Een school kiezen voor je kinderen

In Nederland gaan kinderen vanaf hun vierde (officieel vijfde) jaar naar school. Ze moeten daar blijven tot hun 18e en dus is schoolkeuze heel belangrijk. Je kind zit daar de hele week en moet het wel een beetje fijn hebben! Daarom hier een beetje hulp om te kiezen. Ik heb het over alle soorten onderwijs die er bestaan.

kinderenfietsen
Leren terwijl je speelt

Je hebt een enorm groot aanbod aan scholen: reguliere openbare, algemeen  christelijke, joodse, islamitische, katholieke of protestante, Montessorischolen, Vrije Scholen, Daltonscholen, Jenaplanscholen, Freinetscholen, scholen voor hoogbegaafden en Natuurlijk Leren of Iederwijs.

Even heel kort door de bocht: op de traditionele scholen, zoals de reguliere openbare en de christelijke, wordt er vooral klassikaal onderwijs gegeven en is er veel structuur oftewel veel regeltjes. Heel veel intuïtieve kinderen voelen zich hier heel goed bij, terwijl je zou denken dat ze liever vrij zouden zijn. Dat komt omdat ze de wereld als heel groot ervaren en juist in de war raken als ze zélf op eigen kracht moeten leren. Ze ervaren de in onze ogen als ouders vaak harde structuur en naargeestige regeltjes juist als ondersteunend. Omdat ze zo gevoelig zijn, pikken ze alles op wat er om hen heen gebeurt en overal reageren ze op. De hele dag in een grote groep moeten zitten is erg zwaar voor ze, dus als er dan tenminste helderheid en structuur in een dag zitten, voelen ze zich beter.

Op de Vrije school zijn kinderen allerminst vrij. Het woord vrij betekent hier dat ze vrij zijn van de leerplichtwet en een eigen programma mogen hanteren. Dit is nu overigens niet meer zo: ook Vrije Scholen houden zich aan het algemene schoolprogramma. Juist op de Vrije School wordt er niet individueel gekeken naar kinderen, maar wordt er erg op gelet wat ze kunnen op welke leeftijd. Je hebt zelfs antroposofische boeken (de filosofie achter de Vrije scholen is de antroposofie) met titels als ‘kind van 6 jaar’, ‘kind van 7 jaar’ etc. Er wordt heel veel aan artistieke en expressievakken gedaan en aan natuuronderwijs. Er wordt geen les gegeven uit boeken, maar de leerkrachten/leraren maken zelf lesmateriaal. Als je kind artistiek is en niet al te snel leert, kan dit prachtig onderwijs zijn.

De Montessorischool valt tegenwoordig ook onder de gewone leerplichtwet. Het enige dat er daarom over is van oprichtster Maria Montessori’s ideeën, is dat kinderen enige vrijheid hebben in het kiezen van de volgorde, waarin ze de verplichte vakken afwikkelen. Kinderen werken er individueel en ook hier wordt veel aan expressievakken gedaan. Als je kind zich goed kan concentreren tussen anderen die iets anders aan het doen zijn, kan deze school een heel goede keuze zijn.

Islamitische, christelijke en joodse scholen zijn vaak streng qua regels en in de godsdienst. Dit zijn reguliere scholen, waar ouders met deze godsdiensten hun kinderen naar toe sturen. Door de strenge structuur kunnen gevoelige kinderen zich hier heel veilig voelen. Persoonlijk ben ik niet erg voor godsdienstig onderwijs. Ik vind wel dat kinderen recht hebben op mooie verhalen uit de bijbel bijvoorbeeld, maar eigenlijk ben ik van mening dat godsdienstige opvoeding iets voor de ouders is. Mijn mening!

Op Dalton- en Jenaplanscholen leer je heel zelfstandig te zijn. Op Daltonscholen wordt je zelfstandigheid erg gestimuleerd, doordat je net als op de Montessorischool heel zelfstandig je eigen programma moet afwerken. Ook wordt het erg gestimuleerd dat kinderen zelf van alles organiseren. Jenaplanscholen zijn erg sociaal, omdat kinderen alles in kringen – oftewel groepen – doen. Ze moeten veel presentaties houden bijvoorbeeld. Ook werken ze hier zelfstandig.

Op de Freinetschool leren kinderen vanuit ervaring. Dus niet uit een boek, maar vooral door dingen zelf te ervaren. Op democratische manier wordt de lesstof samengesteld, maar dit is toch nog altijd de lesstof uit het algemene programma. Ook deze school werkt op individuele basis.

Iederwijs of Natuurlijk Leren/democratisch onderwijs. Hier wordt helemaal geen les gegeven, tenzij de kinderen hier zelf om vragen. Er zijn geen leerkrachten/leraren, maar begeleiders en die komen alleen in actie als kinderen hun ergens om vragen. Alles wat op school gebeurt, wordt democratisch besloten door begeleiders en kinderen en ook ouders worden er soms bij betrokken. Als je kind vrij genoeg is om te weten wat hij/zij wil, kan deze school een fantastische keuze zijn. Het kan evengoed helemaal niet werken voor je kind. Ik zelf vind het nogal een belasting voor een kind om op zo’n school te zitten, maar dat is mijn persoonlijke mening. Om ergens te komen, moet je toch dat verplichte vakkenpakket in huis hebben en op zo’n school moet je zelf zien dat je je al die kennis eigen maakt.

