Fietsenmaker

Vrijdag 19 december 2014

racefietsEr was sinds kort een nieuwe fietsenmaker in hun stadje gekomen. Het was een alleraardigste man, die ook nog eens snel was en niet duur. Ze was er al eens langsgereden en had een fiets voor haar zoon gezien in de nieuwe winkel. Maar ze moest wachten totdat de fietsenmaker die gerepareerd had. Haar zoon wilde graag zelf naar school fietsen, maar zijn oude fiets was nogal verrot en kon niet meer gemaakt worden. Na een week was de fiets klaar en ze gingen hem samen halen. Het was een stoere crossfiets met versnellingen bovendien, het kon niet mooier.

Op een dag nog geen week na deze blije gebeurtenis zou de jongen met zijn klas naar de theaterschool gaan om daar een les drama te krijgen. Hij ging dus op de fiets naar school, wilde de fiets op slot zetten en … zag dat de sleutel er niet meer was. Hij zocht overal en zijn moeder ging zijn vriendjes bij langs, waar hij het weekend geweest was, maar nergens lag de sleutel. De fiets was nog zo nieuw, dat zijn moeder de reservesleutel nog niet los had gemaakt en opgeborgen in de kast waar alle reservesleutels lagen. De vorige keer dat ze naar de theaterschool moesten, had hij zijn fiets vergeten. Deze keer wilde hij liever niet nogmaals genoodzaakt worden om iemand anders’ fiets te lenen, maar het ijzeren ros kon niet gerepareerd worden voordat ze zouden vertrekken. Hij vroeg toch de fiets van een vriendje uit een andere klas te leen.

Zijn moeder nam de fiets mee in de auto naar de vriendelijke fietsenmaker en die zei opgeruimd: “Over een half uurtje is hij wel klaar, mevrouw”. Ze liep naar het dichtstbijzijnde café dat zo vroeg in de ochtend al open was en nam plaats bij het raam. Ze waren zeker al open voor mensen zoals zij, dacht ze, sukkels die ‘s ochtends vroeg hun fietssleutel alweer kwijt waren en een nieuw slot moesten laten zetten. Er zaten al best een paar mensen. Zouden die echt net zo dom zijn als zij? De cappuccino die ze bestelde, was cacaoloos en ze brandde haar lippen, terwijl ze aan de rest van de dag dacht. Er zou een klant komen en ze moest nog flink wat opruimen zo na het weekend. Ze vond het fijn om aan huis te werken, maar de chaos in huis werd haar soms wel wat te veel. Haar slaapkamer had ze opgeofferd als spreekkamer, maar ze moest wel eerst iets te drinken maken voor mensen die langskwamen. Als je het huis binnenkwam, stond je na de gang gelijk in de open keuken en zag je ook de woonkamer, die er meestal uitzag alsof er een bom ontploft was. Haar klanten waren bijna altijd aardige mensen die zelf vaak ook kinderen hadden en wel begrepen dat het huis dan niet altijd netjes kon zijn. Maar ze wist dat het er niet veel beter uit zou zien als ze alleen zou wonen. Ze was gewoon een sloddervos, het huishouden kon haar niet geboeid houden. Ze grijnsde bij de gedachte aan haar onopgeruimde huis en lachte er zachtjes om.

“Heeft de koffie gesmaakt, mevrouw?”, stoorde de serveerster haar uit haar gepeins. O de koffie was op, zag ze en de tijd was ook om. “O ja, hij was heerlijk hoor!”, antwoordde ze hartelijk. “Hartstikke bedankt en dat zo vroeg op de ochtend al. Je bent maar een fitte dame hoor”. De serveerster glimlachte en ze liep alweer neuriënd de deur uit. Voor één keer vergat ze noch haar jas noch haar tas en een minuut later stond ze alweer bij de fietsenmaker in de winkel. “Ben ik niet te vroeg?”, vroeg ze bezorgd. “Nee hoor, kijk maar! De fiets is al klaar hoor”, antwoordde de fietsenmaker. “Ongelofelijk”, liet ze verbaasd horen, “en dat al op de maandagochtend. Ik ben denk ik te laat voor mijn zoons uitstapje, maar ben wel blij dat er weer een slot op zijn fiets zit. Je weet tegenwoordig niet meer wie hem anders nog zou kunnen meenemen”. Ze betaalde en de fietsenmaker kwam mee naar de auto om de fiets te helpen inladen. Nou … om de fiets in te laden eigenlijk, want hij accepteerde er geen hulp bij. Ze betaalde en bedankte hem hartelijk, blij dat er een paar fijne winkels in het stadje waren gekomen. Dat was jarenlang wel anders geweest.

Ze parkeerde de auto bij school, tilde de fiets uit de kofferbak en reed erop naar de school. Er waren nog een paar ouders die op en neer liepen bij school en die haar scheef aankeken, terwijl ze fluitend met haar hoge hakken op de veel te lage fiets reed. Wat kunnen mensen toch kleinzielig zijn, dacht ze. Moet je kijken wat ik een lol heb op dat fietsje. Zouden zij ook eens moeten doen. Ze grijnsde eens naar de mensen en toen zag ze de kinderen buiten. Ah het was dus pauze. De meester stond er ook en de stagiair was er. “Ach zijn jullie zo snel al terug van de theaterschool?”, liet ze verbaasd horen. “Nee hoor”, antwoordde de meester op zijn beurt verbaasd, “we zijn nog niet weg! Eigenlijk vertrekken we over een paar minuten”. De meester riep haar zoon erbij en toen die eraan kwam, boog ze voor hem en zei ze plechtig: “Hiermee overhandig ik u de sleutels van uw nieuw rijwiel of eigenlijk van het nieuwe slót van uw eveneens nogal nieuwe rijwiel”. Haar zoon kende de capriolen van zijn moeder inmiddels wel en griste de sleutels snel uit haar hand. “Hoho”, zei die snel. “Eerst de reservesleutel apart leggen. Kijk even goed: hij gaat in mijn rechter jaszak. Jij hebt het geheugen van de familie, dus jij weet hopelijk vanmiddag nog waar de sleutel gebleven is, okee?”. “Jaha”, deed de jongen. “Tof dat je het slot hebt weten te laten maken voordat we weggaan, dank je ma! En tot vanmiddag”. Hij liet zich nog knuffelen ook, waar zijn vrienden bij waren. Wat had ze toch weer een mazzel als moeder, dacht ze. Luidkeels zingend vertrok ze richting huis, waar haar minstens een uur opruimwerk wachtte, een klant en geen tijd meer om haar mail nog in te zien. De dag was goed, maar wel snel voorbij.

Ik wens je een prachtige dag toe,

Sophia

Twitter   –   facebook   –   LinkedIn