en dat soort computerprogramma’s. In de gewone tekst zet je de waarheid, zoals bewezen is door het slachtoffer van de leugen en klaar ben je. Niemand wordt voor gek gezet of onterecht de kinderen afgepakt en alles is transparant en eerlijk. Blijkt uiteindelijk dat er toch iets aan het handje is in het betreffende gezin, dan heb je je informatie nog. Iedereen tevreden.

Om duurzame vrede te kunnen stichten, moet er cultuur zijn. Cultuur betekent een stelsel van normen en waarden, die mensen steunen, maar die niet onderdrukkend zijn. In een echte positieve cultuur is er begrip voor mensen die een fout begaan of niet weten wat ze moeten doen in een moeilijke situatie. Met andere woorden: de kennis die in mijn familie doorgegeven is, is die van de universele en allerhoogste wijsheid. De kennis over cultuur en diplomatie heb ik altijd weten te behouden, maar de wijsheid om bijvoorbeeld problemen op te lossen, was ik lange tijd kwijt. Door de gemene kritiek die ik altijd kreeg.

 

Een situatie kunnen overzien en de wil hebben om die op te lossen

Het is beslist niet zo dat niemand op de hele wereld zulke situaties als ik hierboven beschreef, kan oplossen! Maar de meeste mensen zien elkaar niet echt en willen alleen maar hun eigen probleem een beetje kleiner hebben, zodat ze verder kunnen gaan met blunderen. Dat is de reden waarom alle wereldproblemen op dít moment zo enorm groot en onoplosbaar lijken. De camera’s staan overal te draaien, niemand heeft privacy vanwege social media en iedereen wil zélf gelijk hebben boven alles. Maar ook al héb je gelijk, dan nog moet het je gegund worden en als een ander geschaad wordt door jouw gelijk, dan moet je een stukje toegeven. Het inzicht om dit te kunnen overzien, is een talent dat aan te leren is, als je daadwerkelijk interesse in de ander tegenover je hebt.

Als je duurzame vrede wilt bereiken op de wereld, moet je hard en eerlijk durven zijn tegen mensen die fouten maken. De harde artikelen die ik onder mijn eigen naam over het falen van Jeugdzorg op mijn website durf te publiceren, zijn uniek. Ik zeg de waarheid glashard en direct, want Jeugdzorg moet de schrik van z’n leven krijgen om weer weer tot normale proporties in te krimpen. Ze hebben véél te veel macht gekregen en zolang niemand het lef heeft om dat openlijk tegen ze te zeggen, blijft die macht groeien. Ik weet wel dat je nu denkt: nou, bij mij of bij die en die oefenen ze nog steeds macht uit, maar dan zeg ik dit: ze zijn geprogrammeerd en dus moet je ze deprogrammeren. Als jullie hun direct en zonder angst zeggen waar het op staat, met knikkende knieën als het moet, dan kunnen ze helemaal niets meer!

Als ze nog het lef hebben om jou nota bene de mond te snoeren, door je een contract te laten ondertekenen dat je niets over hen op Facebook mag vertellen onder dreiging dat ze je kind iets aandoen (dit gebeurt dagelijks, mensen!), dan zeg je ze regelrecht dat ze van jouw familie dienen af te blijven en dat jij net zolang overal openlijk met naam en toenaam hun leugens en fouten vertelt, totdat ze je kind teruggeven of je rechten of wat dan ook. Als zij onrechtmatig handelen, dan mag jij jezelf en je gezin verdedigen, door hun namen ook te noemen. Ze zetten jou immers ook voor schut bij iedereen die je nodig hebt aan instanties enzo! Voor de wet mag je jezelf verdedigen tegen laster, maar geen advocaat die dat tegen je durft zeggen! De basis van Jeugdzorgs macht is WEG, dus dit kun je nu doen zonder bang te zijn voor repercussies. Wel voorzichtig blijven en uit zijn op een oplossing voor beide partijen! Anders lukt het je niet.

 

Kennis overerven

Weet je wie deze kennis en dit talent van me geërfd heeft? Mijn jongste zoon! Dat was lachen vroeger, toen we nog samen kleertjes voor hem gingen kopen. Hij liep de winkel in met zijn arendsoogjes, keek even rond en liep zó op de rekken af, waarvan ik hem had verteld dat zijn maat er hing. Vijf jaar oud en zelfs nog jonger hè! Hij liep zó op een broekje of truitje af, pakte dat uit het rek en zei: “Dit wil ik!”. In de schoenenwinkel net eender. Hij keek van een afstandje naar de kinderafdeling, zocht een schoentje uit en pakte dat uit het rek. Als dat toevallig net niet in zijn maat was, was het huilen! Dan zei ik: “Kom, we doen de truc nog een keer. Kijk maar eens naar de schoentjes en zoek maar wat uit”. Meestal kwamen we dan wel met een paar schoenen waar hij tevreden mee was, de winkel uit. Zo niet, dan waren er nog meer winkels.

Mijn oudste kon het nooit wat schelen als kind. Ik wist precies wat hij mooi vond aan kleding en schoenen en wat hem goed stond, dus waarom zou hij zich ermee bemoeien? Boeiuh! Maar wat hij wél altijd gehad heeft, dat is een ontzettend goed psychologisch inzicht in mensen en situaties. Letterlijk alles en iedereen had hij gelijk door.

En voor Jeugdzorg: ja, ik ben inderdaad een topmoeder en een topdocent! Hebben jullie nog wat over me of zullen we die twee lieve jongens en mijn lieve vader maar eens teruggeven en mijn goede naam zuiveren? Werd tijd, niet?

 

 

© Sophia Vassiliou

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.