Afkomst uit Klein-Azië

Afkomst uit Klein-Azië

Altijd al heb ik geweten dat ik ondanks mijn blonde haren als kind ‘ergens uit het zuiden’ vandaan kwam. De eerste keer dat ik me ergens thuis voelde, was in Italië. Gewoon een simpele camping aan het Comomeer vol met Nederlandse vakantiegangers, maar de paar Italianen die er ook waren, die hadden ook ‘dat’ wat ik had. Toen kon ik het nog niet omschrijven, maar zij voelden het ook en accepteerden mij als enige niet-Italiaanse tussen hen in. Binnen de kortste keren had ik hun taal opgepikt en dat was de eerste sleutel tot wie ik ben. Als je niet jezelf mag zijn, kun je niet bestaan en ik heb oorlog moeten voeren voor iedere millimeter van mijn bestaan. Een kleine indruk ervan.

Als je mijn adoptieverhaal zoekt, dan vind je dat hier en dat mag je delen. De eerste clou van wie ik echt ben, lag dus in Italië. Maar toen ik een paar jaar later een paar Koerdische mensen leerde kennen, hadden die óók iets wat ik met ze deelde. Eenzelfde soort temperament. Ook in hen herkende ik een stukje van mezelf dat in mij compleet ondergesneeuwd was. Altijd als ik hartelijk was, lyrisch of anderszins uitbundig, kreeg ik keihard op mijn lazer. Mijn pleegmoeder probeerde me bovendien te leren egoïstisch en gemeen te zijn. Alweer iets wat niet in me zit. Ik was Hollands volgens mijn hele omgeving, waarin íedereen behalve ikzelf wist van mijn Griekse afkomst en Hollanders deden gewoon, omdat dat al gek genoeg was. Dát werd van mij verwacht. Mijn pleegouders hadden een enorme afkeer van alles wat buitenlands was en vonden Belgen al helemaal verkeerd. Waarom ze dan zo per se een Grieks kind moesten adopteren, heb ik nooit gesnopen. Al snel leerde ik mijn biologische “moeder” kennen, die me doodleuk vertelde dat mijn vader een Griek was. Met erbij een verhaal over hoe ikzelf dan natuurlijk níet Grieks was, want híj had niets voor mij gedaan zogenaamd, terwijl zíj mij 8 maanden gedragen had, me had gebaard en in de steek gelaten. Ik wist toen nog niet hoe hard mijn vader voor me gevochten had, maar aan de kant gesmeten was door Jeugdzorg en raakte er hevig door in de war.

Het is een bepaald temperament, een ritme waarop je functioneert. Iets wat heel diep in je ziel zit in elk geval en mijn temperament is zuidelijk, gemengd met oosters. Grieken waren er bijna niet in de plaats waar ik woonde en ik was bang om contact met ze te maken. Dan moest ik vertellen dat ik wél Grieks was, maar mijn pleegouders niet en dat ik geen idee had van wat ‘Grieks zijn’ betekende. Dat vond ik eng. Bovendien konden mijn pleegouders dan alles ontkennen. Pas toen ik Nieuw-Griekse letteren ging studeren in Amsterdam op mijn 19e, leerde ik mijn eigen land kennen. Dat was hard werken, want ik had wel wat Griekse muziek bestudeerd, maar kon mijn taal nog niet spreken. En ik wist niets, maar dan ook helemaal niets over mijn eigen cultuur.

Ik was de enige van 40 studenten in mijn jaar, die nog nooit in Griekenland geweest was. Daar hadden mijn pleegouders en mijn biologische moeder een stokje voor gestoken. Maar ik had geluk: in mijn jaar zaten met mij erbij zeven Grieken. Er waren ook Griekse docenten en de vrouw van mijn hoogleraar kwam uit Thessaloniki. Die nam me gelijk onder haar hoede en begon me alles over Griekenland te leren. Er was een groepje voor Griekse dansen, waar ik naar toe ging uiteraard en ook daar viel het weer op: ik bleek als enige gelijk te kunnen buikdansen en deed de traditionele dansen ook gelijk goed. De taal leerde ik alsof het niets was, terwijl iedereen zich stukzweette om zich een paar woorden eigen te maken en ik had ook de uitspraak snel onder de knie. Het was niet alleen omdat ik het in me had of omdat ik goed was in talen, maar vooral omdat ik woedend was dat álles waar ik voor sta in het leven expres voor me verborgen werd gehouden. Terughalen zou ik het en snel ook! Ik hoorde er gelijk bij, want de verbondenheid die ik met hen voelde, voelden zij ook met mij. Iedereen leerde me een beetje erbij en zo werd ik steeds meer mezelf.