Je kúnt ook thuisonderwijs geven. Dan moet je wel beschikbaar zijn en niet hoeven werken. Mijn persoonlijke visie hierop is dat je kind beter iemand anders als docent kan hebben dan zijn of haar eigen ouders. Als het even wil lukken op school, verdient dat de aanbeveling! Als je kind nog geen 5 jaar is en nog niet naar school is geweest, kun je redelijk gemakkelijk besluiten thuisonderwijs te geven. Is je kind al wel naar een andere school geweest, dan ligt het moeilijker gezien de leerplichtwet.

Alle scholen volgen het programma van het Ministerie van Onderwijs. Het verschil tussen de scholen zit ‘em dus eigenlijk alleen maar in de manier waarop kinderen daardoorheen worden geloodsd: worden ze in klasverband en door middel van structuur, dus met elkaar meelopen, door het programma heengebracht of moeten ze dat vooral zelf doen? Bijzondere scholen zoals Montessori, Vrije School etc lijken heel anders dan reguliere scholen, maar in feite moeten kinderen overal precies hetzelfde leren. Waar het dus om gaat bij het kiezen van een school, is de vraag op welke manier jij wilt dat je kind door dat programma wordt gebracht.

De verschillen zitten vaak ook op het sociale vlak: welke waarden en normen worden er belangrijk gevonden op een school. Op de Vrije school is dat liefde voor de natuur en gebondenheid aan de kinderen uit de klas, op de Montessoris- en Freinetchool is dat vrije expressie, op de Daltonschool is dat zelfstandigheid en kansen leren creëren om nieuwe dingen te doen, op de Jenaplanschool is dat omgaan met klasgenoten. Op de reguliere openbare school is dat omgaan met iedereen en jezelf in een strakke structuur weten in te passen, op religieuze scholen ook, maar daar leer je niet omgaan met iedereen. Op de Iederwijs- of Natuurlijk Lerenschool ben je totaal vrij om je leven te creëren. Daar is de lesstof ook niet vastgelegd, hoewel veel kinderen die toch volgen. Op alle bijzondere scholen zitten vooral blanke kinderen en die komen vaak uit intellectuele gezinnen, terwijl kinderen op reguliere scholen uit alle verschillende milieus komen.

Hoe kies je nu wat het beste is voor je kind? Als je ziet dat jouw kind zich veilig voelt in een structurele omgeving, dus met duidelijke regels, stuur hem/haar dan naar een reguliere school. Jij zult misschien rechtopstaande haren krijgen van het gezever over regeltjes en je zult het onsympathiek vinden, maar als je kind zich er veilig voelt, moet je er toch maar mee leven. Als je kind vriendjes heeft, gaat het meestal wel goed.

Is je kind heel creatief en een dromer, kijk dan eens naar Vrije school. Is je kind heel zelfstandig en kan het zich goed concentreren en goed bij zichzelf blijven, dan kan Montessorionderwijs heel goed zijn. Ook Dalton, Freinet of Jenaplan kunnen dan een goede keus zijn. Kijk naar de omschrijvingen van de schooltypen hierboven om hieruit een keuze te maken. Bezoek ook een aantal scholen in je omgeving. Denk er wel aan dat je kind op al deze scholen (behalve op de Vrije school, daar wordt klassikaal lesgegeven) zelfstandig moet leren. Dat betekent dat hij/zij zich op eigen houtje door de lesstof moet wurmen; dit vereist zelfstandigheid en goede aarding. Kan je kind niet goed bij zichzelf blijven, dan zijn deze scholen niet geschikt voor jouw kind, hoe leuk ze je ook toeschijnen!

Je kunt meemaken dat je kind op de ene school wordt gepest door klasgenoten en niet gezien door leerkrachten, maar op een andere school heel gewoon wordt opgenomen en geen enkel probleem heeft. Het kan zelfs zover gaan dat de leerkrachten op een school jou dwingen je kind te laten testen op allerlei stoornissen of – nog erger – dat op eigen houtje achter jouw rug om doen (denk erom: dit is verboden!). Op een andere school kán dat heel anders zijn, maar het hoeft niet. Voordat je dus wisselt van school, laat je kind een dagje proberen op een nieuwe school.

Als een kind zich niet veilig voelt in een groep, trekt het zich terug. Wat zou jij doen: hetzelfde toch? Voordat je gelooft in een stoornis, kijk eerst eens hoe het zich in een andere omgeving gedraagt. Is er daar niets meer over van het zich terugtrekken, dan moet je een andere school zoeken. Als je een kind maar lang genoeg vertelt dat het bijv. DRUK is, kan het niet meer anders dan zich inderdaad druk gedragen.

Ik hoop dat dit verhaal je een paar stappen verder helpt.

 

©Sophia Vassiliou 2016 – 2017

Twitter:   –   Facebook   –   LinkedIn

Dit bericht mag vrijelijk gekopieerd worden, inclusief afbeeldingen, die vrij van copyright zijn, op voorwaarde dat mijn naam en een werkende link naar mijn weblog en website aanwezig zijn.