Een Limburgs avontuur met een luit

outi, aoud of oosterse luit
outi, aoud of oosterse luit

Al sinds ik voor het eerst in mijn leven een outi zag, was ik er verliefd op. Zowel op de klank ervan als op de schoonheid van het muziekinstrument. De Arabieren noemen het een aoud (‘oed), in het Grieks heet het outi (oeti) en in het Nederlands heet het ding een luit. De mediterrane luit ziet er alleen een beetje anders uit met zijn ronde achterkant en zijn korte hals. Hij klink prachtig droog en warm tegelijkertijd, een superinstrument!

Een tijdje geleden ontdekte ik filmpjes op Youtube, waarin iemand gratis outiles geeft. Toen begon ik eraan te denken om er misschien eens een aan te schaffen. Vorige week zag ik een advertentie voor een outi die voor mij betaalbaar was, maar ik moest er wel voor naar Maastricht. Nu heb ik vrienden vlakbij Heerlen en het leek me een mooie combinatie om hen ook eens op te zoeken. Dus gisteren was het zover. Ik stapte in ons autootje en ondernam de reis naar het zuiden. Mijn vrienden maakten zich al dagenlang zorgen over hoe ik de eigenaars van de outi in Maastricht zou vinden en stonden erop dat ze me zouden begeleiden. Ik vond het een gezellig idee en dus reed ik eerst naar Heerlen.

Volgens Routenet.nl was het een reis van 1 uur en 40 minuten, maar ik deed 2 uur en een kwartier over de prachtige reis. De lieflijke heuvels in Limburg zijn echt de moeite waard! Bij ons zijn er ook heuvels en die zijn wel 50 meter hoog. Toen ik nog taalcursussen gaf, hadden we er altijd lol om met mijn cursisten. Die kwamen meestal uit landen met 5000 m hoge bergen en dan noemden Nederlanders die molshoop in Wageningen een ‘berg’! “Het is alles wat we hebben!”, riep ik dan quasi vertwijfeld uit, “en je hebt wel een weids uitzicht over de Betuwe”.

Maar Limburg is anders hoor. Vroeger, toen ik als kind jaarlijks met mijn ouders op vakantie ging richting het zuiden, reden we met caravan en al Duitsland door. Ik vond het daar zo mooi en dan wilde ik daar blijven. Mijn ouders zeiden dan dat ze het ook mooi vonden, maar dat ze bang waren dat het ging regenen. Limburg deed me weer denken aan vroeger. De steden waren rokerig van de industrie en ik zag overal een druk bedrijfsleven. Daar was ik blij om, want ik wist niet beter dan dat er daar geen werk was. Wat ik zag, was veel bezigheid. Mijn vrienden bezwoeren me later dat de werkeloosheid toch erg hoog ligt in Limburg. Maar als je zo mooi woont, zo’n schattig dialect spreekt en bijna dagelijks heerlijke vlaaien eet, moet het toch uit te houden zijn, dacht ik stiekem.

Omdat mijn vader kortgeleden overleden is en we het over zijn uitvaart hadden, vroegen mijn vrienden me hoe dat dan gaat daar in het noorden (mijn vader woonde in Kampen). “Bij ons gaat dat op z’n Bourgondisch”, vertelden ze, “iedereen krijgt na de dienst bij de koffie twee stukken vlaai en twee broodjes”. Ik moest lachen, want in het kouwe noorden gaat dat er heel anders aan toe. “O”, zeiden mijn vrienden beslist, toen ze mijn blik zagen, “dat is zeker een kop koffie met één klein plakje cake”. De man van mijn vriendin is een boom van een man en hij maakte met zijn handen een gebaar van een héél klein stukje cake. Ik moest bekennen dat dat inderdaad het initiële plan geweest was. Maar omdat de koffie onder lunchtijd was, zijn er broodjes bijgekomen. Ik dacht dat ik dan goed voor de mensen zorgde. Geen vlaai, wel broodjes. Ik hield er nooit van, maar dat was tot gisteren. Mijn vrienden hadden echte Limburgse vlaai en dat was even iets anders dan de diepvriestroep die we hier kennen.

Tijd om de outi te gaan halen. We stapten in de auto van mijn vrienden, die iets groter is dan die van ons en vertrokken naar het westen. De mensen van de outi waren erg aardig en vertelden alles over het instrument wat ze wisten. Hij was in Cairo gemaakt door een meneer met een Griekse achternaam en de maker was belangrijk volgens hen. Ik had geen idee, want ik heb sinds mijn 18e geen muziekinstrument meer bespeeld. Het instrument was groter dan ik verwacht had en erg licht. Dat was op zich al een bijzondere sensatie. Hij heeft twaalf snaren en ik heb werkelijk geen idee of ik er ooit op zal leren spelen. Alleen al hoe je zo’n ding met die enorme buik aan de achterkant vasthoudt en dan die hals zonder onderverdelingen! Dat is wel goed voor de kwarttonen die zo typerend zijn voor onze muziek, maar ik denk dat ik voorlopig vooral naar de outi zal kijken.

Dit gebeurt er als iemand wél op een outi kan spelen:

Cheers,

Sophia

 

Twitter: @sophyvass   –   facebook/sophyvass   –   LinkedIn

Geef gerust een leuke reactie / Please feel free to give a nice reaction