smyrna
Oude Griekse huizen in Smyrna

Toen ik het jaar daarop eindelijk naar Griekenland kon gaan, viel alles op z’n plek: ik was thuis in Thessaloniki. Maar de eveneens 20 jaar oude dwang die ik in me had om verplicht Nederlands te zijn, was niet weg te krijgen. Het zat erin gebakken en volkomen vastgeplamuurd. Niet in mijn ziel, maar aan de buitenkant helemaal om me heen als een dwangbuis. Ze konden me niet van binnenuit veranderen, maar me blijkbaar dus wel in de weg staan om te kunnen bestaan. Hun verbod aan mij om Grieks te zijn, is de belangrijkste manier waarop ze mijn leven stelselmatig afbraken. Iedere keer dat ik iets had opgebouwd, viel het weer om, doordat ik er niet officieel bij hoorde in mijn vaderland. Daardoor kon ik daar uiteindelijk ook niet blijven en moest ik terug naar het koude, harde Nederland waar ik de nationaliteit van moet dragen. Hoe kun je van Nederland houden als je daar zó zwaar mishandeld wordt en zó ontkend in je pure bestaan? Nu weet ik dat ik geprogrammeerd ben door een psychologe van de ISS, het internationale Jeugdzorg en haal ik alles weer los, maar toen belemmerde dat zware gewicht dat aan me hing en zeurde, me verschrikkelijk. Iedereen noemde me ‘Hollander’, omdat ik daar was opgegroeid en ik kwam er pas jaren later achter dat ze niet bedoelden dat ik er niet bij hoorde. Zo voelde ik het natuurlijk wel.

Op een gegeven ogenblik was ik het zo zat, dat ik tegen een kioskmeneer die me alwéér vroeg waar dat accent vandaan kwam, maar gelijk zei dat ik Hollands was. En die man wérd me boos! “Jullie Grieken uit het buitenland @#$%&! Als jullie in Duitsland zijn, zeggen jullie dat je Grieks bent en als je hier komt, ben je opeens Duits! Of Hollands dan”. Ik stond stomverbaasd naar hem te kijken en zei dat ik het óók zat was om de ganse tijd te moeten horen dat ik buitenlander ben. En dat ik het nu dan maar een keer zélf zei om van het gezeur af te zijn. Afijn, hij kon niet geloven dat ik in zo weinig jaar zo perfect Grieks had geleerd en bezwoer me dat dat accent echt maar een heel klein beetje was. Dat met “Ollandeza” bedoeld werd “Griekse in Nederland opgegroeid”, niet “buitenlander”. Vanaf dat moment besloot ik om nooit meer om te gaan met mensen die me niet accepteren zoals ik ben. Mensen voelden de programma’s van de ISS bij me en reageerden erop, maar dat hoefde ik niet meer te accepteren.

Mijn pleegfamilie in Nederland en de vrienden die ik daar nog had, bleven er wel over zeuren. Ik nam daarom afstand van ze, maar kon helaas niet in Griekenland blijven, omdat die programma’s sterker waren dan ik en me hierheen dwongen. Een baan kon ik wel krijgen, meerdere zelfs, hulp van alle kanten en ik mocht zelfs promoveren, maar ik werd weggetrokken uit mijn land door die verschrikkelijk diepe, zwarte put binnenin me. Pas nu ik eindelijk met ongelofelijk veel moeite ontdekt heb dat mijn vader me wel degelijk zoekt en de Griekse overheid ook, gaan de programma’s er heel langzaam uit. Ik gebruik al bijna 10 jaar de naam van mijn echte vader overal. Zelfs bij instanties hebben ze de naam Vassiliou achter mijn adoptienaam gezet. Het is wie ik ben en dat laat ik me niet nóg een keer afpakken. Bovendien is mijn complete wereldbeeld in één jaar tijd volledig omgekeerd, toen ik vorig jaar de waarheid ontdekte over het misbruik in mijn kindertijd en hoe Griekenland als een leeuw voor mij vecht. Ik heb er grote moeite mee om het te durven geloven, maar weet dat het de waarheid is. En dat de harde bewijzen ervan in mijn adoptiedossier staan.

Maar dat is niet alles! Griekenland is niet alleen dat wat je vandaag de dag kent als ons land. Er is ook nog Klein-Azië, een heel groot stuk land dat Turkije tegenwoordig bezet houdt. Het is ongeveer de helft van Turkije, waar duizenden jaren lang Grieken woonden en dat dus bij ons land hoorde. Ik heb óók altijd geweten dat mijn afkomst daarvandaan is. Hoe ik dat wist, weet ik niet: ik voelde het gewoon. Het oosterse stukje in mijn temperament fluisterde het me toe. Kon zelfs op de kaart aangeven waar mijn familie precies vandaan komt: de stad Ikonio, die door de Turken Konya wordt genoemd. Mijn vader is in Athene geboren en opgegroeid, maar onze familie is in 1921 gevlucht voor de Turken uit Ikonio in Klein-Azië. De hele stad is sindsdien verwoest en volgebouwd met vreselijke nieuwbouwflats. Nergens kan ik meer foto’s vinden van hoe het er vroeger was. Het is nu de stad van de Sufi’s, de dansende dervisjen. Wel zijn er foto’s van het oude Smyrna dat nu als Izmir wordt uitgesproken. Zie hier rechts een indruk en bovenaan het artikel. Je ziet dat de Turken de namen alleen anders uitspreken, maar niet veranderd hebben. Op de foto’s zie je overal Griekse huizen staan. Bijzonder dat je zoiets, nadat je familie daar al 100 jaar niet meer woont, nog steeds kunt voelen.

 

Muziek! Uit Klein-Azië uiteraard en wel van Vassilis Tsitsanis, gezongen door twee schatten van vrouwen. Yota Yanna en Eleonora Zouganeli: Αργοσβήνεις μόνη (je zit in je eentje te verpieteren). Yota Yanna is 92 jaar oud, maar treedt nog lustig op en Eleonora is de vrouw met de mooie stem:

 

 

 

 

© Sophia Vassiliou

 

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.